Parketnummer: P-2023/02795 Zaaknummer: 53 van 2025 Uitspraak van: 6 november 2025 bij tegenspraak GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de strafzaak tegen de verdachte: [Verdachte], geboren op [geboorteplaats] 1987 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats] te [adres 1] hierna: de verdachte. 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 november 2025. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Schotman, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw mr. D.L. Carolina, advocaat in Aruba, occuperende voor mr. G.J. Scheper, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat hij op of omstreeks 11 oktober 2023 in Aruba, een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, heeft uitgevoerd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad. 3Voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Inleiding Op 12 oktober 2023 trof de douanerecherche tijdens een routinecontrole bij het bedrijf Post Aruba NV, verdovende middelen aan in het postpakket, inhoudende een koelbox, met registratienummer [registratienummer], van de afzender [verdachte]. In de koelbox trof de politie 5 rechthoekige pakketten inhoudende een substantie lijkende op cocaïne aan. De pakketten wogen samen 619,9 gram. De substantie bleek cocaïne te bevatten. De man [verdachte] werd als verdachte aangemerkt en aangehouden. Bij zijn aanhouding werden zijn Arubaanse rijbewijs en [nationaliteit] identiteitsbewijs aangetroffen en onderzocht. Op zijn rijbewijs luidt zijn achternaam [verdachte] en op zijn Colombiaanse identiteitsbewijs [verdachte] (zie bijlage 9, proces-verbaal van aanhouding verdachte). 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, en heeft daartoe gewezen op de bevinding van de douanerecherche en het proces-verbaal van wegen en testen van de aangetroffen cocaïne. De vraag of de verdachte wist dat in het pakket cocaïne zat, antwoordt de officier van justitie bevestigend. Zij heeft betoogd, dat verdachte heeft verklaard dat hij deze doos als gunst voor een familielid heeft verzonden, en dat hij die persoon heeft gevraagd of er iets illegaals in de doos zat, en dat hij die persoon heeft vertrouwd toen hij zei dat er niets illegaals in de doos zat. Het betreft echter een vrij kleine doos, waaruit een sterke geur van verdovende middelen kwam en die veel zwaarder was dan verwacht. Verdachte heeft met die doos rondgelopen en moet dit hebben gemerkt. De verzendkosten waren bovendien vrij hoog en de koelbox is in Australië, waar het pakket heen moest, waarschijnlijk veel goedkoper. Uit deze omstandigheden volgt de betrokkenheid van verdachte op de uitvoer van cocaïne, aldus de officier van justitie. 4.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat in de doos, die hij op verzoek van een vertrouwde familievriend naar het postkantoor bracht, cocaïne zat. Hij handelde volledig in goed vertrouwen, vroeg expliciet naar de inhoud en kreeg bevestiging dat het pakket niets illegaals bevatte. Het dossier bevat, aldus de raadsvrouw, geen concreet bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat er drugs in het pakket zaten; het gewicht, de verpakking, noch de geur van de koelbox vormden aanleiding tot argwaan. Verdachte vervoerde het pakket slechts enkele minuten, had geen feitelijke macht over de inhoud en had geen financieel belang. Daarnaast heeft de politie nagelaten onderzoek te doen naar de persoon die het pakket daadwerkelijk had verzonden, wat volgens vaste rechtspraak niet ten nadele van verdachte mag worden uitgelegd. Op basis hiervan ontbreekt zowel opzet (direct of voorwaardelijk) als schuld (culpa), zodat vrijspraak geboden is. Aldus nog steeds de raadsvrouw. 4.4 Het oordeel van het Gerecht 4.4.1 Bewijsoverweging ten aanzien van een bewijsverweer De verdachte wordt verweten dat hij op 11 oktober 2023 een hoeveelheid cocaïne heeft uitgevoerd. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het uitvoeren van cocaïne, omdat de verdachte geen wetenschap had van de inhoud van het pakket. Het Gerecht overweegt als volgt. In deze staat vast dat op 11 oktober 2023 in een postpakket, bestemd voor een persoon in Australië, cocaïne is aangetroffen. Vast staat ook dat verdachte het pakket bij Post Aruba voor verzending heeft ingeleverd en dat zijn naam als afzender van het pakket staat vermeld. Onder het uitvoeren van drugs, wordt mede verstaan het aanbieden daarvan ter verzending naar het buitenland. Voor een veroordeling ter zake van uitvoer van verdovende middelen is opzet vereist, al dan niet in voorwaardelijke zin. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van het pakket. Van vol opzet is naar het oordeel van het Gerecht dan ook geen sprake. Van voorwaardelijk opzet is sprake indien de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich een verboden gevolg – in dit geval de uitvoer van cocaïne – zou voordoen. Dat laatste is hier wel het geval. Uit de bewijsmiddelen, met name de camerabeelden binnen het postkantoor, volgt dat de verdachte op 11 oktober 2023 rond 9:26 uur, met de doos inhoudende de koelbox in zijn handen het postkantoor binnenkwam, en hiermee naar de kassabalie liep. Daar heeft hij ruim twee minuten gewacht op een werknemer van het postkantoor die een witte doos voor hem kwam brengen, waarin bedoelde doos met koelbox werd gedaan. Verdachte heeft het “Despatch Note & Adress Label” (het verzendformulier) ingevuld met gegevens van de afzender en de ontvanger, en als afzender zijn eigen naam opgegeven. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de douanerecherche volgt dat de doos ruim 2.6 kilogram woog en dat de door de verdachte betaalde verzendkosten Afl. 105,23 bedroegen. Verder volgt uit dat bewijsmiddel, dat de verbalisant een sterke geur rook toen zij de doos van de koelbox vasthield, en dat de doos zwaarder was dan zij verwachtte. Dit alles maakt dat verdachte rekening had moeten houden met de kans dat het pakket illegale goederen (bijvoorbeeld drugs), bevatte. Dat hij daarmee ook rekening had gehouden volgt uit zijn eigen verklaring, dat hij degene voor wie hij de gunst had gedaan, uitdrukkelijk had gevraagd of er iets illegaals in de doos zat. Door de doos met inhoud, kennelijk zonder deze nader te controleren, naar het postkantoor te brengen en het daar ter verzending aan te bieden, heeft hij willens en wetens het risico aanvaard dat hij daarmee iets illegaals, in dit geval cocaïne, zou uitvoeren. Het Gerecht is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de uitvoer van cocaïne. Het aan de verdachte tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen. 4.4.2 Bewezenverklaring Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande: dat hij op of omstreeks 11 oktober 2023 in Aruba, een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de landsverordening verdovende middelen, heeft uitgevoerd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad. Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. 4.4.3 Bewijsmiddelen Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. * De verklaring van de verdachte, op 6 november 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende: Willy Bourges is een neef van mijn vader en ik ken hem vanaf toen ik klein was. Willy had mij gevraagd om het pakket, inhoudende een koeler bestemd voor zijn jarige zoon, die in Australië woont, voor hem te posten, omdat zijn paspoort was vervallen. Ik heb hem gevraagd of er iets illegaals in de doos zat en hij “nee”. Ik vertrouwde hem. Hij gaf mij het geld om de kosten te betalen. Willy gaf mij een papiertje waarop alle gegevens van de ontvanger stonden en dat heb ik aan de dame bij de balie gegeven om het formulier in te kunnen vullen. Ik heb mijn identiteitsbewijs getoond. * Een proces-verbaal van bevinding van de Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, sectie Douane Recherche en Informatie van 12 oktober 2023 (bijlage 3), voor zover inhoudende, als relaas van de douanerechercheur, [douanerechercheur], -zakelijk weergegeven: Op donderdag 12 oktober 2023, gedurende een routinecontrole in het hoofdgebouw van het overheidsbedrijf Post Aruba N.V., met behulp van mijn speurhond Jack, gaf Jack een positieve melding op een postpakket met registratienummer [registratienummer]. Het postpakket met registratie [registratienummer] was voorzien van de volgende gegevens. Verzender: Geadresseerde: [Verdachte] [betrokkene] (…) [adres 2] (…) [postcode] Aruba Australia Ik opende het betreffende postpakket en trof een kartonnen doos aan met de opdruk Coca Cola Classic Thermoelectric Cooler. In de doos zat een Cooler en bij het uithalen van die Cooler constateerde ik een sterke geur en een zwaar gewicht. Met een fretboortje heb ik een gaatje gemaakt aan de zijkant van de Cooler. Bij het uithalen van het fretboortje zag ik dat een wit poederachtige substantie aan de punt van het fretboortje kleefde. Ik heb het postpakket in beslag genomen en hierna overgedragen aan het KPA, Unit Narcotica, voor verder onderzoek. Als bijlage bij dit proces-verbaal, het “Despatch Note & Address Label” van Post Aruba NV van 11 oktober 2023, met daarop de gegevens van de “Sender” en “Addressee”, het gewicht, de inhoud en de verzendkosten met de hand geschreven. * Een proces-verbaal van wegen en testen d.d. 14 oktober 2023 met foto’s (bijlage 4), voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant: Inleiding Op 12 oktober 2023 ontving de unit een postpakket van de douanerecherche. Op 13 oktober 2023 werd een onderzoek ingesteld aan de inhoud van de verdovende middelen die uit een kleine koelbox werden gehaald. De inbeslaggenomen verdovende middelen betroffen: Eén kleine koelbox inhoudende één
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.