Beschikking van 11 januari 2022 E.J. no. AUA202001564 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoeker], wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: de naamloze vennootschap BOULEVARD HOTEL N.V., h.o.d.n. RENAISSANCE ARUBA BEACH RESORT & CASINO, gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: Boulevard, gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 20 april 2021 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -het proces-verbaal van bewijslevering zijdens Boulevard van 18 mei 2021, tevens houdende de verklaring van de gemachtigde van Boulevard dat zij de correct opgeroepen doch niet verschenen getuige [getuige 1] alsnog wil doen horen; -het door dit Gerecht op 19 mei 2021 uitgevaardigde tot de openbare macht gerichte bevel om die getuige voor de rechter te brengen ter terechtzitting van vrijdag 9 juli 2021; -het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 juli 2021, inhoudende de vaststelling door dit Gerecht dat voornoemde getuige niet door de openbare macht is voorgebracht en tevens inhoudende de verklaring van de gemachtigde van Boulevard dat zij afstand doet van die getuige en dat zij geen andere getuigen zal voorbrengen; -de akte van [verzoeker] houdende zijn verklaring dat hij geen contra-enquête wenst te houden (waarop het Gerecht de bewijslevering heeft gesloten en de zaak heeft verwezen naar de rol voor het nemen van conclusies na bewijslevering); -de conclusie na bewijslevering van Boulevard; -de antwoordconclusie na bewijslevering van [verzoeker]. 1.2 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenbeschikking neergelegde overwegingen en beslissingen. 2.2 In deze procedure resteert het antwoord op de vraag of Boulevard heeft kunnen bewijzen dat [verzoeker] op 24 en/of 25 februari 2020 de aan hem ondergeschikten [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) en/of [getuige 1] gedurende hun werktijd in zijn bijzijn alcoholische dranken heeft laten nuttigen en/of voor die werknemers van Boulevard gedurende hun werktijd alcoholische dranken inschonk en aan hen serveerde. 2.3 In dat verband heeft te gelden dat partijen zich in hun respectieve conclusies na bewijslevering over die vraag mochten/konden uitlaten en niet meer dan dat. Dat brengt met zich dat al hetgeen [verzoeker] in de door hem genomen conclusie na bewijslevering heeft opgeworpen anders dan ter beantwoording van bedoelde vraag buiten beschouwing blijft als zijnde ontoelaatbare voortzetting van het partijdebat. Dit temeer omdat het voor Boulevard onmogelijk was om daar nog op te reageren. 2.4 Het Gerecht volgt Boulevard in haar standpunt dat zij in elk geval door middel van het horen van [getuige 2] als getuige heeft kunnen bewijzen dat [verzoeker] gedurende werktijd voor [getuige2] een alcoholisch drankje [getuige 2] heeft ingeschonken, dat drankje aan [getuige 2] gedurende werktijd heeft geserveerd en dat [getuige 2] dat drankje gedurende zijn werktijd op de werkvloer van Boulevard waar ook [verzoeker] nog aanwezig was heeft genuttigd. Aan de hand van tijdens het getuigenverhoor aan [getuige 2] voorgehouden videobeelden heeft [getuige2] immers verklaard dat hij
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.