Vonnis van 8 oktober 2025 Behorend bij AUA202502283 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: 1[Eiser 1], 2. [Eiser 2], te Aruba, eisers,hierna gezamenlijk te noemen: [eisers], gemachtigden: de advocaten mrs. D.G. Croes en D.L. Emerencia, tegen: de naamloze vennootschap THE OLIVE TREE FUNERAL HOME N.V., te Aruba, gedaagde,hierna te noemen: Olive Tree, procederend in persoon van haar directeur: de heer [directeur]. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 29 juli 2025; - de conclusie van antwoord met producties, ingediend op 28 augustus 2025; - de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 29 augustus 2025. 1.2 [ Eisers] zijn ter zitting verschenen met hun gemachtigde, mr. Emerencia voornoemd, en namens Olive Tree is verschenen mevrouw [vertegenwoordiger]. Partijen hebben in één termijn (bij wijze van re- en dupliek) het woord gevoerd, mr. Emerencia aan de hand van voorgedragen en overgelegde spreekaantekeningen, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ Overledene] werd 57 jaar geleden in een (familie)graf begraven te [adres], Aruba. Zij was de rechthebbende op het eigendomsrecht van dit graf. 2.3 In juli 2011 hebben [eisers] hun moeder, [moeder van eisers] (hierna te noemen: [moeder van eisers]), op dit bestaande graf laten begraven. Ten behoeve van deze bijzetting hebben [eisers] een grafkelder voor [moeder van eisers] laten bouwen. De kosten voor de bouw van deze grafkelder zijn door [eisers] voldaan. 2.4 In 2025 ontvingen [eisers] het bericht dat de heer [zoon van moeder] (biologische zoon van [moeder van eisers]), zonder hun medeweten, in dezelfde grafkelder als hun moeder was bijgezet door de uitvaartonderneming Olive Tree. 2.5 Olive Tree had toestemming voor de bijzetting verkregen van [zus van moeder], de zus van [moeder van eisers]. [Zus van moeder] had op haar beurt toestemming verkregen van de heer [halfbroer van eisers], een oudere halfbroer van [eisers]. 3HET GESCHIL 3.1 [ Eisers] vorderen – bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad Olive Tree op te dragen geheel op haar kosten binnen 14 dagen na het vonnis de (ten onrechte) begraven persoon in de aan [eisers] toebehorende grafkelder te verwijderen, en het graf in haar oorspronkelijke staat van voor deze begraving te herstellen, dan wel mocht Olive Tree hiervan in gebreke blijven aan [eisers] de toestemming te verlenen hiertoe over te gaan middels een andere begrafenisondernemer. Tevens verzoeken [eisers] om Olive Tree te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2 Olive Tree voert verweer en verzoekt het Gerecht zich onbevoegd te verklaren, althans [eisers] niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel hun vorderingen af te wijzen met veroordeling in de proceskosten inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 4DE BEOORDELING Het Gerecht onbevoegd? 4.1 Olive Tree stelt dat het Gerecht onbevoegd is op grond van artikel 31, lid 3, van de Begrafenisverordening Aruba. Dit artikel bepaalt echter enkel dat het verbod om een graf te roeren niet van toepassing is op graven waaruit een lijkkist wordt verwijderd. Deze bepaling betreft derhalve een uitzondering op een verbod en bevat geen regeling omtrent de bevoegdheid van de rechter. Op grond hiervan kan dan ook niet worden geconcludeerd dat het Gerecht onbevoegd is. 4.2 Daarenboven bepaalt Artikel 9 lid 1 van de Begrafenisverordening Aruba o.a. dat het opgraven en vervoeren van lijken verboden is, tenzij daarvoor een rechterlijk bevel is gegeven. Uit deze bepaling volgt dat de wetgever uitdrukkelijk in de mogelijkheid van rechterlijk ingrijpen heeft voorzien. Het Gerecht leidt hieruit af dat hij bevoegd is om deze zaak inhoudelijk te behandelen. Ontvankelijkheid 4.3 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eisers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het door hun verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Olive Tree wordt daarom verworpen. Spoedeisend belang 4.4 [ Eisers] stellen dat zij een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorziening, aangezien de volgens hen onrechtmatige situatie voortduurt zolang de stoffelijke resten van [moeder van eisers] zich naast een ander lijk in de grafkelder bevindt. Volgens [eisers] vereist deze situatie een onmiddellijke beëindiging, omdat het voortduren ervan de belangen van hen schaadt. Olive Tree betwist het bestaan van een spoedeisend belang en betoogt dat dit belang onvoldoende is komen vast te staan. Ter onderbouwing voert zij aan dat thans geen lijk aanwezig is dat direct in de betreffende grafkelder moet worden bijgezet, zodat geen sprake zou zijn van een spoedeisend belang. 4.5 Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van het spoedeisend belang in kort geding vereist is dat sprake is van een belang dat niet kan worden afgewacht tot de uitkomst van een bodemprocedure. Naar het oordeel van het Gerecht is voldoende aannemelijk gemaakt dat het voortduren van de huidige situatie voor [eisers] een onmiddellijk belang vormen dat niet kan worden genegeerd. Mede gelet op de gevoeligheid en het respect dat behoort te worden betracht ten aanzien van stoffelijke resten en de rustplaats daarvan. Het Gerecht is daarom van oordeel dat het spoedeisend belang van [eisers] voldoende aannemelijk is gemaakt. Onrechtmatige daad jegens de nabestaanden? 4.6 In een kort geding procedure moet aan de hand van het door partijen gestelde, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de procedure in kort geding, de vraag worden beantwoord of de vorderingen van [eisers] in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door haar gevraagde voorzieningen gerechtvaardigd is. Meer in het bijzonder moet de vraag worden beantwoord of in een bodemprocedure al dan niet het oordeel valt te verwachten dat Olive Tree onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld. 4.7 [ Eisers] baseren hun vordering op een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Ter onderbouwing voeren [eisers] aan dat Olive Tree onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door in strijd te handelen met (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.