Vonnis van 10 oktober 2025 Behorend bij AUA202502258 KG t/m AUA202502272 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaken van: 1[Eiser 1], (zaaknummer AUA202502258 KG), hierna te noemen: [eiser 1], 2. [Eiser 2]zaaknummer AUA202502259 KG), hierna te noemen: [eiser 2], 3. [Eiser 3]zaaknummer AUA202502260 KG), hierna te noemen: [eiser 3], 4. [Eiser 4]zaaknummer AUA202502261 KG), hierna te noemen: [eiser 4], 5. [Eiser 5]zaaknummer AUA202502262 KG), hierna te noemen: [eiser 5], 6. [Eiser 6], (zaaknummer AUA202502263 KG), hierna te noemen: [eiser 6],7. [Eiser 7], (zaaknummer AUA202502264 KG), hierna te noemen: [eiser 7],8. [Eiser 8], (zaaknummer AUA202502265 KG), hierna te noemen: [eiser 8],9. [Eiser 9], (zaaknummer AUA202502266 KG), hierna te noemen: [eiser 9], 10. [Eiser 10], (zaaknummer AUA202502267 KG), hierna te noemen: [eiser 10], 11. [Eiser 11], (zaaknummer AUA202502268 KG), hierna te noemen: [eiser 11], 12. [Eiser 12], (zaaknummer AUA202502269 KG), hierna te noemen: [eiser 12], 13. [Eiser 13], (zaaknummer AUA202502270 KG), hierna te noemen: [eiser 13], 14. [Eiser 14], (zaaknummer AUA202502271 KG), hierna te noemen: [eiser 14], 15. [Eiser 15]zaaknummer AUA202502272 KG), hierna te noemen: [eiser 15], allen te Aruba, eisers, hierna gezamenlijk te noemen: de Commissarissen, gemachtigde: de advocaat mr. H.W. Braam, tegen: 1de naamloze vennootschap WATER- EN ENERGIEBEDRIJF ARUBA (W.E.B.) N.V., hierna te noemen: WEB, 2. de naamloze vennootschap ELEKTRICITEIT-MAATSCHAPPIJ ARUBA N.V., hierna te noemen: Elmar, 3. de naamloze vennootschap ARUBA WASTEWATER SUSTAINABLE SOLUTIONS N.V., hierna te noemen: AWSS,4. de naamloze vennootschap ARUBA RENEWABLE ENERGY N.V., hierna te noemen: ARE, 5. de naamloze vennootschap UTILITIES ARUBA N.V.,hierna te noemen: UA, allen te Aruba, gedaagden, gedaagden sub 1. tot en met 4. hierna gezamenlijk te noemen: de Utiliteitsbedrijven, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1. DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 juli 2025; - de akte overlegging producties aan de zijde van de Commissarissen, ingediend op 27 augustus 2025; - de akte overlegging producties aan de zijde van de Utiliteitsbedrijven, ingediend op 28 augustus 2025; - de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 29 augustus 2025. 1.2 Ter zitting zijn [eiser 10] en [eiser 12] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd die tevens is verschenen namens de overige eisers. De Utiliteitsbedrijven en UA zijn verschenen bij hun gemachtigde voornoemd. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd (mede aan de hand van voorgedragen en overgelegde spreekaantekeningen) en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2. DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende (nader) bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende (nader) bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 De Commissarissen zijn benoemd als commissaris bij één of meer van de Utiliteitsbedrijven. De Utiliteitsbedrijven zijn 100%-dochtermaatschappijen van UA, dat op haar beurt een 100%-dochtermaatschappij is van het Land Aruba. De verdeling van de commissarissen over de vennootschappen is als volgt: - bij WEB: [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4] ; - bij ELMAR: [eiser 1], [eiser 5], [eiser 6], [eiser 7], [eiser 8]; - bij AWSS: [eiser 9], [eiser 10], [eiser 11], [eiser 12], [eiser 13] en [eiser 14]; - bij ARE: [eiser 10], [eiser 14] en [eiser 15]. 2.3 Op 8 juli 2025 ontvingen de Commissarissen – zonder voorafgaande waarschuwing – een brief van UA met de volgende inhoud: “Namens de Algemene Vergadering van [het onderhavige utiliteitsbedrijf] wordt u verzocht uw functie en rechtsbetrekkingen met genoemde vennootschap neer te leggen, gelet op het wegvallen van het vertrouwen in de Raad van Commissarissen. U wordt vriendelijk doch dringend verzocht uiterlijk aanstaande donderdag om 17:00 uur kenbaar te maken of u aan dit verzoek zult voldoen. Uw reactie kunt u per e-mail of schriftelijk richten aan ondergetekende. Vertrouwen wordt uitgesproken dat dit op zorgvuldige en professionele wijze wordt afgehandeld.” 2.4 Op 10 juli 2025 hebben de Commissarissen bij brief aan UA verzocht om een gemotiveerde toelichting op het wegvallen van het vertrouwen in de Raden van Commissarissen. Op 11 juli 2025 is daarop het ontslagbesluit genomen. Dit besluit bevat – voor zover hier van belang – de volgende motivering: “I. de netgenoemde vertegenwoordiger fundamenteel andere opvattingen huldigt omtrent de gewenste inrichting, aansturing en maatschappelijke taakopvatting van de bedrijfsvoering van de Vennootschap. (..) K. de netgenoemde vertegenwoordiger een gewijzigde visie heeft op de gehele governance structuur en strategische aansturing van de Vennootschap, welke niet strookt met het functioneren van de huidige Raad van Commissarissen; L. de Raad van Commissarissen, ingevolge artikel 2:19 lid 8 BW, in het bijzonder opkomt voor de belangen van de Aandeelhouder en deze belangen relatief zwaarder laat wegen dan die van de Vennootschap en de daaraan verbonden onderneming; M. de Aandeelhouder van mening is dat de huidige Raad van Commissarissen deze belangenafweging onvoldoende onderkent, dan wel niet bereid is deze in de vereiste zin te maken; N. onder deze gewijzigde omstandigheden heeft de aandeelhouder aanleiding gezien om het functioneren en het handelen van de Raad van Commissarissen te heroverwegen; O. de Aandeelhouder de commissarissen heeft verzocht hun functie en rechtsbetrekkingen met de Vennootschap neer te leggen, gelet op het wegvallen van het vertrouwen in de Raad van Commissarissen; P. de commissarissen hebben hierop gereageerd; Q. op basis van de ontstane inzichten en gewijzigde opvattingen bij de Aandeelhouder komt hij, ondanks de reactie van de commissarissen, tot het standpunt dat er geen sprake meer is van een toereikend vertrouwen in de Raad van Commissarissen; R. de Aandeelhouder ziet in al het voorgaande aanleiding om overeenkomstig artikel 17, lid 12 , van de Statuten het vertrouwen in de Raad van Commissarissen op te zeggen, hetgeen het onmiddellijke ontslag van de leden van de Raad van Commissarissen tot gevolg heeft.” 2.5 De Commissarissen hebben op respectievelijk 14, 15 en 16 juli 2025 jegens de Utiliteitsbedrijven de buitengerechtelijke vernietiging van de ontslagbesluiten ingeroepen. 3. HET GESCHIL 3.1 De Commissarissen verzoeken - samenvattend - 1. de besluiten van de algemene vergadering van de Utiliteitsbedrijven d.d. 11 juli 2025 tot ontslag als commissarissen van de Utiliteitsbedrijven te schorsen, zulks totdat in een binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aanhangig te maken bodemprocedure bij eindvonnis is beslist over de rechtsgeldigheid van die besluiten; 2. de Utiliteitsbedrijven te gebieden om binnen de onder 1. genoemde termijn onverkort over te gaan tot doorbetaling aan de Commissarissen van:-de gebruikelijke bezoldigingen;-de gebruikelijke kostenvergoedingen;-alsmede alle overige uit de commissariaatsverhoudingen voortvloeiende contractuele aanspraken; 3. de Utiliteitsbedrijven gezamenlijk en ieder voor zich te gebieden om zich te onthouden van: het doen van mededelingen aan derden, waaronder persverklaringen, websites, social media, interne memo’s, overheidsinstanties of contractuele wederpartijen, waarin of waardoor de indruk wordt gewekt dat het ontslag van eisers definitief, onherroepelijk of onomstreden is; -al hetgeen wat de reputatie, rechtspositie of professionele integriteit van de Commissarissen kan aantasten; 4. de Utiliteitsbedrijven te gebieden de Commissarissen onmiddellijk en zonder belemmering:-toegang te verschaffen tot alle aan hen individueel gerelateerde bedrijfslocaties van de Utiliteitsbedrijven; -te voorzien van alle relevante vergaderstukken, informatie van het bestuur en communicatievoorzieningen noodzakelijk voor de uitoefening van hun toezichthoudende taken; -in staat te stellen hun werkzaamheden als commissaris op reguliere wijze te hervatten en te verrichten; 5. te bepalen dat de Utiliteitsbedrijven ieder voor zich ten behoeve van de Commissarissen een dwangsom verbeurt van Afl. 2.500,- per dag of gedeelte daarvan dat zij enig onderdeel van de bevelen onder 1, 2, 3 en/of 4 niet of niet volledig naleeft;6. te bepalen dat eventuele reeds benoemde of nog te benoemen opvolgers van de Commissarissen als commissarissen van de Utiliteitsbedrijven gedurende de schorsing van de ontslagbesluiten als bedoeld onder 1.: -geen taken als commissarissen mogen aanvaarden of uitoefenen; -geen toegang mogen verkrijgen tot interne vergaderingen, bedrijfsinformatie of bestuurscommunicatie van de betrokken vennootschappen; -en dat alle handelingen die in strijd zijn met dit verbod, rechtsgevolgen ontberen en als nietig moeten worden beschouwd zolang geen onherroepelijk vonnis is gewezen in de bodemprocedure; -waarbij tevens wordt vastgesteld dat benoemingen van opvolgers die reeds zijn verricht of gedurende de schorsingsperiode alsnog worden verricht, geen rechtsgevolgen sorteren en als anticiperend zonder rechtsbasis dienen te worden beschouwd; 7. dat UA zal worden veroordeeld de gevraagde veroordelingen te gehengen en te gedogen; 8. de Utiliteitsbedrijven hoofdelijk in de kosten te veroordelen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2 UA verzoekt de Commissarissen in hun vordering jegens haar niet-ontvankelijk te verklaren. Daarnaast verzoeken UA en de Utiliteitsbedrijven de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van de Commissarissen in de kosten van dit geding. 3.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4. DE BEOORDELING Ontvankelijkheid 4.1 De Commissarissen stellen dat UA terecht in rechte is betrokken, omdat UA het ontslagbesluit heeft verstrekt. UA heeft als verweer aangevoerd dat zij niet als formele wederpartij van de Commissarissen kan worden aangemerkt, aangezien zij enkel aandeelhouder is van de Utiliteitsbedrijven, en niet één van de vennootschappen waarbij de Commissarissen in functie waren. Dit verweer van UA slaagt. Tussen de Commissarissen en UA bestaat geen directe rechtsverhouding. UA is als 100%-aandeelhouder, slechts participant in de Utiliteitsbedrijven, maar is niet zelf het orgaan en evenmin de vennootschap als rechtspersoon. Dat UA – als 100%-aandeelhouder – de enige en beslissende stem heeft uitgebracht, alsmede een brief aan de Commissarissen heeft verzonden in haar hoedanigheid van aandeelhouder, maakt haar ook geen partij bij het ontslagbesluit. Nu UA geen partij is bij de rechtsverhouding waarop de vordering ziet, ontbreekt de vereiste processuele hoedanigheid. De Commissarissen zijn daarom in hun vordering jegens UA niet-ontvankelijk. Als zodanig zullen de Commissarissen ieder voor zich worden veroordeeld in de proceskosten van UA, tot aan deze uitspraak begroot op (1.500,-- : 15 =) Afl. 100,-- aan salaris voor de gemachtigde. Spoedeisend belang 4.2 De Utiliteitsbedrijven hebben aangevoerd dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Dit verweer wordt verworpen. Het spoedeisend belang volgt voldoende uit de aard en inhoud van de vorderingen en de daaraan door de Commissarissen ten gronde gelegde stellingen. De Commissarissen verlangen een voorlopige voorziening die strekt tot opschorting van de ontslagbesluiten. Nu het in de kern gaat om de beëindiging van een (publiekrechtelijk relevante) toezichthoudende functie met directe gevolgen voor de betrokken vennootschappen, is het belang bij een spoedige beoordeling evident. Inhoudelijke beoordeling 4.3 De Commissarissen stellen – samengevat – dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.