Uitspraak van 2 juni 2025 Gaza nr. AUA202401527 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar als bedoeld in de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klaagster], wonend in Aruba, KLAAGSTER, procederend in persoon, gericht tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ). INLEIDING 1.1 In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klaagster gericht tegen de beslissing van verweerder om aan klaagster een gratificatie toe te kennen van Afl. 750,-, als beloning voor haar loffelijke dienstverlening tijdens de coronacrisis. 1.2 Deze beslissing is gegeven bij Landsbesluit van 12 april 2024 no. 8 (hierna: het bestreden landsbesluit). 1.3 Het gerecht heeft het bezwaar behandeld ter zitting van 2 december 2024, alwaar klaagster in persoon is verschenen, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is hierna nader bepaald op heden. OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. 1.2 Klaagster heeft onweersproken gesteld, dat zij het bestreden landsbesluit op 30 april 2024 heeft ontvangen. Gelet op voornoemde bepaling heeft zij haar bezwaarschrift tijdig ingediend, zodat ze in haar bezwaar kan worden ontvangen. De totstandkoming van het bestreden landsbesluit 2.1 Ingevolge de circulaire van 24 mei 2021, waarin het overheidsbeleid inzake pandemiegratificatie is neergelegd, wordt voor het jaar 2020 eenmalig een pandemiegratificatie beschikbaar gesteld voor drie gradaties van loffelijke dienstverlening tijdens de coronacrisis. Te weten: De overheidswerknemers die boven gemiddeld hebben bijgedragen tijdens de onverwachtse crisisperiode in 2020, bijvoorbeeld overheidspersoneel dat zorg diende te dragen voor de ordehandhaving gedurende de hele dag met een andere focus dan gebruikelijk tijdens hun werkzaamheden (strenger optreden) en overheidswerknemers die onder zeer stressvolle omstandigheden randvoorwaarden, protocollen en/of beleidslijnen hebben ontwikkeld. Overwerk is wel van toepassing en is of wordt uitbetaald. De overheidswerknemers die zich bijzonder hebben ingezet in 2020, maar zonder risico en/of direct contact met besmette personen c.q. die in quarantaine. Het betreft o.a. onder zeer stressvolle omstandigheden ontwikkelen van randvoorwaarden, protocollen en/of beleidslijnen. Hierbij hoort ook het inzetten van processen dan wel begeleiden van personen en projecten ter ondersteuning tijdens de crisisperiode. Overwerk is niet van toepassing/niet uitbetaald. De overheidswerknemers die het meest mogelijke (“above-and-beyond”) hebben gedaan gedurende de crisis in 2020 en die direct in contact zijn geweest met besmette personen voor bijv. het testen en/of begeleiden en/of controleren van mogelijk besmette personen. Ook coördinatoren die gedurende hebben bijgedragen aan processen op nationaal niveau komen hiervoor in aanmerking. Overwerk is niet van toepassing/niet uitbetaald. 2.2 De ministerraad heeft in de vergadering van 19 mei 2020 tevens ingestemd met een het toekennen van gratificaties op 3 niveaus, te weten: a. loffelijke dienstverrichting……………..Afl. 500,- b. zeer loffelijke dienstverrichting………..Afl. 750,- c. bijzonder loffelijke dienstverrichting…..Afl. 1.000,- 2.3 Klaagster is als ambtenaar werkzaam bij de Directie Volksgezondheid in de functie van leidinggevende van de afdeling Warenkeuring en Hygiëne. 2.4 De Directie Volksgezondheid heeft op 11 mei 2022 voorgesteld om aan het aldaar werkzame personeel een pandemiegratificatie toe te kennen, afhankelijk van de verrichte (extra) werkzaamheden en het aantal maanden dat de medewerker zich heeft ingezet. Ten aanzien van klaagster is voorgesteld om haar een gratificatie van Afl. 750,- toe te kennen, omdat zij zich voor 11 maanden - van april 2020 tot en met oktober 2020 en december 2020 tot en met maart 2021 – heeft beziggehouden met het coördineren van Taskforce bedrijven niet-essentiële bedrijven en Aruba Health and Happiness Code. 2.5 Verweerder heeft bij het bestreden landsbesluit aan klaagster een gratificatie toegekend van Afl. 750,- wegens bijzondere toewijding, en daarbij overwogen dat klaagster tijdens de onverwachte crisisperiode in 2020 zich langer dan drie maanden heeft ingezet met andere werkzaamheden, door zorg te dragen aan de ordehandhaving in stressvolle omstandigheden, randvoorwaarden, protocollen en/of beleidslijnen. Wat vindt klaagster?
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.