← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2025:334

Uitspraak van 5 november 2025 Lar nr. AUA202502509 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], wonend in Aruba, VERZOEKER, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, gericht tegen: de Minister belast met Vreemdelingen- en Integratiebeleid, zetelend in Aruba, VERWEERDER, niet verschenen. INLEIDING 1.1 Bij beschikking van 8 augustus 2025 (de bestreden beschikking) is de aanvraag van verzoeker om verlenging van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst, afgewezen. 1.2 Hiertegen heeft verzoeker op 11 augustus 2025 bezwaar gemaakt en een verzoekschrift ex artikel 54 van de Lar bij het gerecht ingediend. 1.3 In deze uitspraak beoordeelt het gerecht of er aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen hangende het bezwaar van verzoeker tegen de bestreden beschikking. 1.4 Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 22 oktober

  1. Verzoeker is bij zijn gemachtigde verschenen. Verweerder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. 1.5 De uitspraak is hierna bepaald op vandaag. BEOORDELING 2.1 Het gerecht ziet aanleiding om de bestreden beschikking te schorsen, totdat op het bezwaar van verzoeker van 11 augustus 2025 is beslist, nu het bezwaar een grote kans van slagen heeft en de uitvoering van de bestreden beschikking onevenredig nadeel met zich brengt voor verzoeker in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. 2.2 Het gerecht legt hierna dit oordeel uit. Daarbij geldt dat dit oordeel een voorlopig karakter heeft en het gerecht niet bindt in een eventuele latere bodemprocedure. Wat is relevant om te weten? 3.1 Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboortelaats] en is van de [nationaliteit] nationaliteit. 3.2 Aan verzoeker is bij beschikking van 4 oktober 2024 een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf verleend met als doel arbeid in loondienst om werkzaam te zijn bij Cunucu “Aruba Dushi Tera”. Deze vergunning was geldig vanaf 19 januari 2024 tot 19 januari
  2. 3.3 Hierna heeft verzoeker een aanvraag ingediend ter verlenging van zijn verblijfsvergunning met hetzelfde doel. Deze aanvraag is bij de bestreden beschikking afgewezen. In deze beschikking staat – voor zover hier van belang – het volgende: “(…) Beslissing: de aanvraag is afgewezen. Uit ambtsberichten is gebleken dat u niet (meer) voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn aan deze verblijfstitel. Conform informatie SVB bij verlenging van een aanvraag dient de aanvrager wel ingeschreven moeten zijn bij de bedrijf Cunucu “Aruba Dushi Tera” VO maar tot nu toe staat het aanvrager niet ingeschreven bij de bedrijf waar hij werkzaam is, waarom met gevolg dat uw aanvraag afgewezen wordt voor alle beide reden. (…).” Wat is het verzoek?
  3. Met het verzoek beoogt verzoeker te bereiken dat hem wordt toegestaan om, hangende de behandeling van het tegen de bestreden beschikking ingediende bezwaarschrift, in Aruba te verblijven en te worden behandeld als ware hij in het bezit van de gevraagde verblijfsvergunning. Verzoeker voert aan dat hij zich tot op heden nog niet heeft kunnen inschrijven bij de Sociale Verzekeringsbank (SVb), hetgeen niet aan hem te wijten is. Hij bevindt zich in een vicieuze cirkel: voor inschrijving bij de SVb is eerst inschrijving bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (Censo) vereist en vervolgens bij de Belastingdienst (DIMP), terwijl de Censo kampt met een aanzienlijke achterstand. Deze achterstand is ook publiekelijk door de Censo bevestigd, onder meer via de media. Verzoeker heeft inmiddels digitaal een afspraak gemaakt voor inschrijving, maar de wachttijd is lang. Omdat inschrijving bij de SVb pas mogelijk is na toekenning van een (identiteits)nummer door de Censo en het DIMP, kan verzoeker zich zonder deze voorafgaande registratie niet bij de SVb inschrijven. Wat zegt de wet?
  4. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. Wat vindt het gerecht? 6.1 Verzoeker heeft naar het oordeel van het gerecht voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich – vanwege achterstanden bij de Censo – zich niet bij de Censo en ook niet bij het DIMP heeft kunnen inschrijven. Het gerecht deelt dan ook het standpunt van verzoeker dat het niet aan hem te wijten is dat inschrijving bij de SVb is uitgebleven, nu daarvoor eerst inschrijving bij de Censo en het DIMP vereist is. Door verzoeker desondanks tegen te werpen dat hij niet bij de SVb is geregistreerd bij zijn werkgever, en op die grond de gevraagde verblijfsvergunning te weigeren, heeft verweerder onzorgvuldig jegens verzoeker gehandeld. Gelet hierop acht het gerecht de kans aanzienlijk dat het bezwaar tegen de bestreden beschikking zal slagen. 6.2 Het gerecht ziet reeds hierin aanleiding om, ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoeker, een voorlopige voorziening te treffen zoals hierna bepaald. Dit temeer nu de afwijzing van de verblijfsvergunning tot gevolg heeft dat verzoeker Aruba op korte termijn dient te verlaten. CONCLUSIE EN GEVOLGEN
  5. Het verzoek zal worden toegewezen. Dit betekent dat de bestreden beschikking wordt geschorst totdat op het bezwaar van verzoeker is beslist. Verzoeker mag de uitkomst van de bezwaarprocedure in Aruba afwachten.
  6. Het gerecht ziet tevens aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten, aan de zijde van verzoeker begroot op een bedrag van Afl. 1.400,- aan gemachtigdesalaris (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt Afl.700,-).
  7. Het gerecht zal tevens restitutie van gestort griffierecht gelasten. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - schorst de beschikking van verweerder van 8 augustus 2025, met kenmerk CRV.5001032379; - bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats], moet worden behandeld als ware hij in het bezit van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst, totdat op het bezwaar van 11 augustus 2025 is beslist; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 1.400,-; - gelast dat het door verzoeker gestorte griffierecht ten bedrage van Afl. 25,- aan hem wordt teruggestort. Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, in samenwerking met mr. drs. A.A. Wever, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 in aanwezigheid van de griffier. Informatie over hoger beroep Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld. Zie ECLI:NL:OGEAA:2025:99

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.