Vonnis van 4 juni 2025 Behorend bij AUA202303776 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: 1. [Eiser 1]wonend in Aruba, 2. [Eiser 2]wonend in Nederland, 3. [Eiser 2]wonend in Aruba, 4. [Eiser 4]wonend in Aruba, 5. [Eiser 5]wonend in Aruba, 6. [Eiser 6]wonend in Aruba, 7. [Eiser 7]wonend in Aruba, 8. [Eiser 8]wonend op Bonaire 9. [Eiser 9]wonend in Aruba, 10. [Eiser 10]wonend in de Verenigde Staten van Amerika, eisers, gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez, tegen: 1[Gedaagde 1], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Aruba of in het buitenland, gedaagde, verschenen bij [eiser 7] (eiseres sub 7), 2. [Gedaagde 2], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Aruba of in het buitenland, 3. [Gedaagde 3], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Aruba of in het buitenland, 4. [Gedaagde 4], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Aruba of in het buitenland, 5. ALLE BEKENDE EN ONBEKENDE ERVEN VAN WIJLEN [erflater] die is overleden in Aruba op 25 juni 1999 (verder te noemen: de erflater), gedaagden, niet verschenen. 1. DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingekomen op 19 oktober 2023, met producties 1 tot en met 21; - de rolbeschikking van 20 november 2023 waarin de oproeping van gedaagden 1 t/m 4 is bevolen om schriftelijk te antwoorden op het verzoekschrift, op de zitting van 6 maart 2024; - de rolbeschikking van 6 maart 2024 waarin de herhaalde oproeping van gedaagden 1 t/m 4 en de oproeping van mogelijke andere belanghebbenden, gedaagden 5, is bevolen om schriftelijk te antwoorden op het verzoekschrift op de zitting van 3 juli 2024; - de verschijning op 3 juli 2024 van gedaagde 1; - het op 3 juli 2024 tegen gedaagden 2, 3, 4 en 5 verleende verstek; - de rolbeschikking van 13 november 2024 waarin de exploten van oproeping van gedaagden 4 en 5 nietig zijn verklaard (omdat zij zijn opgeroepen tegen de zitting van 6 juli 2024 in de plaats van 3 juli 2024) en waarin de herhaalde oproeping van deze gedaagden is bevolen tegen de zitting van 5 maart 2025; - de op 26 februari 2025 tegen gedaagde 1 verleende akte van niet dienen van antwoord; - het op 5 maart 2025 tegen gedaagden 4 en 5 verleende verstek. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2. DE FEITEN 2.1 Eisers en gedaagden zijn deelgenoten in de nalatenschap van de erflater. Tot de nalatenschap behoort een perceel in erfpacht aan de erflater uitgegeven grond met opstal (verder: de woning), kadastraal geregistreerd als Land Aruba Eerste Afdeling Sectie no. [kadastraal nummer], met als adres [adres], [plaats], Aruba (verder: de onroerende zaak). 2.2 Eiser 1 heeft, met volmacht van eisers 2, 3, 4 en 10, gedaagde 1 en [betrokkene 1] en [betrokkene 2], samen met [betrokkene 3], de onroerende zaak in november 2013 verkocht aan [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (verder: de kopers). De kopers hebben de prijs van Afl. 270.000 betaald op de derdenrekening van notaris [notaris] (verder: de notaris). De kopers hebben hun intrek genomen in de woning. Levering van de onroerende zaak en doorbetaling van de koopprijs door de notaris aan de erven hebben niet plaatsgevonden vanwege het ontbreken van de toestemming en medewerking van alle gerechtigden in de nalatenschap van de erflater. 3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eisers vorderen dat het Gerecht: a. de koopovereenkomst voor recht verklaart; b. de notaris op grond van artikel 3:300 lid 2 BW toestemming verleent om de verklaring van erfrecht van de erflater op te maken en over te gaan tot verdeling van de onroerende zaak; c. gedaagden beveelt te verschijnen bij de notaris om de akte van overdracht te ondertekenen en bepaalt dat bij gebreke van hun verschijning dit vonnis op basis van artikel 3:300 lid 3 BW in de plaats treedt van de akte van overdracht; d. een onzijdig persoon te benoemen om gedaagden te vertegenwoordigen voor het geval dat zij – verschenen zijnde – mochten weigeren aan de verkoop en levering mee te werken; e. (bepaalt dat) de notaris de aan de niet verschenen gedaagden toekomende gelden onder zich houdt houden totdat zij zelf aanwezig zijn; f. in goede justitie een voorziening treft; met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. 3.2 Alleen gedaagde 1 is verschenen (bij haar algemeen gevolmachtigde, eiseres 7). Blijkens de aantekening op de rolzitting van 3 juli 2024 is gedaagde 1 akkoord met de vorderingen. De overige gedaagden zijn niet verschenen, hun mogelijke standpunt is onbekend. 4. DE BEOORDELING 4.1 De (herhaalde) oproepingen van gedaagden hebben plaatsgevonden met inachtneming van de wettelijke termijnen en formaliteiten, zo blijkt uit de door eisers overgelegde exploten en publicaties daarvan. Gedaagden (behalve gedaagde 1, die met de vorderingen instemt) zijn niet verschenen en hebben dus niets betwist. In het algemeen betekent dit, krachtens art. 128 lid 1 tweede volzin Rv, dat de door eisers aan de vorderingen ten grondslag gelegde rechtsfeiten vaststaan en krachtens art. 79 lid 1 dat de daarop gebaseerde vorderingen worden toegewezen, tenzij deze de rechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Dit geldt echter niet zonder meer voor rechtsfeiten waarvan de gevolgen niet ter vrije bepaling van partijen staan; daarvan kan de rechter bewijs verlangen. Voor de beoordeling is verder van belang dat de rechter zonder wettelijke grondslag geen bevel of toestemming kan geven, zeker niet aan een niet als partij in de procedure betrokken derde, en zeker niet om iets te doen waarvan de rechter niet op voorhand kan zeggen of het juist zal zijn. Binnen dit algemene kader oordeelt de rechter over de vorderingen als volgt. 4.2 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.