← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2022:125

Vonnis van 30 maart 2022 Behorend bij A.R. nr. AUA201903949 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], in haar hoedanigheid van bewindvoerder van de aan [naam minderjarige] toekomende nalatenschap, wonend te Aruba, eiseres, hierna: [Eiseres], gemachtigde: mr. M.H.J. Kock, tegen: [GEDAAGDE], wonend te Aruba, gedaagde, hierna: [Gedaagde] of vader, gemachtigden: mrs. G.B. Wever en R. Henriquez. 1DE PROCEDURE 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - verzoekschrift, ingekomen op 11 november 2019, - conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, - conclusie van repliek in conventie met vermeerdering van eis en van antwoord in reconventie, - conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, - akte uitlating producties in conventie en conclusie van dupliek in reconventie . 1.2. Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2DE FEITEN in conventie en in reconventie 2.1. [ Gedaagde] is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest de dochter van [overledene]. Uit het huwelijk tussen [gedaagde] en [overledene] is op 21 januari 2012 geboren [naam minderjarige]. 2.2. [ Overledene] is op 7 september 2014 overleden. Bij testament heeft [overledene] [naam minderjarige] tot haar enige erfgenaam benoemd. 2.3. Met betrekking tot het gezag over [naam minderjarige] heeft [overledene] in haar testament bepaald: ‘Voor het geval ten gevolge van mijn overlijden moet worden voorzien in de voogdij over mijn voornoemde dochter, [naam minderjarige], (en mijn echtgenoot niet van rechtswege het gezag heeft) benoem ik tot voogdes mijn moeder [eiseres]’ (…) 2.4. Met betrekking tot het bewind over de nalatenschap heeft [overledene] in haar testament bepaald: ‘Ik stel al hetgeen mijn voornoemde dochter, [naam minderjarige], uit mijn nalatenschap verkrijgt, daaronder begrepen uitkeringen van levensverzekeringen, onder bewind en benoem als bewindvoerster mijn voornoemde moeder, mevrouw [eiseres]. (…) 2.5. [ Eiseres] heeft zich op 14 juli 2017 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg bereid verklaard de voogdij te aanvaarden. 2.6. [ Naam minderjarie] woont bij vader, samen met zijn nieuwe partner en hun twee minderjarige kinderen. 2.7. Tot de nalatenschap behoort volgens beide partijen in ieder geval de onverdeelde helft van: (

  1. i)de inboedelgoederen in de woning te [adres] (
  2. ii)de woning te [adres] (de woning) (iii) de [merk] [model], 2007 (
  3. iv)de [merk] [model], 2010 (
  4. v)het saldo op de bankrekeningen bij Aruba Bank: [bankrekeningnummer] (savings) [bankrekeningnummer] (current) [bankrekeningnummer] (savings) [rekeningnummer] (Setar) (
  5. vi)de vordering op Setar (vii) de belastingteruggaven (viii) de hypotheeklening bij Aruba Bank [hypotheeknummer] (
  6. ix)de studieschuld bij DUO ([gedaagde]) 2.8. [ Gedaagde] heeft in april 2016 een Mortgage Loan Agreement met Aruba Bank gesloten ([mortgage loan nummer]). In de overeenkomst wordt een Loan Amount vermeld van Afl. 131.268,--. 3HET GESCHIL in conventie en in reconventie 3.1. [ Eiseres] vordert na vermeerdering van eis -samengevat- dat het gerecht: I. [gedaagde] beveelt binnen twee weken na het vonnis alle stukken met betrekking tot de nalatenschap aan [eiseres] te verstrekken; II. bepaalt dat [gedaagde] binnen twee weken na het vonnis rekening en verantwoording aflegt aan [eiseres] met betrekking tot de nalatenschap; III. de boedelbeschrijving vaststelt overeenkomstig punt 41 in de conclusie van repliek; IV. [gedaagde] beveelt over te gaan tot scheiding en deling van de nalatenschap; V. de scheiding en verdeling van de nalatenschap vaststelt overeenkomstig punt 42 in de conclusie van repliek; VI. [Naam notaris] benoemt te wiens overstaan de verdeling behoort te worden tot stand gebracht; VII. een onzijdige persoon benoemt voor het geval [gedaagde] weigert of nalatig blijft aan de verdeling mee te werken; VIII. bepaalt dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte althans in de plaats treedt van een eventuele noodzakelijke akte toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening en/of rechtshandeling; IX. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van dit geding, de kosten van de notaris en van de advocaat, althans bepaalt dat de kosten ten laste komen van de nalatenschap; X. [gedaagde] beveelt een psychologisch onderzoek te bewerkstelligen althans dat de Voogdijraad een onderzoek verricht; XI. [gedaagde] beveelt toe te staan dat [eiseres] omgang met [naam minderjarige] heeft; XII. [gedaagde] beveelt om maandelijks Afl. 400,-- te storten op een spaarrekening van [naam minderjarige] bij RBC bank; XIII. [gedaagde] beveelt, voor zover de woning wordt verhuurd, maandelijks de helft van de huurinkomsten te storten op de spaarrekening van [naam minderjarige]. 3.2. [ Gedaagde] voert verweer en vordert in reconventie -samengevat- dat het gerecht: primair I. voor recht verklaart dat [naam minderjarige] is bevoordeeld, althans ongerechtvaardigd verrijkt voor de helft van de investeringen die [gedaagde] heeft gedaan in de woning na het overlijden van [overledene]; II. voor recht verklaart dat [naam minderjarige] is bevoordeeld, althans ongerechtvaardigd verrijkt voor de helft van de aflossingen en rentebetalingen van de restantschuld bij de Aruba Bank en de DUO die [gedaagde] sinds het overlijden van [overledene] heeft betaald; III. voor recht verklaart dat de vorderingen van [gedaagde] op [naam minderjarige] met betrekking tot de investeringen in de woning en de aflossingen en rentebetalingen aan Aruba Bank en DUO kunnen worden verrekend, althans zijn verrekend met de schulden van [gedaagde] aan [naam minderjarige] van Afl. 12.276,01 en Afl. 4.150,00; subsidiair IV. voor recht verklaart dat [gedaagde] een vordering heeft op [naam minderjarige] ten bedrage van de helft van de investeringen door [gedaagde] in de woning na het overlijden van [overledene]; V. voor recht verklaart dat [gedaagde] een vordering heeft op [naam minderjarige] ten bedrage van de helft van de aflossingen en rentebetalingen aan Aruba Bank en DUO; VI. voor recht verklaart dat de vorderingen van [gedaagde] op [naam minderjarige] met betrekking tot de investeringen in de woning en de aflossingen en rentebetalingen aan Aruba Bank en DUO kunnen worden verrekend, althans zijn verrekend met de schulden van [gedaagde] aan [naam minderjarige] van Afl. 12.276,01 en Afl. 4.150,00; primair en subsidiair VII. [Eiseres] veroordeelt in de proceskosten. 3.3. De stellingen van partijen worden indien nodig hierna besproken. 4DE BEOORDELING in conventie en in reconventie 4.1. Gelet op hun samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden besproken. voogdij/gezag 4.2. [ Overledene] heeft in haar testament bepaald dat, voor het geval ten gevolge van haar overlijden zou moeten worden voorzien in de voogdij, zij [eiseres] (haar moeder en grootmoeder van [naam minderjarige]) tot voogdes over [naam minderjarige] benoemt. Uit de stellingen van partijen leidt het gerecht af dat [overledene] ten tijde van haar overlijden op [datum] 2014 nog met [gedaagde] gehuwd was en zij beiden het gezamenlijk gezag hadden over [naam minderjarige]. Door het overlijden van [overledene] is het huwelijk met [gedaagde] ontbonden en heeft [gedaagde] automatisch alleen het gezag gekregen over [naam minderjarige] (zie artikel 1:253f BW). Indien [overledene] met de in haar testament getroffen regeling omtrent de voogdij een situatie voor ogen had dat na haar overlijden een gezagsvacuüm zou ontstaan, is aan die voorwaarde niet voldaan. [Gedaagde] kreeg immers als gevolg van haar overlijden alleen het gezag over [naam minderjarige]. Voor zover [overledene] voor ogen heeft gehad hoe dan ook [eiseres] als voogd te benoemen in geval van haar overlijden, heeft die benoeming op grond van artikel 1:293 BW geen gevolg. Dat [eiseres] de benoeming heeft aanvaard maakt dat niet anders. 4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat [overledene] hetgeen [naam minderjarige] uit haar nalatenschap verkrijgt onder bewind heeft gesteld en [eiseres] heeft benoemd tot bewindvoerder. Evenals [gedaagde] gaat het gerecht er vanuit dat [eiseres] haar vorderingen in die hoedanigheid heeft ingesteld. In de aanhef van het vonnis is dat al tot uitdrukking gebracht. omgangsregeling/ psychologische rapportage 4.4. [ Gedaagde] heeft dus alleen het gezag over [naam minderjarige]. Het gezag heeft onder meer betrekking op de persoon van [naam minderjarige]. [Gedaagde] is als vader met gezag verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], waaronder ook moet worden verstaan het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van [naam minderjarige]. Dat [eiseres] zich als grootmoeder en bewindvoerder bekommert over het wel en wee van [naam minderjarige] is begrijpelijk. Voor een vordering van [eiseres] om [gedaagde] te bevelen een psychologisch onderzoek te bewerkstelligen of te bepalen dat de Voogdijraad een onderzoek verricht ontbreekt echter een wettelijke grondslag. In die vordering in conventie onder X kan [eiseres] niet worden ontvangen. Voor de vordering tot vaststelling van een omgangsregeling is in deze verdelingsprocedure, die in beginsel eindigt met een vonnis, geen plaats. Ook in die vordering in conventie onder XI kan [eiseres] niet worden ontvangen. omvang bewind 4.5. [ Gedaagde] voert in zijn hoedanigheid van ouder met gezag in beginsel ook het bewind uit over het vermogen van [naam minderjarige] (artikel 1:253i lid 3 BW). In dit geval is echter van de wettelijke regeling afgeweken, nu [overledene] in haar testament [eiseres] tot bewindvoerder heeft benoemd. [Gedaagde] erkent dat [eiseres] het bewind voert over het vermogen van [naam minderjarige], maar stelt dat dat bewind zich niet uitstrekt tot uitkeringen die [naam minderjarige] ontvangt op grond van wettelijke regelingen. Die uitleg van het testamentaire bewind is naar het oordeel van het gerecht juist. [Overledene] heeft in haar testament immers bepaald dat zij onder bewind stelt hetgeen [naam minderjarige] uit de nalatenschap verkrijgt, waaronder begrepen uitkeringen van levensverzekeringen. Daaronder vallen niet uitkeringen die [naam minderjarige] op grond wettelijke regelingen ontvangt. Die uitkeringen zou [naam minderjarige] ook hebben ontvangen indien [overledene] haar niet tot enig erfgenaam had benoemd. Dat betekent dat [gedaagde] over die uitkeringen aan [naam minderjarige] het bewind voert en het onder zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid valt hoe die uitkeringen worden besteed. Op grond van artikel 1:253l BW heeft [gedaagde] als ouder met gezag het vruchtgenot van het vermogen van [naam minderjarige]. Het vruchtgenot omvat ook de uitkeringen van SVB en APFA. Dat leidt tot de conclusie dat de vordering in conventie onder I, voor zover het betreft het verstrekken van afschriften van bankrekeningen van [naam minderjarige] en afschriften met betrekking tot uitkeringen die zij ontvangt van SVB en APFA en de vordering in conventie onder XII niet toewijsbaar zijn. Het ouderlijk vruchtgenot omvat ook de helft van opbrengsten uit verhuur van de woning, voor zover daarvan sprake is. Het gaat hier immers ook om opbrengsten van het vermogen van [naam minderjarige], die op grond van artikel 1:253l [gedaagde] toekomen. De vordering in conventie onder XIII is daarom evenmin toewijsbaar. boedelbeschrijving 4.6. Tussen partijen staat vast dat de onder de feiten in 2.7. vermelde vermogensbestanddelen bij de verdeling moeten worden betrokken. In geschil is of dat ook geldt voor de levensverzekering bij Pan American Life die na het overlijden van [overledene] tot uitkering is gekomen. [Eiseres] heeft in haar verzoekschrift deze uitkering in haar beschrijving van te verdelen vermogensbestanddelen in mindering gebracht op de hypotheekschuld, maar bij conclusie van repliek stelt zij dat [naam minderjarige] een vordering heeft op [gedaagde] ten bedrage van de helft van het uitgekeerde bedrag en is de hypotheekschuld voor het volledige bedrag per datum overlijden opgenomen. Met [gedaagde] is het gerecht van oordeel dat de uitkering uit deze levensverzekering buiten beschouwing moet worden gelaten. Het gaat immers om een levensverzekering die tot zekerheid van de aflossing van de hypotheekschuld op het leven van [overledene] is afgesloten. Een zelfde polis werd kennelijk afgesloten op het leven van [gedaagde]. De bedoeling van dit soort polissen is om te voorkomen dat bij overlijden van een van de echtelieden, de ander met een hoge hypotheekschuld achterblijft. Door verpanding van de uitkering aan Aruba Bank als geldverstrekker viel de uitkering derhalve niet (voor de helft) in de nalatenschap van [overledene] en dient deze bij de verdeling buiten beschouwing te worden gelaten. De uitkering strekt dus in mindering op de hypotheekschuld per datum overlijden van [overledene]. Dat leidt ertoe dat de vordering onder III in conventie zal worden afgewezen en het gerecht bij de verdeling uitgaat van de onder de feiten in 2.7. opgenomen vermogensbestanddelen. 4.7. In conventie blijven dan nog ter beoordeling over de vorderingen onder I (deels), II (deels), IV, V, VI ,VII, VIII en IX. Alvorens daarover te beslissen heeft het gerecht behoefte aan nadere inlichtingen. In het licht van de overwegingen hiervoor dient [eiseres] ten aanzien de vordering in conventie onder I nader toe te lichten welke stukken nog ontbreken en ten aanzien van de vordering in conventie onder II op welke specifieke punten zij van [gedaagde] nog rekening en verantwoording verlangt. Ten aanzien van de vorderingen in conventie onder IV, V, VI, VII dient [eiseres] nader toe te lichten hoe die vorderingen zich tot elkaar verhouden en hoe zij een verdeling voor zich ziet, gelet ook op de omstandigheid dat [naam minderjarige] bij [gedaagde] woont en deel uitmaakt van zijn gezin. aanvullende hypotheeklening/toestemming 4.8. Op grond van artikel 1:253k jo. artikel 1:345 BW heeft de ouder toestemming nodig van de rechter om bepaalde handelingen voor rekening van de minderjarige te verrichten. [Gedaagde] stelt dat hij in 2016 een (aanvullende) hypotheeklening van Afl. 120.000,-- heeft afgesloten bij Aruba Bank. In de overgelegde overeenkomst wordt een bedrag van Afl. 131.268,-- vermeld. [Gedaagde] dient hierover duidelijkheid te geven. Hoewel [gedaagde] de hypotheeklening met Aruba Bank is aangegaan en jegens Aruba Bank dus gehouden is tot aflossing van de schuld, geldt tot zekerheid van de geldlening, zo begrijpt het gerecht, de op de woning gevestigde hypotheek ten behoeve van Aruba Bank. [Gedaagde] heeft daarmee in feite beschikt over een goed (de woning) dat mede eigendom is van [naam minderjarige]. [Gedaagde] heeft daarvoor geen toestemming van de rechter. Of, en zo ja welke gevolgen dit heeft en in hoeverre dit van invloed is op de (wijze van) verdeling, hangt mede af van de vraag of [naam minderjarige] nadeel heeft geleden doordat [gedaagde] een aanvullende hypotheeklening heeft gesloten. Daarover wenst het gerecht nadere inlichten van partijen. bevoordeling/ongerechtvaardigde verrijking 4.9. [ Gedaagde] stelt en vordert dat het gerecht dit voor recht verklaart, dat [naam minderjarige] is verrijkt voor de helft van de investeringen die hij heeft gedaan in de woning na het overlijden van [overledene]. Naar het gerecht begrijpt heeft [gedaagde] die investeringen gefinancierd met de aanvullende hypotheeklening. [Gedaagde] zal nader moeten toelichten waarom [naam minderjarige] voor de helft van die investeringen (het geïnvesteerde bedrag?) is bevoordeeld of ongerechtvaardigd verrijkt en eveneens of in het licht van hetgeen hiervoor onder 4.8. is overwogen ten aanzien van het ontbreken van toestemming voor de hypotheeklening en de gevolgen daarvan, redelijk is om die investeringen bij de verdeling te betrekken. 4.10. [ Gedaagde] stelt en vordert dat het gerecht voor recht verklaart dat [naam minderjarige] is verrijkt voor de helft van de aflossingen en rentebetalingen van de restantschuld aan Aruba Bank en DUO die [gedaagde] sinds het overlijden van [overledene] heeft betaald. Voor zover het betreft rentebetalingen op de restantschuld aan Aruba Bank is het gerecht van oordeel dat die lasten voor rekening van [gedaagde] komen uit hoofde van zijn zorgplicht (waaronder het zorgen voor onderdak) voor [naam minderjarige]. 4.11. Ten slotte dient ook [gedaagde] in het licht van de overwegingen hiervoor nader toe te lichten hoe hij een verdeling voor zich ziet, mede ook gelet op de omstandigheid dat [naam minderjarige] bij hem woont en deel uitmaakt van zijn gezin. 4.12. Het komt het gerecht praktisch voor een comparitie van partijen te gelasten, zodat partijen ter zitting kunnen ingaan op de vraagpunten die het gerecht nog heeft. De comparitie van partijen zal ook worden benut om te onderzoeken of partijen in onderling overleg afspraken kunnen maken. Voor de comparitie wordt 2 uur uitgetrokken. 4.13. Indien partijen voorafgaand aan de comparitie van partijen nog relevante actuele stukken in het geding willen brengen, kunnen zij doen tot uiterlijk een week voor de comparitie onder afschrift naar de andere partij. 4.14. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5DE BESLISSING Het gerecht: - gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of het treffen vaan een minnelijke regeling op woensdag 13 april 2022 om 14.00 uur in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat 51; - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 maart 2022 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.