Uitspraak van 19 februari 2016 BBZ nrs. 75153, 75154 en 75156 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE Enkelvoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep in de zin van hoofdstuk VIII, titel acht, afdeling drie van de Belastingwet BES van: X N.V., gevestigd te Bonaire , belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Bonaire, de Inspecteur, 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn met dagtekening 14 februari 2015 naheffingsaanslagen loonbelasting over de tijdvakken oktober – december 2011 (aanslagnummer 107.11.24.14.382, hierna: 382), nogmaals oktober – december 2011 (aanslagnummer 107.11.24.14.381, hierna: 381) en oktober – december 2013 (aanslagnummer 107.13.24.03.615, hierna 615) opgelegd. 1.2. Belanghebbende heeft op 12 maart 2015 pro forma bezwaar aangetekend tegen de aanslagen en de bezwaren nader gemotiveerd bij brief van 20 mei 2015. 1.3 Met dagtekening 24 juli 2015 heeft de Inspecteur uitspraak op bezwaar gedaan met betrekking tot de aanslagen 381, 382 en 615 en die aanslagen verminderd. Ter zake van de aanslag 615 is, ter herstel van een omissie, met delfde dagtekening een ambtshalve vermindering toegepast. 1.4 Bij brieven van 11 augustus 2015, bij het Gerecht binnengekomen op 19 augustus 2015, is belanghebbende pro forma in beroep gekomen tegen de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen 381, 382 en 615. Ter zake van de indiening van de beroepschriften heeft belanghebbende een bedrag van driemaal $ 30 aan griffierecht voldaan. Ter zake van nummer 75157 is ook een bedrag van $ 30 aan griffierecht geheven. Dit nummer is echter ten onrechte opgevoerd. Het nummer moet door het Gerecht ingetrokken worden en het griffierecht van $ 30 moet worden geretourneerd. 1.5 De Inspecteur heeft 27 november 2015 verweerschriften ingediend en op 28 december 2015 een aanvulling daarop. 1.6 Belanghebbende heeft op 5 januari 2016 de beroepschriften gemotiveerd. 1.7 Ter zitting van 8 januari 2016 te Kralendijk zijn namens de Inspecteur verschenen mrs. A en drs. B. Namens belanghebbende zijn verschenen de gemachtigde drs. C. en de vrouw van de directeur D. 2FEITEN Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende tegengesproken. 2.1 Belanghebbende is werkzaam in de steenbranche en houdt zich verder onder meer bezig met de verhuur van trucks. In 2014 is bij belanghebbende een boekenonderzoek loonbelasting en algemene bestedingsbelasting over de jaren 2011 tot en met 2013 verricht, waarvan op 9 september 2014 een verslag is opgemaakt. In dit verslag worden onder andere loonbelasting- en premieheffingscorrecties voorgesteld ter zake van privé gebruik auto, loon in natura en door belanghebbende betaalde premies levensverzekering. Met betrekking tot het loon in natura staat in het rapport het volgende vermeld: ‘Aan mevrouw D heb ik tijdens de controle een verklaring gevraagd wie allemaal een maaltijd hebben genoten. Volgens mevrouw D ontvangen medewerkers bij overwerk een maaltijd. Zij kon mij niet specificeren wie allemaal maaltijden hebben genoten. Op basis hiervan heb ik het voorgestelde loonbelastingpercentage toegepast. Het gebruteerde LB percentage bedraagt 43,68%. Het percentage premies bedraagt 18,4%. Tot nu toe is er geen reden om van de loonbelastingpercentage af te wijken aangezien ik niet over een specificatie beschik. Tevens heeft de inhoudingsplichtige niet aangegeven de verstrekkingen te zullen verhalen op haar werknemers’. Met betrekking tot de correctie levensverzekering is in het rapport opgenomen: ‘Tijdens het onderzoek heb ik geconstateerd dat inhoudingsplichtige premies van levensverzekering heeft betaald. Inhoudingsplichtige heeft tot heden de zakelijkheid van deze levensverzekering niet kunnen aantonen. Ik stel daarom voor om deze betalingen als loon aan te merken.’ 2.2 Overeenkomstig de resultaten van het boekenonderzoek heeft de Inspecteur naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd waarin ook de premieheffing is begrepen. Voor het jaar 2011 zijn daarbij twee aparte naheffingsaanslagen opgelegd en voor het jaar 2013 is ingevolge artikel 12A Wet loonbelasting BES volstaan met één gecombineerde naheffingsaanslag, waarin zowel de belasting als de premies zijn begrepen. Tegelijkertijd met de aanslagen zijn vergrijpboetes opgelegd. 2.3 Belanghebbende heeft tegen voornoemde aanslagen bezwaar aangetekend. In de ‘Toelichting pro forma bezwaar’ van 20 mei 2015 maakt zij bezwaar tegen de in aanmerking genomen bijtelling privé gebruik auto. Tevens verzoekt zij om de boetes kwijt te schelden. 2.4 Met dagtekening 24 juli 2015 heeft de Inspecteur de naheffingsaanslagen verminderd en de vergrijpboetes vernietigd en in plaats daarvan verzuimboetes in aanmerking genomen (zie artikel 8.34, lid 3 van de Belastingwet BES). In de bijgevoegde motivering van de verminderingen is het volgende opgenomen: ‘Samenvatting van het bezwaar: Zoon maakt gebruikt van zijn eigen privé auto. Correcties die voortvloeien uit het boekenonderzoek, waren niet te kwader wil gedaan maar meer door onwetendheid. Motivering: De feiten en omstandigheden genoemd in de motivering van het bedrijf geven aanleiding tot vermindering van de correcties en de vergrijpboete.’ 2.5 Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar op 19 augustus 2015 pro forma beroep aangetekend. In de beroepschriften staat vermeld: “Hierbij teken ik namens belastingplichtige pro forma beroep aan tegen de in hoofde genoemde aanslag. Het beroepschrift zal op korte termijn nader worden gemotiveerd.” 2.6 Met dagtekening 17 september 2015 heeft het Gerecht een brief gestuurd aan belanghebbende, waarin het volgende is opgenomen: “op 19 augustus 2015 heeft u voormeld(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.