Beschikking van 15 maart 2022 Behorend bij E.J. no. AUA202103398 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA STEVEDORING COMPANY (ASTEC) N.V., gevestigd in Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: Astec, gemachtigden: de advocaten mrs. M.E.D. Brown en A.E. Barrios, tegen: [verweerder], wonende in Aruba, verweerder, hierna ook te noemen: [verweerder], gemachtigden: de advocaten mrs. M.R.M. Reinkemeyer en A.A. Ruiz. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van maandag 20 december 2021. 1.2 Astec is ter zitting verschenen bij haar gemachtigden, die werden vergezeld door de heer [directeur] en mevrouw [HR-administrator] (directeur respectievelijk “HR-administrator” bij Astec). [verweerder] is verschenen samen met zijn gemachtigden. Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd - beiden mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota, beiden voorzien van toegelaten nadere producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Na sluiting van de mondelinge behandeling van de zaak en nadat de zaak door het Gerecht voor beschikking was gesteld zijn partijen op aanraden van het Gerecht schikkingsonderhandelingen aangegaan. Die hebben echter niet geleid tot een regeling tussen partijen. 1.4 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties en overige stukken voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ verweerder] is krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst op 1 november 2002 in loondienst getreden van Astec en was laatstelijk werkzaam als Terminal Operator tegen een bruto maandloon van Afl. 4.930,--. 2.3 Astec heeft [verweerder] op 18 augustus 2021 op staande voet ontslagen nadat de uitslag van een bij [verweerder] afgenomen drugstest positief bleek te zijn voor cocaïne. [verweerder] heeft de nietigheid van dat ontslag ingeroepen en heeft vervolgens bij dit Gerecht een kort-geding procedure gestart waarin hij onder meer doorbetaling van loon en wedertewerkstelling heeft gevorderd. Het Gerecht heeft die vorderingen van [verweerder] toegewezen omdat het voorshands van oordeel was dat op diverse punten, zonder nadere bewijsvoering, niet vast is komen te staan dat er met betrekking tot [verweerder] een zorgvuldige drugstestprocedure is gevolgd. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Astec verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst ontbindt met onmiddellijke ingang danwel op een door het Gerecht te bepalen ander tijdstip op grond van de in haar verzoekschrift omschreven gewichtige redenen indien en voorzover bij rechterlijk gewijsde komt vast te staan dat die arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat, zonder toekenning van enige vergoeding aan [verweerder] en met veroordeling van hem in de kosten van de procedure. 3.2 [ verweerder] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Astec verzochte, en tot veroordeling van haar in de proceskosten. 3.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 Ter beoordeling ligt primair voor de vraag of de door Astec gestelde gedragingen van [verweerder] een (uitgestelde) dringende reden voor ontslag opleveren. Subsidiair ligt de vraag voor of sprake is van veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de dienstbetrekking van [verweerder] bij Astec billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. 4.2 De primaire vraag is reeds ontkennend beantwoord door het Gerecht bij vonnis in het hiervoor onder 2.4 vermelde kort geding. Het Gerecht ziet geen grond of aanleiding om in deze ook op spoed gerichte procedure, waarin de bewijsregels ook niet gelden, tot een andersluidend oordeel te komen, met name omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.