ECLI:NL:OGEAA:2023:98
Vonnis van 1 maart 2023 Behorend bij A.R. AUA201904463 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [eiser], wonende in Aruba, eiser, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. G.L. Griffith, tegen: [gedaagde], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. Ch. Lejuez.
1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.2 Vonnis is bepaald op heden.
2HET GESCHIL 2.1 [ eiser] vordert om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: [eiser] gratis admissie te verlenen; een taxateur te benoemen die belast zal zijn met het vaststellen van de vrije marktwaarde van het onroerend goed gelegen te [adres] in Aruba; de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap te gelasten zoals aangegeven in randnummers 5 tot en met 10 van het verzoekschrift, alles vermeerderd met de wettelijke rente, binnen een door het gerecht te bepalen redelijke termijn, onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor het aan [eiser] uit te betalen bedrag dan wel tot een door het gerecht in goede justitie te bepalen bedrag en van een door het gerecht bepaalde aard; de verdeling van de gemeenschapsboedel van partijen vast te stellen en te bepalen, rekening houdende met de billijkheid en de belangen van partijen; te bepalen dat indien[gedaagde]weigert aan het hiervoor gevorderde te voldoen, het in dezen te wijzen vonnis waarin het gevorderde onder 3 en 4 wordt toegewezen, in de plaats treedt van eventuele noodzakelijke akten; te bepalen dat de overeenkomstig het gevorderde onder 3 en 4 opgemaakte akte(n) rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kunnen worden ingeschreven; [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.
2.2 [ gedaagde] voert hiertegen, voor zover zij niet instemt met de verdelingsvoorstellen van [eiser], gemotiveerd verweer.
2.3 Het gerecht zal op de standpunten van partijen, hierna waar nodig, nader ingaan.
3DE BEOORDELING 3.1 Tussen partijen is het navolgende niet in geschil. Partijen zijn op 10 oktober 2001 te Aruba in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwd. Bij beschikking van 29 september 2014 heeft dit gerecht de echtscheiding uitgesproken tussen partijen en de verdeling van de gemeenschap bevolen (hierna: de echtscheidingsbeschikking). Tevens is, voor het geval partijen daarover niet overeenkomen, benoemd tot notaris te wiens overstaan de verdeling behoort te worden tot stand gebracht, notaris mr. [naam notaris], en is tot onzijdig persoon benoemd om die persoon te vertegenwoordigen die mocht weigeren of nalaten aan de verdeling mee te werken: [naam deurwaarder], deurwaarder, wonende in Aruba.
3.2 De echtscheidingsbeschikking is op 10 februari 2015 ingeschreven in het daartoe bestemde openbare register. Door die inschrijving eindigde het huwelijk van partijen en is sprake van een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (hierna: de gemeenschap). In het licht van dit alles vordert [eiser] thans de verdeling van die gemeenschap met nevenvorderingen.
3.3 Dienaangaande wordt het volgende overwogen.
3.4 Artikel 677 Rv bepaalt, voor zover thans van belang, het volgende: “1. Het vonnis waarbij een vordering tot verdeling van een gemeenschap wordt toegewezen, zonder dat de rechter de vaststelling van de verdeling aan zich houdt, houdt in een bevel tot verdeling ten overstaan van een notaris, alsmede, zo partijen het over de keuze niet eens zijn, de benoeming van deze notaris. (…).
3.5 Artikel 678 Rv luidt als volgt: “1. Indien de notaris partijen niet kan verenigen, constateert hij dit in een proces-verbaal, waarin hij desverlangd opgeeft op welke punten partijen reeds tot overeenstemming zijn gekomen.
3.6 Gesteld noch gebleken is dat partijen in het licht van het dictum van de echtscheidingsbeschikking voormelde wettelijk voorgeschreven marsroute ten overstaan van de door het gerecht bij die beschikking benoemde notaris (zo partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de in te schakelen boedelnotaris) hebben doorlopen. Het gerecht zal daarom bij dit vonnis bepalen dat dit alsnog moet gebeuren.
3.7 Voor zover partijen geen overeenstemming weten te bereiken over de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap, ligt het voor de hand dat zij de verdeling van de gemeenschap laten aanvangen met een boedelbeschrijving in de zin van het eerste lid van artikel 3:194 BW, en dat zij de notaris daartoe gezamenlijk opdracht geven. Zo nodig kan ieder der partijen op de voet van die wettelijke bepaling afdwingen dat de verdeling van de gemeenschap aanvangt met een boedelbeschrijving.
3.8 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden, en de zaak wordt ambtshalve naar de eerstvolgende parkeerrol verwezen. De meest gerede partij kan te zijner tijd zo gewenst en onder overlegging van een proces-verbaal (van non-vereniging) van de notaris in de zin van het eerste lid van artikel 678 Rv en onder overlegging van een door de notaris ter zake van de gemeenschap opgemaakte boedelbeschrijving - zo die is opgemaakt - verzoeken de zaak weer op de lopende rol te plaatsen om verder te procederen. In dat geval zal een comparitie van partijen worden gelast.
4DE UITSPRAAK Het gerecht:
4.1 bepaalt dat partijen ter zake van de verdeling van de gemeenschap alsnog de hiervoor onder 3.4 en 3.5 omschreven wettelijk voorgeschreven weg dienen te volgen ten overstaan van notaris mr. [naam notaris] (zo partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de in te schakelen boedelnotaris), overeenkomstig het dictum van de echtscheidingsbeschikking, desnoods met behulp van de bij die beschikking benoemde onzijdige persoon, 4.2 houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak ambtshalve naar de eerstvolgende parkeerrol.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 maart 2023 in aanwezigheid van de griffier.