Vonnis van 21 augustus 2024 Behorend bij A.R no. AUA 202304538 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de verzetzaak van: [Opposante], wonende in Aruba, opposante, hierna ook te noemen: [opposante], gemachtigde: de advocaat mr. Desiree G. Croes, tegen: de coöperatieve vereniging COOPERATIVA DI AHORRO Y PRESTAMO ARUBA, gevestigd in Aruba, geopposeerde, hierna ook te noemen: Capa, gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 15 november 2022 ter griffie ingediende tegen [opposante] gerichte (oorspronkelijke) verzoekschrift van Capa, met producties; - het bij verstek uitgesproken vonnis van 11 oktober 2023 onder zaaknummer A.R. AUA202204016 (hierna: het vonnis waarvan verzet), waarbij [opposante] uitvoerbaar bij voorraad is veroordeeld tot betaling aan Capa van Afl. 19.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2022 tot de dag der voldoening en de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-. Tevens is [opposante] veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van Capa begroot op -totaal- Afl. 3.632,46; - het op 8 december 2023 ter griffie ingediende verzetschrift van [opposante], met producties; - het tussenvonnis van 8 mei 2024 waarbij een comparitie van partijen is gelast; - de comparitie van partijen van 31 mei 2024, waar zijn verschenen [opposante] in persoon, bijgestaan door mr. D.L. Emerencia, occuperende voor haar gemachtigde voornoemd. Capa is verschenen bij haar gemachtigde. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2HET GESCHIL IN OPPOSITIE 2.1 [ Opposante] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: A. [Opposante] tot goed opposant te verklaren op grond van haar in het verzoekschrift geformuleerde stellingen en gronden; B. het vonnis waarvan verzet te vernietigen en – opnieuw rechtdoende – de oorspronkelijke vorderingen van geopposeerde af te wijzen, althans C. een nieuwe behandelingsdatum te gelasten opdat opposant alsnog gehoord kan worden. 2.2 Capa voert verweer dat strekt tot bevestiging van het vonnis waarvan verzet. 2.3 Voor zover voor de uitspraak in oppositie van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING IN OPPOSITIE 3.1 [ Opposante] is tijdig in verzet gekomen. [Opposante] is daarom ontvankelijk in het verzet. 3.2 Rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis in verbinding met de omstandigheid dat ter zitting is gebleken dat [opposante] niets heeft afbetaald op het aan Capa krachtens dat vonnis verschuldigde bedrag, brengen mee dat het verzet van [opposante] in beginsel ongegrond is. [Opposante] heeft zich ter zitting alsnog beroepen op het tweede lid van artikel 6:204 BW, daartoe stellende dat zij het door haar van Capa ontvangen geld, in totaal Afl. 19.000,--, direct heeft doorbetaald aan [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) zonder ook maar 1 cent voor zichzelf te houden. Dat beroep faalt omwille van het volgende. 3.3 Het tweede lid van artikel 6:204 BW ziet op de situatie dat een voor zijn principaal in de verhouding tot de betaler optredende inningsbevoegde vertegenwoordiger een onverschuldigde betaling (te goeder trouw) aan zijn principaal doorbetaalt. In dat geval is de doorbetalende ontvanger van die betaling bevrijdt. De ongedaanmakingsverbintenis komt dan te rusten op de principaal en door de onverschuldigde betaler moet tegen die achterligger worden geageerd. Te denken valt in dit verband aan een door het Gerecht vastgestelde periodieke door een vader te betalen uitkering tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarig kind, welke bijdrage op de voet van artikel 1:408 BW telkens ten behoeve van het kind aan de Voogdijraad moet worden betaald (teneinde te worden doorbetaald aan de verzorger/opvoeder van het kind). Als die door het Gerecht vastgestelde periodieke uitkering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.