Beschikking van 8 maart 2022 Behorend bij EJ nr. AUA202103256 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd, tegen [Verweerster], wonende in Aruba, VERWEERSTER, hierna: de moeder, procederend in persoon. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [Belanghebbende 1], de vader, [Belanghebbende 2], de grootmoeder moederszijde, hierna: de voorgestelde voogdes, [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 18 oktober 2021, de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 18 januari 2022, in aanwezigheid van de moeder, de vader, de voorgestelde voogdes en de raadsonderzoekers van de Voogdijraad, mevrouw [X] en mevrouw [Y]. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder is op [geboortedatum] 2014 in Aruba geboren [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige. De minderjarige is niet erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige uit. 2.2 De minderjarige wordt sinds 2017 door de grootmoeder moederszijde verzorgd en opgevoed. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe de moeder van het gezag over de minderjarige te ontheffen en de grootmoeder moederszijde met de voogdij over de minderjarige te belasten. Ter onderbouwing hiervan heeft de Voogdijraad het onderzoeksrapport van 4 oktober 2021 (onderzoeksrapport) overgelegd. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet. Ingevolge artikel 1:268 lid 1 BWA wordt ontheffing niet uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2 onder a tot en met d van dit artikel. 4.2 De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven akkoord te zijn met de inhoud van het onderzoeksrapport. Zij heeft zich niet tegen het verzoek verzet. 4.3 Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het gerecht voldoende vast komen te staan dat de moeder ongeschikt dan wel onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen en dat een ondertoezichtstelling onvoldoende is om de minderjarige voor zedelijke of lichamelijke ondergang te behoeden. Het gerecht overweegt daartoe als volgt. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de grootmoeder moederszijde degene is die sinds 2017 de minderjarige verzorgt en opvoedt. De moeder heeft geen baan en geen financiële stabiliteit. Zij heeft geen inzicht in de behoeften van de minderjarige en toont geen interesse in haar. De Voogdijraad concludeert daarom dat zij ongeschikt dan wel onmachtig is om het gezag over de minderjarige uit te oefenen. 4.4 Gelet op het voorgaande zal het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarige uitspreken. 4.5 In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. De grootmoeder moederszijde is bereid de voogdij over de minderjarige te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om de grootmoeder moederszijde te belasten met de voogdij toewijzen. 5DE BESLISSING Het gerecht: ontheft de moeder [naam verweerster], geboren op [geboortedatum] 1989 in Haïti, van het gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba, benoemt [naam belanghebbende 2], geboren op [geboortedatum] 1968 in Haïti, tot voogdes over de minderjarige, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 8 maart 2022 door de rechter mr. A.J. Martijn in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.