GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Burgerlijke zaken over 2017 Registratienummer: KG 02 van 2017 Datum uitspraak: 23 februari 2017 VONNIS IN KORT GEDING inzake
- [eiser sub 1],
- [eiser sub 2], beiden wonende te Bonaire, eisers, gemachtigde: mr. E.R. Abdul, tegen gedaagde, wonende te Bonaire, gedaagde, niet verschenen. De procedure Eiser heeft op 25 januari 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 februari 2017, waarbij [eiser sub 1] en zijn gemachtigde zijn verschenen. Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend. Eisers hebben vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak bij vervroeging is bepaald op heden. De vaststaande feiten
- Blijkens de notariële akte van 18 februari 2017 heeft gedaagde aan eisers verkocht het recht van erfpacht op een perceel grond te Bonaire, kadastraal bekend als afdeling 4, sectie D, nummer 2751, groot 1.061 m². De verkoopprijs bedroeg Naf. 50.000,-. In die akte is onder artikel 1 onder meer vermeld: “Het verkochte wordt heden in economische zin overgedragen aan koper”. In artikel 12 lid 1 van de akte is vermeld: “De akte die is vereist voor de juridische levering van het verkochte, zal worden verleden op het tijdstip door de koper te bepalen”, en in lid 3: “Partijen zijn overeengekomen dat de huidige akte niet bestemd is tot juridische levering van het verkochte”. Onder het hoofd “Hypotheekstelling” is in de akte een hypothecaire zekerheid tot een bedrag van Naf. 100.000,- opgenomen ten gunste van eisers.
- Op 5 mei 2010 heeft [beslaglegger] ten laste van gedaagde executoriaal beslag doen leggen op het in de vorige rechtsoverweging genoemde registergoed. De gemachtigde van eisers heeft gedaagde op 5 januari 2017 aangeschreven en gesommeerd ervoor zorg te dragen dat het executoriale beslag uiterlijk 20 januari 2017 wordt opgeheven en dat (zo begrijpt het Gerecht:) die opheffing wordt geregistreerd bij het Kadaster. Daaraan heeft gedaagde geen gevolg gegeven. Het standpunt van eisers
- Eisers hebben gesteld dat zij recht en belang hebben dat het executoriale beslag wordt opgeheven, opdat de juridische levering van het registergoed kan worden geeffectueerd. Als dat niet geschiedt, zullen eiseres (verdere) schade lijden. Zij hebben een spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding. De beoordeling van het geschil
- De notariële koopakte en de daarin opgenomen economische overdracht hebben tot gevolg dat de juridische eigendom bij gedaagde is blijven berusten en daarmee vatbaar is (gebleven) voor beslag door crediteuren van gedaagde. Dat is geschied door de beslaglegging door [beslaglegger] voornoemd. Ter mondelinge behandeling is door de gemachtigde van eisers medegedeeld dat het executoriale beslag gelegd is in verband met een veroordeling van gedaagde tot betaling aan [beslaglegger] van ruim Naf. 183.000,- (> US$ 100.000,-).
- De gemachtigde van eiseres heeft ter mondelinge behandeling desgevraagd aangegeven dat toewijzing van het gevorderde voor gedaagde de verplichting zou meebrengen zijn schuld aan [beslaglegger] te voldoen, waarna het beslag zou vervallen. De juridische levering van het registergoed zou dan vrij van beslag kunnen plaatsvinden. De grondslag voor toewijzing is volgens eisers dat gedaagde jegens eisers onrechtmatig handelt door zijn schuld aan [beslaglegger] niet te voldoen.
- Het Gerecht overweegt als volgt. Hoewel niet is uit te sluiten dat het niet voldoen aan een veroordelend rechterlijk vonnis onder omstandigheden jegens een derde (i.c. eisers) als onrechtmatig moet worden bestempeld, zou dat alleen kunnen als specifieke omstandigheden zijn gesteld die tot een dergelijk oordeel noodzaken, bijvoorbeeld gebleken onwil om aan een vonnis uitvoering te geven, terwijl voldoening wel mogelijk is, en het belang van de derde daardoor grote schade oploopt. Onder dergelijke omstandigheden kan het niet voldoen aan een veroordelend vonnis een vexatoir en daardoor onrechtmatig karakter jegens de derde krijgen. Dergelijke specifieke omstandigheden zijn echter gesteld noch gebleken. Onder meer hebben eisers niet gesteld dat gedaagde in staat is tot nakoming van het vonnis, c.q. de vordering van [beslaglegger]. De algemene stelling dat gedaagde jegens [beslaglegger] niet nakomt, maakt die niet-nakoming nog niet onrechtmatig jegens eisers.
- In de akte is hypotheekstelling ten gunste van eisers juist opgenomen voor het geval gedaagde niet zou meewerken aan zijn verplichting tot juridische levering. Voorzien is in een recht van eigenmachtige verkoop. Ook wordt al in de mogelijkheid voorzien dat het verkochte wordt geëxecuteerd en eisers het verkochte zelf kopen. Deze (niet ongebruikelijke vorm van) zekerheid is bedoeld om aan de nadelen van een eventuele wanprestatie van gedaagde jegens eisers tegemoet te komen.
- Een en ander staat los van de vraag naar de rechtmatigheid van het beslag van [beslaglegger], omdat vanwege het hypotheekrecht van eisers voor de beslaglegger geen opbrengst valt te verwachten. Deze vraag behoeft echter geen bespreking omdat [beslaglegger] in deze procedure geen partij is.
- Het vorenstaande dient te leiden tot afwijzing van de gevorderde voorziening. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen eisers in de kosten van het geding worden veroordeeld. De beslissing Het Gerecht, recht doende in kort geding: Wijst de gevraagde voorziening af; Veroordeelt eisers in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.M. van den Dungen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.