Vonnis van 6 april 2022 Behorend bij A.R. nr. AUA202001980 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [naam eiser], wonend te Aruba, eiser, hierna: [eiser], gemachtigde: mr. C.J. Hart, tegen: [naam gedaagde], wonend te Aruba, gedaagde, hierna: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingekomen op 17 augustus 2020, - het schriftelijk antwoord, - de conclusie van repliek, - het schriftelijk antwoord. 1.
- Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN 2.
- [ eiser] vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van Afl. 340.024,83 vermeerderd met de overeengekomen rente van 6% per jaar, de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 4.500,-- en de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen. 2.
- [ eiser] voert daartoe -samengevat- aan dat hij aan [gedaagde] een geldlening heeft verstrekt en advocaatkosten voor hem heeft voorgeschoten. Ondanks aanmaning blijft [gedaagde] in gebreke met de terugbetaling van de geldlening en de voorgeschoten advocaatkosten. 2.
- [ gedaagde] voert verweer. 2.
- De stellingen van partijen worden hierna, indien nodig, besproken. 2.
- [ gedaagde] erkent dat [eiser] hem een geldlening heeft verstrekt tegen een rente van 6% per jaar en dat hij met de terugbetaling daarvan in gebreke is. Hij erkent de vordering van [eiser] op grond van de geldlening tot een bedrag van Afl.329.524,--per 1 juli
- Dat bedrag komt overeen met het overzicht dat [eiser] als productie 2 in het geding heeft gebracht. De vordering van [eiser] is tot dit bedrag toewijsbaar. De gevorderde overeengekomen rente zal het gerecht toewijzen vanaf 1 juli
- 2.
- [ gedaagde] betwist dat hij [eiser] geld is verschuldigd in verband met voorgeschoten advocaatkosten. Hij stelt dat [eiser] op eigen beweging en zonder overleg een advocaat heeft ingeschakeld in een juridische kwestie die [gedaagde] had met een andere partij. [eiser] heeft in reactie daarop niet meer gesteld dan dat [gedaagde] een rechtszaak wilde beginnen, maar daar geen geld voor had, waarna [eiser] de advocaatkosten heeft voorgeschoten. [eiser] heeft niet gesteld dat hij met [gedaagde] een afspraak heeft gemaakt over het voorschieten van advocaatkosten en de terugbetaling daarvan door [gedaagde]. In dit verband valt op dat de rekening van de desbetreffende advocaat aan [eiser] is gericht. Kennelijk was hij de opdrachtgever. Nu [eiser] ten aanzien van de feitelijke grondslag van deze vordering onvoldoende heeft gesteld, is voor bewijslevering geen ruimte en zal de vordering worden afgewezen. 2.
- De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen nu niet voldoende is gesteld of gebleken dat dergelijke kosten (anders dan kosten waarvoor de proceskosten een vergoeding insluiten) daadwerkelijk zijn gemaakt. 2.
- De overige stellingen van partijen kunnen onbesproken blijven nu die niet tot een ander oordeel leiden. 2.
- Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] de proceskosten en de beslagkosten van [eiser] moeten vergoeden. 3DE UITSPRAAK Het gerecht: veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 329.524,83 vermeerderd met de overeengekomen rente van 6% per jaar vanaf 1 juli 2020 tot de dag van betaling; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, aan de kant van [eiser] begroot op Afl. 9.768.,-- waarvan Afl. 6.000,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 8); verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, ter openbare terechtzitting van woensdag 6 april 2022 in aanwezigheid van de griffier.