Uitspraak van 13 april 2022 Lar nr. AUA202200708 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], verblijvend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS) en mr. V.M. Emerencia (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij bevelschrift van 20 februari 2022 heeft verweerder de uitzetting van verzoekster bevolen. Hiertegen heeft verzoekster op 9 maart 2022 bezwaar gemaakt. Op 17 maart 2022 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift in de zin van artikel 54 van de Lar ingediend. Op 29 maart 2022 heeft verweerder stukken ingediend. Op 29 maart 2022 heeft verzoekster nadere stukken ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 30 maart 2022, waar zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij de gemachtigden voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 1.2 Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kunnen uitgezet worden personen die tot tijdelijk verblijf werden toegelaten, wanneer zij in het land worden aangetroffen, nadat de geldigheidsduur van hun tijdelijke verblijfsvergunning is verstreken of nadat de geldigheid van de vergunning door enige andere oorzaak is vervallen. Ingevolge het tweede lid geschiedt de uitzetting krachtens een met redenen omkleed bevelschrift van de minister, belast met justitiële aangelegenheden, houdende het bevel Aruba binnen een daarbij te bepalen termijn te verlaten. Het bevelschrift vermeldt de periode waarin aan de betrokkene de toelating tot Aruba zal worden geweigerd; deze periode bedraagt ten hoogste acht jaar. Ingevolge het derde lid wordt bij de bepaling van de in de eerste volzin van het tweede lid genoemde termijn aan betrokkene, indien nodig, voldoende tijd gelaten om orde op zijn zaken te stellen. De feiten 2.1 Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, is op 29 januari 2020 Aruba binnengekomen als toerist met een toegestane verblijfsduur van vier dagen. 2.2 Verzoekster heeft op 5 juni 2020 een asielaanvraag bij het Departamento di Integracion, Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS) ingediend. 2.3 Bij beschikking van 24 oktober 2020 heeft de minister belast met Integratie de asielaanvraag afgewezen. Daarbij heeft hij een vertrektermijn op 30 dagen na dagtekening van die beschikking gesteld. Tegen de afwijzing heeft verzoekster geen rechtsmiddelen aangewend. Verzoekster heeft de vertrektermijn laten verstrijken, zonder Aruba te hebben verlaten. 2.4 Op 20 februari 2022 is verzoekster tijdens een kustcontrole door de medewerkers van het Bureau Vreemdelingentoezicht (GNC) aangehouden. 2.5 Bij onderscheiden bevelschriften van 20 februari 2022 heeft verweerder de uitzetting en de inbewaringstelling van verzoekster bevolen. Nadien heeft verweerder de inbewaringstelling van verzoekster opgeheven en aan haar een meldingsplicht opgelegd. 2.6 Bij bevelschrift van 9 maart 2022 heeft verweerder het bevelschrift tot uitzetting van 20 februari 2022 herhaald. Daartegen heeft verzoekster op 29 maart 2022 bezwaar gemaakt. 2.7 Bij bevelschrift van 9 maart 2022 heeft verweerder de inbewaringstelling van verzoekster bevolen. 2.8 Bij uitspraak van 11 maart 2022 heeft de rechter-commissaris de inbewaringstelling van verzoeker onrechtmatig geacht. De beoordeling 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.