Uitspraak van 10 juli 2024 Lar nr. AUA202401435 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], domicilie kiezend in Aruba, VERZOEKER, gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ). DE PROCEDURE Bij bevelschrift van 4 april 2024 heeft verweerder de uitzetting van verzoeker bevolen. Daarbij is aan verzoeker tevens een periode van niet toelating van 24 maanden opgelegd. Op 3 mei 2024 heeft verzoeker onderhavig verzoekschrift ingediend. Verweerder heeft op 11 juni 2024 stukken ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 12 juni
- Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Wat verzoekt verzoeker?
- Het verzoek van verzoeker strekt tot schorsing van het bevelschrift tot uitzetting van 4 april
- Wat zijn de relevante feiten? 2.1 Verzoeker, geboren op [geboortedatum] 1995 in Colombia en van Colombiaanse nationaliteit, is op 5 februari 2023 Aruba binnengekomen met een toegestane verblijfsduur van 4 dagen. 2.2 Op 4 april 2024 is verzoeker tijdens een controle, aangehouden en overgedragen aan het GNC voor controle van zijn verblijfsstatus. Bij bevelschrift van 4 april 2024 heeft verweerder de onmiddellijke uitzetting van verzoeker bevolen. Daarbij is aan verzoeker tevens een periode van niet toelating van 24 maanden opgelegd. De beoordeling
- In deze zaak ligt de - ambtshalve te beantwoorden - vraag voor of aan de connexiteitseis is voldaan. 3.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de beschikking onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering te dienen belang. 3.2 Uit deze bepaling volgt dat alleen een ontvankelijk verzoek om schorsing kan worden gedaan als daarnaast bezwaar is gemaakt dan wel (hoger) beroep is ingesteld. 3.3 Vastgesteld wordt dat verzoeker wel bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van 18 april 2024 op zijn op 8 april 2024 ingediende toelatingsaanvraag, maar dat hij geen bezwaarschrift heeft ingediend tegen het uitzettingsbevel van 4 april
- Dit betekent dat niet is voldaan aan de hiervoor genoemde connexiteitseis, zodat het verzoek van verzoeker nie-ontvankelijk moet worden verklaard.
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. BESLISSING Het gerecht: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2024 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.