Vonnis van 23 februari 2022 Behorend bij A.R. nr. AUA202000655 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap Island Finance Aruba N.V., gevestigd te Aruba, eiseres, hierna: IFA, gemachtigde: mr. M.E.D. Brown, tegen: [GEDAAGDE], wonend te Aruba, gedaagde, hierna: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - verzoekschrift met producties, ingekomen op 26 februari 2020, - akte vermindering van eis met producties, - schriftelijk verweer met producties, - conclusie van repliek, - akte niet dienen. 1.2 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN 2.1 IFA vordert na vermindering van haar eis -samengevat- dat het gerecht [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van Afl. 14.647,20 vermeerderd met 27% rente per jaar vanaf 30 november 2017 tot een maximum van Afl. 8.064,49 en na het bereiken van dit maximum vermeerderd met de wettelijke rente en voorts vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, de beslagkosten daarin begrepen. 2.2 IFA legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] tekort komt in de nakoming van de geldleningsovereenkomst die zij op 26 april 2016 met IFA heeft gesloten. De vermindering van eis van IFA is ingegeven door het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 21 april 2020 (ECLI:NL:OGHACMB:2020:84), waarin het onder meer heeft overwogen dat in het geval van kredietverlening aan consumenten met een vaste baan voor een looptijd van een jaar of langer waarbij geen of louter persoonlijke zekerheden (zoals borgtocht) zijn bedongen kan worden aangenomen dat een APR hoger dan 27% nietig is wegens strijd met de Arubaanse goede zeden en openbare orde. 2.3 [ Gedaagde] heeft in haar schriftelijke verweer een opmerking gemaakt over de hoogte van de bedongen rente van 27,25% per jaar en voert aan dat het gelet op haar persoonlijke omstandigheden ondoenlijk is om naast de overige maandelijkse lasten haar verplichtingen jegens IFA na te komen. Het gerecht heeft daarvoor begrip. Voor een gemiddeld huishouden zijn naast de gebruikelijke vaste lasten dergelijke financieringslasten doorgaans een brug te ver. Dat geld lenen geld kost realiseren consumenten zich vaak onvoldoende en de vraag is in hoeverre zij daar door kredietverstrekkers voldoende op worden gewezen. 2.4 Met de hiervoor vermelde uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof is echter gegeven dat in deze zaak een rentepercentage van 27% per jaar toelaatbaar is. IFA heeft haar vordering daarop aangepast en [gedaagde] heeft die gewijzigde vordering niet weersproken. Het gerecht acht de verminderde vordering van IFA daarom toewijsbaar. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn eveneens toewijsbaar. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat zulke kosten zijn gemaakt. 2.5 Dat [gedaagde] die vordering niet ineens zal kunnen voldoen is evident. Het gerecht kan geen betalingsregeling vaststellen. Dat moeten partijen onderling doen. IFA heeft zich bereid verklaard dat te doen. Het gerecht gaat ervan uit dat IFA daarbij in alle redelijkheid rekening zal houden met de financiële positie van [gedaagde], maar ook dat [gedaagde] zich inspant om tot een betalingsregeling te komen. 2.6 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] de proceskosten van IFA moeten vergoeden. DE UITSPRAAK Het gerecht: veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IFA van een bedrag van Afl. 14.647,20 vermeerderd met een rente van 27% per jaar vanaf 30 november 2017 tot een maximum van Afl. 8.064,49 en na het bereiken van dit maximum vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van betaling; veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IFA van Afl. 1.500,-- aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, aan de kant van IFA begroot op Afl. 3.622,35 waarvan Afl. 2000,-- (2 punten, tarief 4) aan salaris gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en is uitgesproken door de rolrechter ter openbare terechtzitting van woensdag 23 februari 2022 in aanwezigheid van de griffier. Datum uitspraak: 23 februari 2022 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: AUA202000655 Inhoudsindicatie: Vordering. Rechtsgebieden: Civiel Rechter: mr. J.A. van Voorthuizen Bijzondere kenmerken:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.