Uitspraak van 3 juli 2024 Lar nr. AUA202202466 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIME VIEW EAGLE BEACH RESORT V.B.A., gevestigd in Aruba, APPELLANTE, vertegenwoordigd door haar directeur, de heer J. van Schaijk, gericht tegen: DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ). PROCESVERLOOP Appellante heeft bij brief van 29 juni 2020 (de ambtsvoorganger van) verweerder verzocht om openbaarmaking krachtens de Lob van alle documenten die betrekking hebben op de aan haar verleende optie ter zake van de uitgifte van percelen in erfpacht, waaronder de adviezen en conceptadviezen, interne memo’s en aantekeningen van de betrokken directies Dow, Dip, DEZHI en DNM. Bij beschikking van 6 september 2021 heeft verweerder het verzoek afgewezen. Hiertegen heeft appellante bezwaar gemaakt en tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar beroep ingesteld. Bij uitspraak van dit gerecht van 6 juli 2022 (AUA202200189) heeft het gerecht dat beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder binnen drie maanden een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante. Bij beslissing van 23 juni 2022 op het door appellante ingediend bezwaar tegen de afwijzende beschikking van 6 september 2021 heeft verweerder het verzoek van 29 juni 2020 tot het verkrijgen van informatie op grond van de Lob wederom afgewezen. Hiertegen heeft appellante op 1 augustus 2022 beroep ingesteld door indiening van een pro-forma beroepschrift bij dit gerecht. Op 7 september 2022 heeft appellante de gronden waarop haar beroep berust, aangevuld. Verweerder heeft op 11 november 2022 een verweerschrift ingediend. Appellante heeft op 15 februari 2023 stukken ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2023, waar appellante is verschenen bij haar voornoemde directeur en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Op 3 juli 2023 heeft het gerecht verweerder op de voet van artikel 10 van het Procesreglement (beperkte kennisneming en geheimhouding) gelast de door appellante verzochte stukken aan het gerecht over te leggen. Toen hieraan niet werd voldaan is de zaak wederom behandeld ter zitting op 25 oktober 2023, waar appellante is verschenen bij haar gemachtigde, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Verweerder is vervolgens nogmaals en uitdrukkelijk verzocht de stukken onder geheimhouding aan het gerecht te doen toekomen. Op 20 maart 2024 heeft verweerder de verzochte stukken in een gesloten envelop bij het gerecht ingediend. De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden. OVERWEGINGEN Standpunten van partijen 1.1 Aan de bestreden beslissing heeft verweerder -samengevat- ten grondslag gelegd, dat de door appellante verzochte interne correspondentie tussen overheidsdiensten betreffende een specifieke erfpachtaanvraag voor commerciële doeleinden een feitelijke handeling betreft en geen onderdeel is van een bestuursaangelegenheid die betrekking heeft op beleid van de regering of de minister, zodat het verzoek op de voet van artikel 9, lid 1 van de Lob wordt afgewezen. 1.2 Appellante is het niet eens met deze beslissing, en heeft zich op het standpunt gesteld, dat verweerder met deze afwijzing volledig voorbij gaat aan het doel van de Lob, zijnde dat een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie die betrekking heeft op het openbaar bestuur in al zijn facetten. In dit geval heeft appellante na vele jaren een optie gekregen op een erfpachtgrond en vervolgens voldaan aan alle in de optie gestelde voorwaarden. De overheid heeft het erfpachtrecht echter niet uitgegeven, om de reden dat het overgelegde bewijs van financiering niet zou voldoen, terwijl in talloze andere gevallen (aan derden) wel erfpachtrechten zijn uitgegeven op basis van identieke financieringsbewijzen. Appellante wenst inzicht te krijgen op deze ‘ommezwaai’ van eerst in goed overleg tot erfpachtverlening overgaan naar abrupte beëindiging van de optie. De beoordeling 2.1 Het gerecht stelt voorop dat de omvang van dit geding wordt bepaald door de aanvraag van 29 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.