Vonnis van 25 mei 2022 Behorend bij B.B. nr. AUA202101942 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS op het verzet van: [OPPOSANT], te Aruba, opposant, hierna ook te noemen: [Opposant], procederend in persoon, tegen: [GEOPPOSEERDE], te Aruba, geopposeerde, hierna ook te noemen: [Geopposeerde], gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 18 februari 2021 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) tegen [opposant] gerichte verzoekschrift van [geopposeerde], met producties; - het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 2 juni 2021 onder zaaknummer B.B. AUA202100443 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 7.133,30 te vermeerderen met
(1)wettelijke rente gerekend vanaf 18 februari 2021 tot de dag der voldoening en
(2)Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Verder is [opposant] uitvoerbaar bij voorraad bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van zijn proceskosten begroot op Afl. 550,--; - het op 9 juli 2021 ter griffie ingediende verzetschrift van [opposant]; - de op 8 december 2021 door [geopposeerde] genomen conclusie van antwoord in oppositie; - de op 23 februari 2021 tegen [opposant] verleende akte van niet dienen van repliek in oppositie. 1.2 Vonnis nader bepaald op heden. 2HET GESCHIL IN OPPOSITIE 2.1 [ Opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende – de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] alsnog afwijst. 2.2 [ Geopposeerde] voert verweer en concludeert dat [opposant] tot kwaad opposant moet worden verklaard en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet. 2.3 Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING IN OPPOSITIE 3.1 [ Opposant] heeft onbestreden gesteld dat hij eerst op 25 juni 2021 kennis heeft genomen van het betalingsbevel waarvan verzet. Dat betekent dat [opposant] tijdig in verzet is gekomen en daarom daarin ontvankelijk is. 3.2 Bij gelegenheid van antwoord in oppositie heeft [geopposeerde] het meest verstrekkende verweer van [opposant], dat hij de door [geopposeerde] overgelegde huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) nooit heeft voorzien van zijn handtekening, gemotiveerd bestreden. Daartoe heeft [geopposeerde] overgelegd 3 – en dat heeft [geopposeerde] onbestreden gesteld – telkens door [opposant] van zijn handtekening voorziene stukken die identiek zijn aan de handtekening onder de huurovereenkomst, op de echtheid van welke handtekening [geopposeerde] zich beroept. Aldus heeft [opposant] zijn verweer, inhoudende de betwisting van de echtheid van bedoelde handtekening, onvoldoende nader onderbouwd. Dat verweer wordt daarom gepasseerd met als gevolg dat vast komt te staan dat de huurovereenkomst ook is ondertekend door [opposant]. 3.3 Vorenstaande vaststaande omstandigheid brengt met zich dat [opposant] de stelling van [geopposeerde], dat [opposant] Afl. 7.133,30 aan [geopposeerde] verschuldigd is uit hoofde van achterstallige huur, onvoldoende onderbouwd heeft bestreden. Die stelling komt daarom vast te staan. 3.4 Al het hiervoor geschetste in verbinding met de omstandigheid dat [opposant] de nevenvorderingen van [geopposeerde] niet heeft bestreden leidt tot de slotsom dat [opposant] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd. 3.5 [ Opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 3 ad Afl. 500,-- per punt). 4DE BESLISSING IN OPPOSITIE Het Gerecht: -verklaart [opposant] kwaad opposant; -bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; -veroordeelt [opposant] in de kosten van deze verzetprocedure gevallen aan de zijde van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,--. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 25 mei 2022.