← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2022:209

Zaaknummer: 397 van 2021 Datum beschikking: 21 juli 2022 Beschikking gegeven op het bezwaarschrift ex artikel 1:39 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (Sr) van: [veroordeelde] , wonende in Aruba, thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba (verder: KIA), klager, raadsvrouw: mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: de Minister van Justitie , zetelende te Aruba, verweerder, hierna te noemen de minister, procesgemachtigden: mrs. A.I.N. Fräser en E.L.W. Teepe. 1Procesverloop 1.1 Klager heeft op 5 juli 2022 een bezwaarschrift ex artikel 1:39 Sr ingediend tegen de beschikking van de minister van 5 juli 2022 om de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager met een termijn van zes

(6)maanden uit te stellen. Deze beschikking zal hierna worden aangeduid als de bestreden beschikking. 1.2 Het bezwaarschrift is behandeld op 21 juli 2022, alwaar klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en de procesgemachtigden van de minister, mrs. A.I.N. Fräser en E.L.W. Teepe, zijn gehoord. 1.3 De beslissing is terstond gegeven. 2De feiten 2.1 Klager is bij vonnis van dit gerecht van 10 september 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee
(2)jaren, met aftrek van voorarrest. Voormelde gevangenisstraf wordt thans ten uitvoer gelegd in het KIA. 2.2 Bij de bestreden beschikking heeft de minister zonder advies van het Centraal College voor de Reclassering (hierna: CCR) de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager met zes
(6)maanden uitgesteld met als motivering dat I) klager een notoire recidivist is, II) klagers kans op recidive blijkens het rapport van de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba (verder: de Reclassering) hoog is te noemen, III) klager blijkens het adviesrapport van de afdeling Psychologie ter voorkoming van recidive zijn weerbaarheid dient te versterken en IV) klager blijkens het adviesrapport van de afdeling Maatschappelijk Werk weinig zin heeft om aan een betere toekomst te werken. Daarom bestaan er contra-indicaties die in de weg staan aan het honoreren van de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager, aldus de minister. 2.3 De V.I. commissie van de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA) en Instituto Coreccional Nacional (ICN), bestaande uit vertegenwoordigers van de afdeling Bevolkingszaken, Maatschappelijk Werk, Binnendienst en de inrichtingspsycholoog, heeft bij brief van 8 maart 2022 positief geadviseerd ter zake de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager. 2.4 De Reclassering heeft ook positief geadviseerd terzake de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager 3De beoordeling 3.1 Klager kan in zijn bezwaar worden ontvangen nu het bezwaarschrift tijdig is ingediend. 3.2 De rechtsfiguur van de voorwaardelijke invrijheidstelling is door de wetgever in het leven geroepen en vastgelegd in artikel 1:31 Sr e.v. Door deze aan voorwaarden gebonden (vroegtijdige) invrijheidstelling aan de veroordeelde in het vooruitzicht te stellen wordt getracht het gedrag van de veroordeelde tijdens zijn detentie positief te beïnvloeden. Enerzijds om de orde, rust en veiligheid in de penitentiaire inrichting te handhaven en anderzijds om veroordeelden voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij. De wetgever heeft de bevoegdheid tot verlening van deze invrijheidstelling toegekend aan de minister. 3.3 Ingevolge artikel 1:35, eerste lid, Sr kan de minister in afwijking van artikel 1:31, eerste en tweede lid, Sr niet dan na daartoe strekkend advies van het CCR bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege gelaten. Het gerecht leidt uit de Memorie van Toelichting af dat het de uitdrukkelijke wens van de wetgever is geweest aan het onthouden van de voorwaardelijke invrijheidstelling de voorwaarde te verbinden dat het CCR overeenkomstig heeft geadviseerd. De minister heeft derhalve slechts de bevoegdheid ten gunste van de veroordeelde af te wijken van een advies van de CCR tot achterwege laten of uitstellen van de voorwaardelijke invrijheidstelling en heeft niet de bevoegdheid om zonder advies van de CCR te bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege gelaten. De wetgever heeft bij de laatste wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht voornoemd artikel 1:35, eerste lid, Sr niet gewijzigd. 3.4 Nu het CCR in deze zaak geen advies heeft gegeven ten aanzien van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van klager, heeft de minister, gelet op het bepaalde in artikel 1:35, eerste lid, Sr niet de bevoegdheid de voorwaardelijke invrijheidsstelling van klager uit te stellen. 3.5 Het vorenstaande betekent dat het bezwaar van klager gegrond is en de bestreden beschikking niet in stand kan blijven. Uit de aard van de onderhavige procedure - die blijkens de wetsgeschiedenis in het leven is geroepen met het oog op het verkrijgen van een snelle en duidelijke onherroepelijke rechterlijke uitspraak - volgt dat het gerecht niet met de gegrondverklaring van het bezwaar en de vernietiging van de bestreden beslissing kan volstaan. Het gerecht zal in de plaats van de minister, conform het advies van de V.I. commissie van de DGWA en ICN en de Reclassering, de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager bevelen, onder de algemene voorwaarde dat hij zich gedurende een proeftijd van één
(1)jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde dat hij zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. 4DE BESLISSING Het Gerecht: verklaart het bezwaar gegrond; vernietigt de bestreden beschikking van de minister van 5 juli 2022; beveelt de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager, met ingang van heden; verbindt aan die voorwaardelijke invrijheidstelling de algemene voorwaarde dat klager zich voor het einde van de proeftijd, te bepalen op één
(1)jaar, niet schuldig zal maken aan enig strafbaar feit; verbindt aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling de bijzondere voorwaarde dat klager zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt; bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Deze beschikking is gegeven op 21 juli 2022 door mr. E.M.D. Angela, rechter in voormeld gerecht, in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.