Vonnis in kort geding van 5 februari 2026 Behorend bij AUA202600151 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Eiseres], te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: HET LAND ARUBA, te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: het Land, gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 en 2, ingediend op 14 januari 2026; - de door het Land ingediende producties; - de pleitnota van de zijde van het Land; - de mondelinge behandeling op 22 januari 2026 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling van 22 januari 2026 zijn verschenen mr. Kock voornoemd namens [eiseres] en mr. Kaarsbaan voornoemd namens het Land. Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is bepaald op vandaag. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Bij dit Gerecht is in een procedure tussen [eiseres] als eiseres en Panama Selectassets Inc. als gedaagde op 12 november 2025 een verstekvonnis gewezen (hierna: het verstekvonnis). In het verstekvonnis is als volgt beslist: “- verklaart voor recht dat eiseres krachtens verkrijgende verjaring (wederom) rechthebbende is geworden van het recht van erfpacht op een perceel domeingrond ter grootte van 822m3 gelegen te Westpunt, Aruba, met de zich daarop bevindende woning Esmeralda 31, kadastraal bekend als Land Aruba, Tweede Afdeling, Sectie A, nummer 809; - bepaalt dat deze gerechtelijke uitspraak in de openbare registers kan worden ingeschreven.” 2.2 [ Eiseres] heeft geprobeerd om het verstekvonnis te laten inschrijven in het Kadaster. Dat is niet gelukt. Deurwaarder Roos heeft (de gemachtigde van) [eiseres] op 11 december 2025 medegedeeld dat het Kadaster heeft bevestigd dat de inschrijving via een notaris moet geschieden. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ Eiseres] vordert – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het Land te bevelen om binnen 30 dagen na betekening van het vonnis het verstekvonnis in de openbare registers in te schrijven opdat blijkt dat [eiseres] de eigenaar/rechthebbende is van het betrokken onroerend goed, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Afl. 1.000,- per dag dat het Land nalaat aan dit bevel te voldoen, met veroordeling van het Land in de proceskosten. 3.2 [ Eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat inschrijving van rechterlijke uitspraken mogelijk is. Dat is ook zo beslist in het verstekvonnis. Desondanks weigert het Land om het verstekvonnis in te schrijven. [Eiseres] heeft er belang bij dat het Land wordt veroordeeld om het verstekvonnis in de openbare registers in te schrijven. 3.3 Het Land heeft verweer gevoerd. 3.4 Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan. 4DE BEOORDELING 4.1 Anders dan het Land aanvoert, is het Gerecht van oordeel dat [eiseres] een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Zij stelt immers dat het verstekvonnis ten onrechte niet wordt ingeschreven, terwijl hierin uitdrukkelijk is bepaald dat dit kan. Of, zoals het Land aanvoert, daarvoor (eerst) een notariële akte is vereist, zal hierna worden beoordeeld. Dat staat er echter niet aan in de weg dat [eiseres] ontvankelijk is in haar vordering. 4.2 Ter beantwoording ligt voor of het Land moet worden veroordeeld om het verstekvonnis in de openbare registers in te schrijven. 4.3 [ Eiseres] beroept zich op artikel 3:17 lid 1 BW en stelt dat het verstekvonnis op basis hiervan kan worden ingeschreven in de openbare registers. Het Land betwist allereerst de toepasselijkheid van artikel 3:17 BW. Daartoe voert het Land aan dat uit de aanhef van lid 1 van dat artikel blijkt dat de daarin genoemde feiten alleen kunnen worden ingeschreven, voor zover de wijze van inschrijving niet bij landsverordening is geregeld. En dat laatste is hier het geval, aldus het Land. Het Gerecht gaat hier niet in mee. De aanhef van artikel 3:17 lid 1 BW luidt als volgt: ‘Behalve feiten waarvan inschrijving krachtens andere bij landsverordening vastgestelde bepalingen mogelijk is, kunnen in deze registers de volgende feiten worden ingeschreven:’. Anders dan het Land betoogt, dient deze zin en in het bijzonder de term ‘behalve’ zo te worden gelezen dat naast feiten die volgens een landsverordening kunnen worden ingeschreven, ook de in artikel 3:17 lid 1 onder a tot en met k BW opgenomen feiten kunnen worden ingeschreven. Artikel 3:17 lid 1 BW betreft in zoverre dus een aanvulling op landsverordeningen die het mogelijk maken dat bepaalde feiten worden ingeschreven, en niet een uitzondering zoals het Land betoogt. Gelet hierop gaat het Gerecht voorbij aan de stellingen van het Land die erop zien dat diverse landsverordeningen voorschrijven dat voor inschrijving van eigendomsovergang in de openbare registers een notariële akte is vereist. Zoals hierna wordt uitgelegd, is dat niet altijd nodig. 4.4 In het verstekvonnis is voor recht verklaard dat [eiseres] door verkrijgende verjaring rechthebbende is geworden van het recht van erfpacht op het hiervoor in 2.1 genoemde perceel. Dat is een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van registergoederen, waaronder een recht van erfpacht, of de bevoegdheid daarover te beschikken betreft. Artikel 3:17 lid 1 aanhef en onder e BW bepaalt dat een dergelijke uitspraak onder voorwaarden kan worden ingeschreven in de openbare registers. De verkrijging door verjaring van een registergoed kan ook in de openbare registers worden ingeschreven zonder dat deze door een rechter is vastgesteld (artikel 3:17 lid 1 aanhef en onder i BW), maar dat is hier niet aan de orde nu er een rechterlijke uitspraak ligt. In het verlengde hiervan zijn ook de artikelen 34 en 37 van de Landsverordening openbare registers, waar het Land zich op beroept, niet van toepassing. De vraag is dus of het verstekvonnis voldoet aan de vereisten om op grond van artikel 3:17 lid 1 aanhef en onder e BW te kunnen worden ingeschreven in de openbare registers. 4.5 Volgens artikel 3:17 lid 1 aanhef en onder e BW kunnen rechterlijke uitspraken die de rechtstoestand van registergoederen of de bevoegdheid daarover te beschikken betreffen, worden ingeschreven mits zij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.