Vonnis van 6 april 2022 Behorend bij A.R.B.B. nr. AUA202102680 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], wonende in Aruba, eiser, hierna ook te noemen: [Eiser], gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo, tegen: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, te [adres], gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 1 december 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 10 januari 2022. [Eiser] is in persoon ter zitting verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. [Gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, [eiser] mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 De door [gedaagde] ter zitting ingediende producties zijn overeenkomstig rechtsoverweging 2.3 van het tussenvonnis niet toegelaten en maken om die reden geen deel uit van het procesdossier. 1.3 Vonnis is nader bepaald op heden. 2HET GESCHIL 2.1 [ Eiser] vordert - na vermindering van eis - dat het Gerecht een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren betalingsbevel uitvaardigt tegen [gedaagde] goed voor (Afl. 1.900,- minus Afl. 700,- =) Afl. 1.200,- en Afl. 285,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2021 en voorts te vermeerderen met het salaris van de procesgemachtigde en de door [eiser] betaalde griffierechten. 2.2 [ Gedaagde] voert verweer, dat strekt tot afwijzing van het door [eiser] verzochte. 2.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Partijen hebben overeenkomstig rechtsoverweging 2.8 van het tussenvonnis ter zitting bevestigd dat [gedaagde] een bedrag van Afl. 700,- reeds aan [eiser] heeft betaald. Naar aanleiding daarvan heeft [eiser] ter zitting zijn vordering verminderd tot een bedrag van (Afl. 1.900,- minus Afl. 700,- =) Afl. 1.200,-. 3.3.1 Ter zake van het beroep van [gedaagde] op opschorting van betaling van het door [eiser] thans gevorderde bedrag wordt het volgende overwogen. 3.3.2 [ Gedaagde] legt aan dat beroep de stelling ten gronde dat de bij partijen genoegzaam bekende in opdracht van [eiser] gebouwde mandelige erfafscheidingsmuur (hierna: de muur) gebrekkig is, in die zin dat die scheuren in zich heeft en dat de aansluiting van de muur op die van [eiser] los is geraakt. Daartegenover stelt [eiser] met een door hem overgelegd rapport van expertise van 22 december 2021 van ingenieur [naam ingenieur] (hierna: het rapport) dat sprake is van twee aan de oppervlakte van de muur waargenomen normale op Aruba voorkomende scheuren als gevolg van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.