Uitspraak van 4 juni 2025 Lar nr. AUA202500842 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], domicilie kiezend in Aruba, op het kantoor van de advocaat te [adres], VERZOEKER, gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor, gericht tegen: de minister, belast met het vreemdelingen- en integratiebeleid, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). INLEIDING 1.1 In deze uitspraak beoordeelt het gerecht of de uitvoering van de bestreden beslissing op bezwaar van verweerder van 14 maart 2025 voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. 1.2 Bij de bestreden beslissing op bezwaar heeft verweerder zijn beschikking van 27 mei 2024, inhoudende de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om verlening van een tijdelijke verblijfsvergunning met verblijfsdoel bijzondere band met Aruba, gehandhaafd en het bezwaarschrift van verzoeker ongegrond verklaard. 1.3 Tegen de bestreden beslissing op bezwaar heeft verzoeker op 20 maart 2025 beroep ingesteld bij het gerecht. Op 25 maart 2025 heeft verzoeker tevens onderhavig verzoekschrift ex artikel 54 van de Lar bij het gerecht ingediend. 1.4 Verweerder heeft op 12 mei 2025 producties ingediend. 1.5 Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 14 mei 2025, waar partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden voornoemd. Partijen hebben hun standpunten nader uiteengezet, verweerder aan de hand van schriftelijke aantekeningen, en over en weer op elkaars standpunten gereageerd. 1.6 De uitspraak is bepaald op vandaag. OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 2.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 2.2 Het gerecht constateert dat in deze een beroepschrift aanhangig is, zodat verzoeker kan worden ontvangen in onderhavig verzoek. Het toetsingskader 3.1 Voor het treffen van een voorlopige voorziening, of om de bestreden beslissing op bezwaar te schorsen, moet allereerst sprake zijn van spoedeisend belang. Het gerecht zal die vraag eerst beantwoorden. Hierna zal het gerecht beoordelen of het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft en daarna een eigen belangenafweging maken of er aanleiding bestaat om het verzoek toe te wijzen. Het gerecht stelt voorop dat dit oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure. 3.2 Bij de beoordeling neemt het gerecht het volgende in aanmerking. De standpunten van partijen 4.1 Aan de bestreden beslissing op bezwaar heeft verweerder -samengevat- ten grondslag gelegd, dat verzoeker een vergunning op grond van bijzondere band met Aruba heeft verzocht, terwijl hij geen bijzondere band met Aruba heeft. Weliswaar heeft hij hier een minderjarige zoon, maar deze zoon is niet van Nederlandse nationaliteit. Verder is verzoeker weliswaar als minderjarige (16-jarige) Aruba binnengekomen en heeft hij Aruba niet meer verlaten totdat hij vijf jaar later werd verwijderd, maar hij had al die jaren geen legaal verblijf. Sinds hij in december 2020 Aruba weer is binnengekomen heeft hij geen verblijfstitel. Verzoeker komt niet in aanmerking voor enige vergunning op grond van de hardheidsclausule, noch voor een vergunning op grond van bijzondere band met Aruba. Tenslotte komt verzoeker, op grond van de overgelegde stukken, ook niet in aanmerking voor een vergunning tot tijdelijk verblijf op grond van arbeid in loondienst. Aldus verweerder. 4.2 Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld, dat hij wel degelijk een bijzondere band met Aruba heeft, nu zijn moeder, broer, zus en minderjarige zoon hier wonen. Hij heeft een effectieve family life met zijn zoon, over wie hij gezamenlijk met de moeder het gezag uitoefent. Verzoeker beroept zich op artikel 8 EVRM. Verzoeker verzoekt om schorsing van de bestreden beschikking en het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat hij in Aruba mag verblijven althans alhier wordt toegelaten, totdat in hoogste instantie op het bezwaar is beslist. Hij betoogt daartoe – kort gezegd – dat de afwijzing in bezwaar geen stand zal houden, nu verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn binding met Aruba. Volgens verzoeker ondervindt hij onevenredig nadeel door de afwijzende beslissing, nu hij vanwege het niet hebben van een verblijfstitel Aruba dient te verlaten. Wat zijn de relevante feiten? 5.1 Verzoeker, geboren op [geboortedatum] 1996 in Colombia en van Colombiaanse nationaliteit, is op 16 april 2013 als (minderjarige) toerist Aruba binnengekomen. 5.2 Bij bevelschrift van 23 september 2018 is de verwijdering van verzoeker uit Aruba bevolen. Daarbij is hem een periode van niet toelating opgelegd van 24 maanden. 5.3 Op 6 september 2022 heeft verzoeker het kind, [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2017 in Aruba en van Colombiaanse nationaliteit, erkend. 5.4 Bij brief van 15 november 2023 heeft verzoeker bij verweerder een beroep gedaan op de hardheidsclausule ter verkrijging van een vergunning tot tijdelijk verblijf. 5.5 Op 16 november 2023 heeft verzoeker een aanvraag ingediend bij de DIMAS voor een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel bijzondere band met Aruba. 5.6 Bij beschikking van 27 mei 2024 heeft verweerder besloten dat het beroep van verzoeker op hardheid faalt, en dat hem geen vergunning tot verblijf zal worden verleend. Wat zegt de regelgeving? 6.1 Ingevolge artikel 6, eerste lid van de Landsverordening toelating en uitzetting wordt behalve in de artikelen 1 en 3 vermelde personen niemand in Aruba toegelaten zonder een vergunning tot tijdelijk verblijf of tot verblijf. 6.2 Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ltu), kan een verzoek om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf door of namens de minister, belast met vreemdelingenzaken, worden geweigerd in verband met de openbare orde of het algemeen belang, waartoe ook de bescherming van de volksgezondheid en de arbeidsmarkt wordt gerekend te behoren. 6.3 Het toelatingsbeleid van het Land is neergelegd in het Handboek Toelating 2023. In hoofdstuk 1, paragraaf 1.5.4 van het Handboek is bepaald dat het in bijzondere gevallen wenselijk kan zijn om onder bijzondere omstandigheden de mogelijkheid te geven tot het toepassen van een hardheidsclausule ten aanzien van bepaalde aanvragen. Verder staat in dat hoofdstuk, voor zover hier van belang, het volgende. “1.5.4.1 Vereisten garantsteller Om een beroep te doen op toepassing van de hardheidsclausule, dient de aanvrager: zich reeds (of steeds) op Aruba te bevinden; en te voldoen aan de minimumvereisten zoals opgenomen onder 1.5.4.2; en een betalingsbewijs te overleggen van de betaling van verplichte retributies en leges/vergunningsrechten. 1.5.4.2 Minimale vereisten hardheidsclausule In de hiernavolgende situaties zou een aanvrager een verzoek kunnen indienen voor een hardheidsclausule: het betreft een ingeburgerde Rijksgenoot met een bijzondere binding met Aruba (ingeburgerd verwijst naar onder andere het reeds een lange periode (ruim 10 jaar) hebben van hoofdverblijf in Aruba of het op Aruba gevolgd hebben of afgerond hebben van onderwijs, of het hebben van bijzondere familierechtelijke banden in Aruba); of in gevallen van klemmende redenen van humanitaire aard (bijvoorbeeld verplichte migratie wegens natuurrampen (bijvoorbeeld in St. Maarten); of in gevallen van klemmende redenen van humanitaire aard (bijvoorbeeld langdurig verblijf op Aruba gecombineerd met hoge leeftijd van aanvrager en niet voldoen aan verblijfsdoel “pensioen”); of op Aruba geboren of op zeer jonge leeftijd op Aruba woonachtigen die door verloop van tijd reeds meerderjarig zijn geworden en in dier voege een bijzondere binding met Aruba hebben; of bij langdurig verblijf in Aruba, waarbij betrokkene kan aantonen dat hij minstens vijf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.