← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2025:328

Vonnis van 29 oktober 2025 Behorend bij AUA202404107 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: VERENIGING VAN EIGENAREN LAS ROCAS 6, te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: de VVE, gemachtigde: mr. D.G. Illes, tegen: [Gedaagde], te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. D.G. Kock. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de beslissing een comparitie van partijen te bepalen; - de pleitnota namens de VVE; - de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 17 september 2025 waaruit blijkt wie er op de comparitie zijn verschenen. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ Gedaagde] is appartementseigenaar en daarom van rechtswege lid van de VVE. 2.2 Op grond van het Reglement van de VVE heeft de VVE aan [gedaagde] een tweetal boetes opgelegd van Afl. 250,00 per overtreding wegens foutief parkeren van een van zijn drie auto’s. Hij mag namelijk maar gebruik maken van één parkeerplaats maar hij gebruikte er twee. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 De VVE vordert dat het Gerecht, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de volgende beslissingen neemt: “Voor recht te verklaren dat de vastgestelde parkeerregels rechtsgeldig en bindend zijn voor alle leden, inclusief de gedaagde, om toekomstige naleving te waarborgen; Om gedaagde te veroordelen tot betaling van de opgelegde boetes met wettelijke rente, wegens herhaaldelijke overtredingen van de parkeerregels zoals vastgelegd en goedgekeurd door de ledenvergadering; gedaagde te veroordelen In de kosten van deze procedure”. 3.2 [ Gedaagde] voert hiertegen gemotiveerd verweer. 3.3. Het gerecht zal op de standpunten van partijen, hierna waar nodig nader ingaan. 4DE BEOORDELING 4.1 In zijn conclusie van antwoord voert [gedaagde] aan dat hij op grond van de leveringsakte er vanuit mocht gaan dat hij de beschikking zou krijgen over drie parkeermogelijkheden. Het Gerecht overweegt dat de VVE geen partij is bij de leveringsakte. Zij is dan ook niet gehouden om hiervoor te zorgen en evenmin om zich hierdoor in haar gedragingen te laten leiden. [Gedaagde] voert geen verweer tegen de rechtsgeldigheid van het Reglement waarin de boetemogelijkheid van de VVE is voorzien. Daarom moet het gerecht er vanuit gaan dat deze mogelijkheid rechtsgeldig in het Reglement is opgenomen. Uit de stukken die door de VVE in het geding zijn gebracht blijkt dat overigens ook. 4.2 Wel voert [gedaagde] aan dat de boetes een ontoelaatbare inbreuk op zijn eigendomsrecht vormen. Daarin gaat het Gerecht echter niet in mee. Duidelijk is immers dat het Reglement rechtsgeldig is vastgesteld. [Gedaagde] betwist ook niet dat hij in strijd met de regels een van zijn auto's heeft geparkeerd. Dat betekent dat de twee boetes zijn verschuldigd, waarbij het gerecht aantekent dat de VVE aan hem eerst een waarschuwing heeft gegeven. Toen dat niet bleek te helpen is de VVE overgegaan tot het opleggen van de twee boetes. 4.3 Een en ander betekent dat de vorderingen van de VVE worden toegewezen zoals hieronder is beslist. Het Gerecht tekent aan dat de gevorderde verklaring voor recht alleen kan zien op [gedaagde] en niet op de andere appartementseigenaren. Zij zijn immers geen partij in deze procedure. 4.4 Als in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] In de proceskosten veroordeeld. 5DE UITSPRAAK Het gerecht: verklaart voor recht dat de parkeerregels als vermeld in het Reglement bindend zijn voor [gedaagde], veroordeelt [gedaagde] tot betaling van Afl 500,00 wegens overtreding van de parkeerregels, veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de VVE begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht, op Afl 475,00 aan oproepingskosten en op Afl. 100,00 aan salaris gemachtigde, verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 oktober 2025 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.