← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2025:172

Vonnis van 23 april 2025 Behorend bij AUA202403538 BB GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiser], wonende in Aruba, te [adres 1], eiser, hierna ook te noemen: [eiser], procederende in persoon, tegen: [Verweerder], wonende in Aruba, te [adres 2], verweerder, hierna ook te noemen: [verweerder], procederende in persoon.

  1. DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 29 januari 2025 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - de comparitie van partijen, gehouden op 13 maart
  2. 1.2 [Eiser] is in persoon ter zitting verschenen. Hoewel behoorlijk opgeroepen is [verweerder] niet verschenen. De ter zitting verschenen [eiser] heeft het woord gevoerd en heeft ook vragen van het Gerecht beantwoord. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2HET GESCHIL 2.1 [ [Eiser] vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [verweerder] veroordeelt: a. om aan [eiser] te betalen Afl. 1.800,-, te vermeerderen met wettelijke rente en voorts te vermeerderen met een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; b. in de kosten van deze procedure. 2.2 [ Verweerder] voert verweer. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Ingevolge rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis moest [eiser] ter zitting de vraag beantwoorden waarom hij meent dat [verweerder] aan hem Afl. 1.800,- verschuldigd is terwijl tussen partijen is afgesproken dat [verweerder] Afl. 500,- zou terugbetalen aan [eiser] voor niet of niet goed door [verweerder] uitgevoerde werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiser]. 3.3 [ Eiser] heeft ter zitting verklaard dat [verweerder] Afl. 1.800,- aan hem moet terugbetalen omdat achteraf is gebleken dat meer schade is toegebracht door [verweerder] aan het dak van de woning van [eiser]. Het Gerecht ziet in het licht van voormelde tussen partijen gemaakte afspraak echter geen grondslag om [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van Afl. 1.800,-. 3.4 [ Eiser] heeft onbetwist gesteld dat [verweerder] tot nog toe geen cent heeft terugbetaald aan hem. Dat betekent dat de vordering van [eiser] ten belope van Afl. 500,-- zal worden toegewezen. 3.5 De gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde niet door [verweerder] betwist, worden toegewezen vanaf veertien

(14)dagen na betekening van dit vonnis aan [verweerder], nu gesteld noch gebleken is dat [verweerder] die rente vanaf een eerder moment verschuldigd is aan [eiser]. 3.6 De door [eiser] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen als zijnde onvoldoende onderbouwd. Gesteld noch is gebleken dat [eiser] dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht of laten verrichten dan die ter voorbereiding en instructie van deze zaak, waarin artikel 63a Rv voorziet. 3.7 [ Verweerder] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser] tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,- aan verschotten (griffiegeld). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: 4.1 veroordeelt [verweerder] om aan [eiser] te betalen Afl. 500,-, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis aan [verweerder] tot aan de dag van de volledige betaling; 4.2 veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-; 4.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.4 wijst af het meer of anders door [eiser] verzochte. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 april 2025 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.