Uitspraak van 10 februari 2022 CVB nr. AUA202001372 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening Ziekteverzekering (LZv) van: [Appellante], wonende in Aruba, APPELLANTE, in persoon tegen de beslissing van 18 mei 2020 van DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, zetelend in Aruba, VERWEERDER, hierna te noemen de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. HET PROCESVERLOOP Bij beslissing van 18 mei 2020, door appellante ontvangen op 29 mei 2020, heeft de bank besloten dat appellante geen recht meer heeft op tegemoetkoming krachtens de LZv in verband met verminderde belastbaarheid wegens mammacarcinoom aangezien twee jaren zijn verstreken sinds de melding van deze ziekte. Tegen deze beslissing heeft appellante op 8 juni 2020 schriftelijk beroep aangetekend. Op 24 juli 2020 heeft de bank een verweerschrift ingediend. Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 27 mei 2021 van dit College behandeld, waar zijn verschenen appellante in persoon en voor de bank drs. De Graaf verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. OVERWEGINGEN Standpunten van partijen 1.1 Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar geen ziekengeld (meer) toe te kennen en stelt zich op het standpunt dat zij niet twee jaar arbeidsongeschikt is geweest wegens dezelfde ziekte. Ter onderbouwing hiervan heeft zij aangevoerd dat zij zich op 5 april 2018 bij de bank arbeidsongeschikt had gemeld omdat die dag een knobbeltje in haar (linker)borst operatief werd verwijderd voor nader onderzoek. Het resultaat van de biopsie was dat zij mammacarcinoom in haar linkerborst had. Vervolgens heeft zij behandelingen (bestraling en chemotherapie) ondergaan en was zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Vanaf 19 maart 2020 was zij volledig arbeidsgeschikt, en heeft zij zich niet meer arbeidsongeschikt gemeld. Eind februari 2020 voelde zij weer een knobbeltje in haar linkerborst. Op 23 april 2020 werd het operatief verwijderd voor nader onderzoek. Het resultaat was dat zij een mammacarcinoom in haar linkerborst had. De eerdere diagnose en behandeling hebben geen verband met deze ziekte, aldus appellante. 1.2 Aan de bestreden beschikking heeft de bank ten grondslag gelegd dat appellante per 5 april 2020 reeds twee jaar tegemoetkoming heeft genoten wegens verminderde belastbaarheid vanwege mammacarcinoom, zodat zij geen recht meer heeft op tegemoetkoming. Ter onderbouwing daarvan heeft de bank het volgende aangevoerd. Appellante heeft zich op 5 april 2018 voor het eerst ziek gemeld wegens deze ziekte, en werd gecontroleerd onder ziektemeldingskaart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.