Vonnis van 1 oktober 2025 Behorend bij AUA202402948 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA ROLBESCHIKKING in de zaak van: de rechtsvorm naar Angelsaksisch recht [Eiseres] FAMILY TRUST, opgericht in de Verenigde Staten van Amerika, voor deze zaak domicilie kiezende te Aruba, eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. B.M. de Sousa, tegen: [Gedaagde], wonende aan de [adres 1] te [woonplaats], gedaagde, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingekomen op 19 augustus 2024, met producties 1 tot en met 4. 2DE BEOORDELING 2.1 Gedaagde is bij exploot van 3 februari 2025 door de deurwaarder ([deurwaarder]) opgeroepen om te verschijnen op 14 mei 2025 om 8.30 uur ter terechtzitting van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Gedaagde is niet in de procedure verschenen. Vervolgens is gedaagde bij exploot van 24 juni 2025 door de deurwaarder ([deurwaarder]) op een uit het dossier blijkend adres te Aruba (een onroerende zaak waarvan gedaagde volgens eiseres eigenaar) opgeroepen om te verschijnen op 2 juli 2025 om 8.30 uur ter terechtzitting van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Gedaagde is ook nu niet in de procedure verschenen. 2.2 Omdat gedaagde niet in de procedure is verschenen, moet het Gerecht beoordelen of de betekening en de kennisgeving van de oproepingsexploten van het verzoekschrift op zodanige wijze is geschied dat verstek tegen gedaagde kan worden verleend. 2.3 Uit het verzoekschrift van eiseres blijkt dat gedaagde woonachtig is op een adres in Zwitserland. De betekening moet daarom plaatsvinden overeenkomstig het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken van 15 november 1965 (hierna: het Haags Betekeningsverdrag), waarbij zowel Aruba als Zwitserland partij zijn. 2.4 Het Gerecht stelt vast dat de deurwaarder het eerste exploot met de oproepbeschikking op 3 februari 2025 heeft afgegeven aan de directeur van het DWJZ, die het originele oproepingsexploot voor gezien heeft getekend. Ook stelt het Gerecht vast dat het exploot op 6 februari 2025 is gepubliceerd in het dagblad Diario en op 21 februari 2025 is aangekondigd in de Landscourant. Het Gerecht beschikt niet over stukken waaruit kan worden afgeleid dat de betekening van het oproepingsexploot en het verzoekschrift op het woonadres van gedaagde heeft plaatsgevonden overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag. Om die reden heeft de griffier van het Gerecht begin juli 2025 inlichtingen ingewonnen bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (hierna: DWJZ). Bij e-mail van 16 september 2025 heeft een vertegenwoordiger van de DWJZ aan de griffier bericht dat het oproepingsexploot is betekend aan DJWZ en dat vervolgens alleen publicatie in de Landscourant heeft plaatsgevonden. De betekening heeft dus niet plaatsgevonden overeenkomstig de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag en tegen gedaagde kan op basis van deze betekening geen verstek worden verleend. 2.5 Het tweede exploot van 24 juni 2025 is door de deurwaarder op het adres [adres 2] in Aruba in een gesloten envelop achtergelaten. Uit het door eiseres overgelegde uittreksel uit het bevolkingsregister van Aruba blijkt echter dat gedaagde niet op dit adres staat ingeschreven en ook blijkt uit niets dat gedaagde op dat adres verblijft. Nu het exploot niet in persoon aan gedaagde is betekend, kan ook op grond van deze betekening geen verstek aan gedaagde worden verleend. 2.6 Het voorgaande brengt mee dat gedaagde opnieuw moet worden opgeroepen. Gelet op artikel 115 Rv en de daaruit voortvloeiende verplichtingen van het Gerecht, zal het Gerecht de deurwaarder daarom opdragen om gedaagde, overeenkomstig artikel 5 aanhef en onder 8 Rv, artikel 10 lid 1 Rv en door tussenkomst van de DWJZ op te roepen. Verder zal het Gerecht bepalen dat de oproeping moet geschieden via de formele weg zoals neergelegd in de artikelen 3 tot en met 6 van het Haags Betekeningsverdrag. 2.7 Op grond van artikel 3 van het Haags Betekeningsverdrag moet bij de aanvraag bij de centrale autoriteit van Zwitserland gebruik worden gemaakt van het als bijlage bij het Haags Betekeningsverdrag gevoegde modelformulier (in te vullen in de Engelse of Franse taal, zie artikel 7 van het Haags Betekeningsverdrag), vergezeld van twee exemplaren van de gerechtelijke stukken, te weten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.