Vonnis van 7 januari 2026 Behorend bij A.R. AUA202404081 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident tot inzage van: [Eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident], te Aruba, hierna ook te noemen: de man, eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, gemachtigde: mr. G.W. Rep, tegen: [Gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident], te Aruba, hierna ook te noemen: de vrouw, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, gemachtigden: mrs. M.F. Murray en S.J.C. Anthonio 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het inleidend verzoekschrift van de man met producties, ingediend op 15 november 2024, - de conclusie van antwoord tevens inhoudende de incidentele conclusie houdende verzoek overleggen stukken van de vrouw met producties; - de conclusie van antwoord in het incident van de man met producties; - de akte van uitlating van de vrouw; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 6 november 2025. Na de mondelinge behandeling heeft het Gerecht nog van partijen ontvangen: - de brief van de man met producties, - de e-mail van de vrouw met producties. 1.2 De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2HET VERZOEK 2.1 De vrouw vordert in het incident dat het Gerecht bij vonnis – uitvoer bij voorraad – de man veroordeelt tot het verzamelen van de volgende documenten: I. de verkooptransactie (aktes) van het onroerend goed, gelegen aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] te [locatie 1]; II. de ABN AMRO-eurorekening (rekeningnummer [rekeningnummer 1]) vanaf 2018; III. de inruilwaarde voor de Honda Pilot; IV. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 2]), vanaf 2018 tot heden; en V. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 3]) op naam van Rep, vanaf 2018 tot heden; VI. de gezamenlijke rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 4]), althans de gezamenlijke rekeningen bij Aruba Bank vanaf 2018 tot heden; VII. rekening bij Rabobank euro-rekening (rekeningnummer [rekeningnummer 5]) op naam van Rep vanaf 2018 tot heden; VIII. polis van de levensverzekering bij Ennia; IX. rekening bij CMB op naam van Rep Law N.V. (rekeningnummer thans onbekend); X. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 6]) op naam van Rep Participatie N.V. vanaf 2018 tot heden; XI. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 7]) op naam van Rep vanaf 2015 tot aan moment deactivering; en XII. rekening bij MCB Curaçao of rekeningen bij MCB Curaçao op naam van een van de partijen of vennootschappen die aan hen verbonden zijn; alsook XIII. afschriften van alle bankrekeningen bij Aruba bank, waaronder 501 XIV. huurinkomsten via Airbnb, vanaf 2018 tot 2020; XV. jaarrekeningen van Aviation Cooperatief U.A. (geconsolideerd en afzonderlijk) over de jaren 2017 tot en met 2020; XVI. gegevens inzake de samenwerking [betrokkene 1]; en alle correspondentie en andere documenten inzake [betrokkene 2] (RCFA) en [betrokkene 3]; XVII. pensioenregelingen; en XVIII. arbeidsovereenkomsten, loonstroken, belastingaangifte en jaaropgaven voor inzage pensioen van de periode toen hij werkzaam was bij voormalig werkgevers, te weten: Promes Kunneman en Van Doorne, Gomez en Bikker advocaten, en Schenkenveld advocaten; XIX. bescheiden waaruit betaling en de strekking daarvan blijken aan [betrokkene 4]; XX. bescheiden (waaronder offertes/kwitanties) ter zake de verbouwing te [locatie 2], en tot het aansluitend overleggen van deze documenten, althans die documenten waarvan het gerecht van oordeel is dat zij in het kader van een eerlijke boedelverdeling noodzakelijk zijn, binnen een termijn van veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis, alsook de man veroordeelt in de proces- en nakosten van dit incident, met inbegrip van de wettelijke rente over deze kosten voor zover betaling daarvan binnen veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis in het incident uitblijft. 2.2 De man concludeert, mede na overlegging van producties bij zijn conclusie van antwoord, tot afwijzing van het verzoek van de vrouw. 2.3 Op de standpunten van de vrouw en de man zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 3DE BEOORDELING In het incident 3.1 Op grond van artikel 843a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan degene die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Lid 4 van het artikel bepaalt dat degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. 3.2 In het algemeen kan van een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a lid 1 Rv reeds sprake zijn indien degene die afschrift verlangt dat stuk niet tot zijn beschikking heeft, maar wel bekend is met het bestaan ervan en dat stuk in de procedure zou willen overleggen. Voldoende voor het aannemen van een dergelijk belang is dat het desbetreffende stuk relevant kan zijn voor een niet op voorhand als kansloos aan te merken vordering of verweer. De verlangde stukken moeten voldoende bepaald zijn; voldoende concreet moet worden aangegeven dat en waarom de specifieke stukken van belang zijn, zulks teneinde een ‘fishing expedition’ te voorkomen. Artikel 843a Rv dient er niet toe om stukken op te vragen waarvan slechts het vermoeden bestaat dat die mogelijk in de procedure van pas zouden kunnen komen. 3.3 De vordering van de man in de hoofdzaak strekt ertoe dat het gerecht bij vonnis de verdeling van de tussen de man en de vrouw bestaande goederengemeenschap bepaalt, bij voorkeur op de door de man voorgestane wijze. 3.4 De vrouw stelt belang te hebben bij overlegging van de documenten, omdat zij zich slechts na overlegging daarvan voldoende deugdelijk kan verweren. De documenten zijn relevant voor het bepalen van haar rechtspositie en de verdeling van de boedel. 3.5 De man heeft bij zijn conclusie van antwoord in het incident en bij zijn brief na de mondelinge behandeling documenten overgelegd. Samengevat heeft volgens de man, nu hij deze documenten heeft overgelegd, de vrouw geen belang meer bij haar vorderingen. Hij concludeert dan ook tot afwijzing van haar vorderingen. 3.6 Het Gerecht zal hieronder puntsgewijs aandacht besteden aan de vorderingen van de vrouw, met inachtneming van het ter zitting besprokene. I. Documenten I. de verkooptransactie (aktes) van het onroerend goed, gelegen aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] te [locatie 1]; 3.7 Ter zitting is afgesproken dat de man de leveringsakte zal overleggen. De man heeft deze leveringsakte na de zitting bij brief van 11 november 2025 als productie 48 overgelegd. Dat betekent dat de vrouw geen belang meer heeft bij een beslissing van het Gerecht op dit punt, zodat het Gerecht deze vordering zal afwijzen. II. de ABN AMRO-eurorekening (rekeningnummer [rekeningnummer 1]) vanaf 2018 3.8 Ter zitting is afgesproken dat de man zal proberen de afschriften van deze rekening van 2020, althans in ieder geval van het moment van bijschrijving van het bedrag na verkoop van het onder I. genoemde onroerend goed, te overleggen. Dit nu de vrouw ter zitting heeft aangegeven dat haar vordering met name hierop ziet. De man heeft vervolgens de afschriften van deze rekening van het gehele jaar 2020 overgelegd bij brief van 11 november 2025 als productie 46. Daarmee is naar het oordeel van het Gerecht voldoende toegekomen aan de vordering van de vrouw en heeft zij geen belang meer bij een beslissing van het Gerecht over de verstrekking van een afschrift over het jaar 2020. Voor zover zij ook nog inzage wenst in de jaren 2018 en 2019, is haar belang daarbij onvoldoende onderbouwd. Het Gerecht zal aldus ook deze vordering afwijzen. III. de inruilwaarde voor de Honda Pilot 3.9 De vrouw heeft ter zitting deze vordering ingetrokken, zodat het Gerecht hierover geen beslissing meer hoeft te nemen. IV. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 2]), vanaf 2018 tot heden; en V. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 3]) op naam van Rep, vanaf 2018 tot heden 3.10 Naar het oordeel van het Gerecht heeft de vrouw haar belang bij inzage in deze rekeningen onvoldoende onderbouwd. De vrouw heeft benadrukt dat zij een informatie-achterstand heeft. Wat daar ook van zij, het betekent nog niet dat haar vorderingen op inzage op juridische gronden toewijsbaar zijn. Immers moet daarvoor voldaan zijn aan het in 3.1 en 3.2 overwogene. De vorderingen van de vrouw worden dan ook afgewezen. VI. de gezamenlijke rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 4]), althans de gezamenlijke rekeningen bij Aruba Bank vanaf 2018 tot heden 3.11 De vrouw wenst inzage in een of meerdere gezamenlijke rekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.