← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2022:58

Beschikking van 1 maart 2022 Behorend bij EJ nr. AUA202103201 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van 1[Verzoeker 1], hierna te noemen de moeder,

  1. [Verzoeker 2], hierna te noemen [Achternaam verzoeker 2], wonende in Aruba, VERZOEKERS, procederende in persoon, Belanghebbende: [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE 1.1 De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 2 november 2021, de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 11 januari 2022, in aanwezigheid van verzoekers in persoon en de Voogdijraad bij de heer [X] 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN De minderjarige voornoemd is geboren uit de moeder. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit. Verzoekers hebben een affectieve relatie en wonen samen. Zij zijn niet gehuwd, evenmin is sprake van een geregistreerd partnerschap. De minderjarige is verwekt door middel van een zaaddonor. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot – naar het gerecht begrijpt – wijziging van het gezag, in die zin dat [achternaam verzoeker 2] gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast. Aan dit verzoek ligt mede de wens van verzoekers ten grondslag om te waarborgen dat, indien de moeder vanwege de risico’s die haar werk als politieagent meebrengt, onverhoopt komt te overlijden, het gezag en de zorg over de minderjarige bij [achternaam verzoeker 2] zal berusten. 4DE BEOORDELING
  2. Het gerecht stelt vast dat op grond van de artikelen 198 en 199 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) een kind juridisch slechts één moeder en (indien bekend) één vader kan hebben. Indien slechts de moeder van het kind bekend is, wordt het gezag uitsluitend door deze uitgeoefend. De wet kent – anders dan in bijvoorbeeld Nederland – geen mogelijkheid om tegelijkertijd nog een andere persoon met het gezag te belasten. Dit betekent dat het verzoek niet kan worden ingewilligd. Daarbij in aanmerking genomen dat dit een keuze van de wetgever is die naar het oordeel van het gerecht niet onverenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Bovendien zou, zo dit anders zou zijn, het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaan, om de gevallen af te bakenen waarin naast het gezag van juridische ouder, ook aan andere verzorgers het gezag over een minderjarige kan worden toegekend.
  3. Ter voorlichting van verzoekers merkt het gerecht op dat de moeder op de voet van artikel 1:292 BWA bij uiterste wilsbeschikking (testament) kan bepalen dat bij haar overlijden het gezag over de minderjarige bij [achternaam verzoeker 2] zal komen te berusten. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 1 maart 2022 in aanwezigheid van de griffier. Datum uitspraak: 1 maart 2022 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ nr. AUA202103201 Inhoudsindicatie: Afwijzing gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder. Rechtsgebieden: Familierecht Rechter: mr. W.C.E. Winfield Bijzondere kenmerken

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.