Parketnummer: P-2021/10135 Zaaknummer: 222 van 2022 Uitspraak: 2 juni 2022 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2022. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba. De benadeelde partij [aangever] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. De officier van justitie, mr. E. Stevens, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geldboete van Afl. 2.500,-, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, waarvan Afl. 2.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Zijn vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van Afl. 1.000,-, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen zij overigens heeft gevorderd en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft, conform zijn op schrift gestelde en overgelegde pleitnota, vrijspraak bepleit. Ter zake van de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsman geen verweer gevoerd. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 15 oktober 2021, althans in of omstreeks de maand oktober 2021 te Aruba, opzettelijk de eer en/of goede naam van [aangever] heeft aangerand door beschuldiging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van gegevens uit geautomatiseerde werken heeft verspreid en/ofr heeft laten verspreiden en/of door middel van gegevens waarvan de inhoud openlijk ten gehore heeft gebracht en/of laten brengen, immers heeft hij ,verdachte, in een interview tijdens een nieuwsuitzending met [journalist] op [naam tv-zender], met voormeld doel - zakelijk weergegeven- dat die [aangever] onwaarheden heeft verteld bij de Landsrecherche over wie welke portofoon had en/of, dat die [aangever] met de VUT is gegaan om aan onderzoek (door de Landsrecherche) te ontkomen dat die [aangever] als getuige bij de rechter heeft gelogen en/of, dat die [aangever] als getuige bij de Landsrecherche heeft gelogen en/of, dat die [aangever] met de portofoons gesjoemeld heeft en/of dat die [aangever] meewerkt aan diefstal gepleegd door de broer van die [aangever], en/of dat door toedoen van die [aangever] hij, verdachte, zijn baan verloren is. Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak Het Gerecht is van oordeel dat het bewijs tekort schiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte de aan hem verweten uitlatingen verwoord bij de gedachtestreepjes 2, 5, 6 en 7 heeft gedaan. De verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij deze uitlatingen heeft gedaan, terwijl in het procesdossier geen transcripties van het onderhavige interview of opname van het interview voorhanden zijn, zodat niet kan worden nagegaan of de verdachte die uitlatingen al dan niet heeft gedaan. De verklaring van de aangever wordt in deze geenszins ondersteund door de bewijsmiddelen. Het Gerecht acht de verweten uitlatingen verwoord bij het tweede en vijfde tot en met zevende gedachtestreepje derhalve niet bewezen en spreekt de verdachte voor die onderdelen dan ook partieel vrij. Bewezenverklaring Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 15 oktober 2021, althans in of omstreeks de maand oktober 2021 te Aruba, opzettelijk de eer en/of goede naam van [aangever] heeft aangerand door beschuldiging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van gegevens uit geautomatiseerde werken heeft te verspreiden en/ofr heeft te laten verspreiden en/of door middel van gegevens waarvan de inhoud openlijk ten gehore heeft is gebracht en/of te laten brengen, immers heeft hij, verdachte, in een interview tijdens een nieuwsuitzending met [journalist] op [naam tv-zender], met voormeld doel - zakelijk weergegeven- verklaard: dat die [aangever] onwaarheden heeft verteld bij de Landsrecherche over wie welke portofoon had en/of, dat die [aangever] met de VUT is gegaan om aan onderzoek (door de Landsrecherche) te ontkomen dat die [aangever] als getuige bij de rechter heeft gelogen en/of, dat die [aangever] als getuige bij de Landsrecherche heeft gelogen en/of, dat die [aangever] met de portofoons gesjoemeld heeft en/of dat die [aangever] meewerkt aan diefstal gepleegd door de broer van die [aangever], en/of dat door toedoen van die [aangever] hij, verdachte, zijn baan verloren is. Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht. Bewijsoverwegingen De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat de verdachte, op grond van het hem in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) toekomend recht op vrije meningsuiting, tijdens een (door [naam tv-zender]) uitgezonden radio-interview zich heeft uitgelaten over zijn rechtszaak. Volgens de raadsman heeft de verdachte misstanden met betrekking tot portofoons in het Korps Politie Aruba aan de orde gesteld. Naar de mening van de raadsman hebben de uitlatingen van de verdachte bijgedragen aan het publieke debat, zodat er geen sprake is van aanranding van de eer en goede naam van de aangever met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven is. Inleiding Het Gerecht stelt op grond van het verhandelde ter zitting en het procesdossier het volgende vast. De verdachte was binnen het Korps Politie Aruba (verder: het KPA) werkzaam bij het Bureau Integriteit en Veiligheid (hierna: BIV) en werd in 2018 verdacht van verduistering van een politieportofoon, welke portofoon op zijn naam stond geregistreerd. De verdachte is voor dit feit vervolgd. De strafzaak tegen de verdachte werd zowel in eerste aanleg als in hoger beroep berecht. Op 11 oktober 2021 wees het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) vonnis in de strafzaak tegen de verdachte. Een aantal dagen daarna (op 15 oktober 2021) gaf de verdachte, op uitnodiging van een journalist ([journalist]), een interview over voormelde strafzaak. In dit interview, dat via radio en televisie (tijdens de nieuwsuitzending op [naam tv-zender]) werd uitgezonden, liet de verdachte zich uit over de toenmalige coördinator van het BIV, de aangever [aangever]. Daarbij beschuldigde de verdachte de aangever van – kort samengevat – het als getuige ten overstaan van de Landsrecherche en de rechter verklaren van onwaarheden/leugens. De verdachte heeft dat ter terecht zitting ook bevestigd. Het interview werd beschikbaar gesteld op Facebook en op sociale media (Facebook en WhatsApp) gedeeld. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard te hebben geweten dat het interview ‘live’ via radio zou worden uitgezonden en tevens te hebben geweten dat hij tijdens het interview gefilmd werd en dat kijkers hem (later) te zien zouden krijgen. Juridisch kader Smaad(schrift) - artikel 2:223 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (Sr) – is een specifieke vorm van belediging, waarbij strafbaar is gesteld: ”de aanranding van iemands eer of goede naam door beschuldiging van een bepaald feit met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”. Indien deze belediging gepleegd wordt door middel van het verspreiden of openlijk ten gehore brengen van (de inhoud van) geschriften, afbeeldingen of gegevens uit geautomatiseerde werken, levert elk van deze modaliteiten smaadschrift op. De vraag die het Gerecht moet stellen is of de uitlatingen van de verdachte verwoord in de dagvaarding bij het eerste, derde en vierde gedachtestreepje onder smaadschrift in de zin van artikel 2:223, tweede lid, Sr vallen en daarmee dus strafbaar zijn. Aanranding Een belangrijke bestanddeel van artikel 2:223, tweede lid, Sr is de “aanranding van de eer en goede naam” Hiervan is sprake als de reputatie publiekelijk wordt geschaad of aangetast, door iemand bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen. Tijdens het uitgezonden radio-interview heeft de verdachte bepaalde concrete feiten aan het publiek gepresenteerd, waarmee hij de aangever herhaaldelijk heeft beschuldigd van het verklaren van onwaarheden/ leugens bij de betreffende justitiële autoriteiten. Hiermee heeft hij de integriteit van de aangever bij het publiek geschaad en daarmee diens eer en goede naam aangetast. Het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven Het Gerecht is van oordeel dat de verdachte door het doen van deze uitlatingen, terwijl hij wist dat het interview ‘live’ via radio werd uitgezonden en gefilmd en door een veelvoud van willekeurige derden kon worden gezien en beluisterd, opzet heeft gehad op de aanranding van de eer en goede naam van de aangever, waarbij hij het kennelijke doel had om daaraan ruchtbaarheid te geven. Voldoende is dat de verdachte bewust is geweest van de omstandigheid dat derden ervan kunnen vernemen. Smaadschrift Nu het radio-interview werd gefilmd, de inhoud daarvan duurzaam via elektronische weg werd vastgelegd/opgeslagen en via sociale media naar een bredere kring van willekeurige derden werd overgedragen, is, naar het oordeel van het Gerecht, in deze sprake van smaadschrift. Artikel 10 EVRM Het recht op vrije meningsuiting, als gegarandeerd in het eerste lid van artikel 10 EVRM, kan ingevolge het tweede lid van dat artikel worden onderworpen aan beperkingen die (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.