Vonnis van 9 februari 2022 Behorend bij B.B. nr. AUA202102171 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUVIT STORES VBA, handelend onder de naam “CROWN FURNITURE & MORE”, gevestigd in Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Crown, gemachtigde: B. Roos, tegen: [naam gedaagd], wonende in Aruba, [adres gedaagde], GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure tot 27 oktober 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op maandag 6 december 2021. Crown is ter zitting verschenen bij de heer [naam gemachtigde van Crown], die occupeerde voor haar gemachtigde. [gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Crown heeft ter zitting haar eis verminderd met Afl. 450,--. 1.3 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2HET GESCHIL 2.1 Crown vordert dat het Gerecht een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren betalingsbevel uitvaardigt tegen [gedaagde] goed voor (1.353,99 minus 450,-- =) Afl. 903,99, te vermeerderen met contractuele rente ad 1% maandelijks gerekend vanaf 12 mei 2021 en met een vergoeding voor buiten rechte gemaakte incassokosten, kosten rechtens. 2.2 [ gedaagde] voert verweer. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Uit rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis en het verhandelde ter zitting volgt dat [gedaagde] het thans gevorderde (verminderde) bedrag in hoofdsom opeisbaar verschuldigd is aan Crown. Die vordering zal daarom worden toegewezen als na te melden. De nevenvordering van Crown ter zake van contractuele rente over de hoofdsom zal, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen als na te melden. 3.3 De vordering van Crown ter zake van vergoeding voor kosten van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zal ook worden toegewezen, nu is gebleken dat Crown te dezen meer werkzaamheden heeft verricht of laten verrichten dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Naar het oordeel van het Gerecht mocht Crown redelijkerwijs die werkzaamheden (laten) verrichten, en de in overeenstemming met het Procesreglement toe te kennen vergoeding daarvoor, te weten Afl. 375,--, is ook redelijk. 3.4 [ gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Crown, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan griffierechten en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 2 ad Afl. 250,-- per punt). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan Crown te betalen Afl. 903,99, te vermeerderen met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.