Beschikking van 14 maart 2022 VOG nr. AUA202200161 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van: [Klaagster], wonend in Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, gericht tegen de beschikking van 10 januari 2022 van: de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. J.W. Klamer. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 10 januari 2022 heeft verweerder het verzoek van klaagster om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. Op 21 januari 2022 heeft klaagster daartegen een klaagschrift ingediend. Verweerder heeft op 18 februari 2022 een pleitnota met aanvullende stukken ingediend. Klager heeft op 18 februari 2022 aanvullende producties ingediend. Het gerecht heeft de zaak behandeld in raadkamer op 21 februari 2022, waar is verschenen klaagster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel vijf, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, beloopt de termijn acht jaren, indien bij de veroordeling is opgelegd gevangenisstraf. 1.2 Ingevolge artikel 7, eerste lid, wordt de in artikel 5 bedoelde termijn verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven. 1.3 Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. 1.4 Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven. 1.5 Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op: a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden; b. gegevens ontleend aan de registers van de politie; c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld. Standpunten van partijen 2.1 Klaagster heeft de VOG verzocht om als hulpchauffeur te kunnen werken voor een familielid die een taxivergunning heeft. Zij kan zich niet verenigen met de beslissing om haar geen VOG af te geven omdat zij een nog openstaande zaak op haar strafkaart heeft staan, en heeft – zo het gerecht begrijpt – een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verweerder haar anders behandelt dan anderen, namelijk [persoon X] en [persoon Y], aan wie wel een VOG is afgegeven terwijl ook zij openstaande zaken hadden. Verder heeft klaagster aangevoerd, dat hetgeen waarvan zij wordt verdachte, niet aan de afgifte van de VOG in de weg staat. Zij verzoekt om haar klaagschrift gegrond te verklaren en verweerder te gelaten om binnen een week de verzochte VOG af te geven. 2.2 Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klaagster. Aan de bestreden beschikking heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoekster nog een openstaande strafzaak heeft staan op haar strafkaart. Zij wordt verdacht van het valselijk opmaken dan wel vervalsen van een geschrift, en verduistering, geleegd in het jaar 2019 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.