← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2022:319

Vonnis van 15 juni 2022 Behorend bij A.R. nr. AUA202102818 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap PEPIA EST N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Pepia, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALBOJAPA ENTERPRISES VBA h.o.d.n. ALTAMAR RESTAURANT N.V., gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: Altamar, gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 30 maart 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie zou plaatsvinden op donderdag 28 april 2022. Die comparitie heeft op verzoek van Pepia van 26 maart 2022 (en onder gelijktijdige intrekking van de door haar gevorderde (beweerdelijke) contractuele rente ad 1,5% maandelijks over de hoofdsom) en met instemming van Altamar geen doorgang gevonden, waarna de zaak voor vonnis is verwezen naar de rol. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2HET GESCHIL 2.1 Na vermindering van eis verzoekt Pepia dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Altamar veroordeelt: a. om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021, althans vanaf 29 september 2021, en met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; b. in de proceskosten. 2.2 Altamar voert verweer. Altamar erkent dat zij het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is aan Pepia, maar stelt dat zij geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is aan Pepia. 2.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Uit het tussenvonnis volgt dat de hiervoor onder a. omschreven vordering zal worden toegewezen als na te melden, behoudens de nevenvordering ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. 3.3 Altamar zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 230,65 =) Afl. 980,65 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van tarief 6, ad Afl. 1.500,-- per punt). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt Altamar om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; -veroordeelt Altamar in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.480,65; -verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; -wijst af het meer of anders door Pepia verzochte. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.