Vonnis in kort geding van 28 mei 2025 Behorend bij AUA202403529 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Opposant], te Aruba, opposant, hierna te noemen: [opposant], gemachtigde: advocaat mr. M.O. Lopez, tegen: [Geopposeerde], te Aruba, geopposeerde, hierna te noemen: [geopposeerde], gemachtigde: advocaat mr. P.M.E. Mohamed. 1DE PROCEDURE 1.1 Het Gerecht heeft bij vonnis in kort geding van 30 mei 2024 op vordering van [geopposeerde] bij verstek veroordeeld tot ontruiming van de woonruimte aan de [adres], appartement [appartament nummer], in Aruba. [Opposant] heeft op 27 juni 2024 verzet aangetekend tegen dit vonnis. 1.2 Door een administratieve vergissing is de zaak na het verzet verwezen naar de gewone rol en niet voortgezet als kort geding. [Geopposeerde] heeft vervolgens een conclusie van antwoord in oppositie genomen, waarop [opposant] een conclusie van repliek in oppositie en [geopposeerde] een akte uitlating producties heeft genomen. Daarna is alsnog een mondelinge behandeling in kort geding gepland op 23 mei 2025. Partijen zijn tijdens deze mondelinge behandeling verschenen met hun gemachtigden. [Opposant] werd vergezeld door de heer [betrokkene 1] die als tolk heeft opgetreden. 2HET GESCHIL 2.1 De veroordeling tot ontruiming in het verstekvonnis is gebaseerd op de onweersproken stelling van [geopposeerde] dat haar broer [opposant] als gebruiker van het appartement, dat eigendom is van [geopposeerde], overlast veroorzaakt. De overlast bestaat uit het verbaal lastig vallen en bespioneren van de huurster van de woning (mevrouw [betrokkene 2]) op het terrein, door het mishandelen van katten en door het weigeren te communiceren met [geopposeerde]. Door haar contractuele verplichting om te zorgen voor het ongestoord huurgenot van de huurster van de woning, is [geopposeerde] – nog los van de last die zij zelf van [opposant] heeft - verplicht om op te treden tegen [opposant], die daar inbreuk op maakt. 2.2 [ Geopposeerde] handhaaft in oppositie haar stellingen en stelt dat die moeten leiden tot bevestiging van het verstekvonnis. [Opposant] meent dat hij een aandeel heeft in de eigendom van de onroerende zaak waartoe zijn appartement behoort. Hij betwist dat hij overlast heeft veroorzaakt van een ernst en frequentie die de veroordeling tot ontruiming zou rechtvaardigen. Ontruiming zou bovendien in strijd zijn met het recht op gezinsleven krachtens artikel 8 EVRM. 3DE BEOORDELING 3.1 Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld. 3.2 [ Geopposeerde] heeft gesteld en onderbouwd dat zij eigenaar is van de onroerende zaak waartoe het appartement dat [opposant] gebruikt behoort. [Opposant] heeft geen bewijs geleverd van het tegendeel, zodat dit vaststaat. Geen zakelijk recht van [opposant] staat dus aan een veroordeling tot ontruiming in de weg. Hij ontleent zijn gebruiksrecht slechts aan de (mondelinge) overeenkomst waarmee [geopposeerde] hem dit voor onbepaalde tijd heeft gegund. 3.3 Het is vanzelfsprekend dat de vordering bij verstek van [opposant] is toegewezen, nu de onbetwiste stellingen van [geopposeerde] over de overlast die beslissing konden dragen. Anderzijds: erg ernstig klinkt het voor de voorzieningenrechter allemaal niet, wat [geopposeerde] stelde dat [opposant] haar, de huurster en de katten aandeed. In elk geval heeft de door haar ervaren overlast niet geleid tot het vertrek van de huurster, zoals [geopposeerde] ten tijde van de eerste behandeling in kort geding vreesde. Verder moeten de gedragingen van [opposant] worden bezien in het licht van zijn kennelijk beperkte weerbaarheid en beperkte begrip van wat zijn gedrag voor anderen betekent. 3.4 De voorzieningenrechter heeft zich, ook met partijen ter zitting, afgevraagd of hij naar de toestand van de eerste behandeling in kort geding of naar de toestand van de tweede behandeling moet beoordelen of aan de voorwaarden voor een veroordeling tot ontruiming is voldaan. Het antwoord op deze vraag luidt: het laatste. Om nu door bevestiging van het verstekvonnis de veroordeling tot ontruiming uit te spreken, moet vaststaan dat [geopposeerde]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.