← Nederland

ECLI:NL:OGEABES:2018:21

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Wet administratieve rechtspraak BES Uitspraak: 5 februari 2018 Zaaknr. WAR BES: 42, 43, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017 Uitspraak op het beroepschrift ex artikel 19 WTU BES van: [verzoeker], wonende te Bonaire, verzoeker in de zaak WAR 43 van 2017, gemachtigde: mr. E.J. Winkel, in het geschil van verzoeker en: de Minister van Justitie & Veiligheid, mede gevestigd op Bonaire, verweerder in de zaak WAR 43 van 2017, gemachtigde: mr. P. de Graaf, evenals op de beroepschriften ex artikelen 7 en 81 WAR BES van: de besloten vennootschap Turbo Tech B.V., gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire, verzoekster in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017, gemachtigde: mr. E.J. Winkel, in de geschillen van verzoekster en: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede gevestigd op Bonaire, verweerder in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017, gemachtigde: mr. R. van der Oord. De bestreden beschikkingen in de zaak WAR 43 van 2017

  1. Verzoeker heeft gevraagd verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen in verband met de verblijfsvergunning van verzoeker.
  2. De verblijfsvergunning van verzoeker is afgewezen onder verwijzing naar artikel 5:20 WTU BES, omdat verzoeker niet over een geldige tewerkstellingsvergunning beschikt. in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017
  3. Verzoekster heeft gevraagd om verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen in verband met tewerkstelling van elf van haar medewerkers, en deze verzoeken versneld te behandelen. Het betreft de volgende medewerkers. Naam medewerker: Kenmerk beschikking: Datum beschikking: Datum ontvangen beschikking: Datum indiening beroepschrift: Zaaknummer Gerecht: [werknemer 1] 35868 16-08-2017 09-10-2017 07-11-2017 WAR-42/2017 [werknemer 2] 35484 28-07-2017 23-10-2017 16-11-2017 WAR-46/2017 [werknemer 3] 36501 05-10-2017 23-10-2017 16-11-2017 WAR-47/2017 [werknemer 4] 36208 29-08-2017 30-10-2017 22-11-2017 WAR-48/2017 [werknemer 5] 36452 27-09-2017 26-10-2017 22-11-2017 WAR-49/2017 [werknemer 6] 36677 12-10-2017 14-11-2017 28-11-2017 WAR-50/2017 [werknemer 7] 36498 28-09-2017 26-10-2017 28-11-2017 WAR-51/2017 [werknemer 8] 36453 27-09-2017 26-10-2017 28-11-2017 WAR-52/2017 [werknemer 9] 36455 26-09-2017 26-10-2017 28-11-2017 WAR-53/2017 [werknemer 10] 36684 12-10-2017 30-11-2017 12-12-2017 WAR-59/2017 [werknemer 11] 36609 12-10-2017 30-11-2017 12-12-2017 WAR-60/2017
  4. De tewerkstellingsvergunningen met betrekking tot deze elf medewerkers zijn in alle gevallen afgewezen onder verwijzing naar artikel 10 sub a Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES. Verzoekster heeft een belastingschuld waardoor volgens verweerder geen sprake is van een normale bedrijfsvoering zoals dit artikel vereist. Voorts zijn de tewerkstellingsvergunningen, met uitzondering van die met betrekking tot [werknemer 1] en [werknemer 4] ook afgewezen onder verwijzing naar artikel 5 vijfde lid sub c Wav BES en artikel 9 onder a Wav BES, waarin een inspanningsverplichting voor de werkgever is opgenomen. Naar het oordeel van verweerder heeft verzoekster zich onvoldoende ingespannen om lokale arbeidskrachten te werven. Het procesverloop in de zaak WAR 43 van 2017
  5. Verzoeker heeft op 7 november 2017 een beroepschrift ex artikel 19 WTU BES, met producties, tegen het bestreden besluit van 4 september 2017 (door verzoeker ontvangen op 11 oktober 2017) ingediend. Verweerder heeft op 6 december 2017 een verweerschrift ingediend.
  6. De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 januari
  7. Bij deze gelegenheid zijn verschenen namens verzoeker mr. Winkel voornoemd en namens verweerder mr. P. de Graaf. in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017
  8. Verzoekster heeft, op de data vermeld in het schema onder punt 3, beroepschriften ex artikel 7 WAR BES en artikel 81 WAR BES, met producties, tegen de bestreden besluiten ingediend. Verweerder heeft op 9 januari 2018 een verweerschrift ingediend.
  9. De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 januari
  10. Bij deze gelegenheid zijn verschenen namens verzoekster [directie-assistent], directie-assistent, en [projectleider], projectleider, bijgestaan door mr. E.J. Winkel. Namens verweerder is verschenen mr. R. van der Oord. in alle zaken
  11. De uitspraak is bepaald op heden. Partijstandpuntenin de zaak WAR 43 van 2017
  12. Verzoeker verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, hem in zijn beroep te ontvangen, zijn beroep gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te vernietigen. Voorts verzoekt verzoeker verweerder op te dragen binnen zeven dagen na de onderhavige uitspraak een nieuwe beschikking te nemen ofwel te bepalen dat deze uitspraak in de plaats zal treden van de vernietigde beschikkingen, met veroordeling van verweerder in de kosten van de procedure.
  13. Verzoeker stelt dat het in stand laten van de bestreden beschikking onevenredig nadeel oplevert voor verzoeker. Het belang van verzoeker bij toewijzing van de verblijfsvergunning weegt zwaarder dan het belang dat verweerder heeft bij afwijzing daarvan. De bestreden beschikking dient op grond van het evenredigheidsbeginsel te worden vernietigd.
  14. Verweerder heeft aangevoerd dat de bestreden beschikking niet ten uitvoer zal worden gelegd totdat op de beroepschriften tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunningen is beslist. Als wordt geoordeeld dat de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning voor verzoeker terecht is afgewezen zal dit ertoe leiden dat aan verzoeker geen verblijfsvergunning zal worden afgegeven. in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017
  15. Verzoekster verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, haar in haar beroepen te ontvangen, de beroepen gegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen te vernietigen. Voorts verzoekt verzoekster verweerder op te dragen binnen zeven dagen na de onderhavige uitspraak een nieuwe beschikking te nemen ofwel te bepalen dat deze uitspraak in de plaats zal treden van de vernietigde beschikkingen, met veroordeling van verweerder in de kosten van deze procedures.
  16. Verzoekster stelt dat zij belang heeft bij onverwijlde uitspraken. Zij heeft daar om versnelde behandeling van de verzoekschriften verzocht. De afwijzing van de tewerkstellingsvergunningen door verweerder heeft de bedrijfsvoering van verzoekster aangetast. Verzoekster kampt thans met een personeelstekort, waardoor zij opdrachten niet tijdig kan opleveren.
  17. Verzoekster erkent dat zij een belastingschuld heeft maar meent dat deze niet van dien aard is dat geen sprake is van een normale bedrijfsvoering. Verzoekster had in maart 2017 een belastingschuld van US$ 308.134,
  18. Een regeling tussen verzoekster en de Belastingdienst heeft er middels een vordering onder derden toe geleid dat verzoekster in oktober 2017 nog een belastingschuld van US$ 146.658,66 had. Verzoekster heeft in zes maanden ruim US$ 161.476,05 afgelost. Dit getuigt volgens verzoekster juist van een goede bedrijfsvoering. Verzoekster stelt dat de beschikkingen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel zijn genomen. Verweerder had bij de Belastingdienst kunnen nagaan dat verzoekster een groot deel van de schuld heeft afgelost, waardoor sprake is van een normale bedrijfsvoering. Voorts meent verzoekster dat de afwijzingen in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, omdat in augustus 2017 drie van de aanvragen van verzoekster om tewerkstellingsvergunningen voor drie van haar andere medewerkers wel zijn toegewezen. Verzoekster stelt verder dat de eis van de vacaturemelding alleen van toepassing is bij een eerste aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning.
  19. Verweerder heeft aangevoerd dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij deze procedures, omdat verzoekster bij haar beroepschriften geen enkele onderbouwing heeft overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van een personeelstekort en dat dit de oorzaak is van het niet tijdig opleveren van opdrachten. Voorts ontbreekt elke vorm van onderbouwing waaruit zou blijken dat het verliezen van opdrachten dan wel het niet tijdig opleveren van opdrachten een financiële bedrijfscrisis tot gevolg zou kunnen hebben.
  20. Verweerder voert verder aan dat er geen sprake is van een normale bedrijfsvoering, omdat verzoekster achterstand heeft in betaling van Loonbelasting (LB) en Algemene Bestedingsbelasting (ABB). Alleen achterstanden in betaling van LB en ABB, zijnde premies die van derden worden ontvangen, worden aangemerkt als belastingschuld. Een getroffen betalingsregeling maakt dit niet anders. Verweerder betwist dan ook dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Ook is er geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Dat een aantal tewerkstellingsvergunningen wel is verleend heeft te maken met beleidsregels, die sinds i juli 2017 effectief worden toegepast, waardoor de Wav BES strenger wordt toegepast. De onderhavige procedures hebben betrekking op afwijzingen van aanvragen die zijn ingediend ná 1 juli 2017.Verweerder voert verder aan dat ook bij een verlenging van een tewerkstellingsvergunning een vacaturemelding nodig is, om het Openbaar Lichaam Bonaire (verder te noemen: OLB) in de gelegenheid te stellen te beoordelen of er lokale arbeidskrachten beschikbaar zijn voor functie. Dit is voorgeschreven in de Wav BES om het terugdringen van lokale arbeidskrachten te voorkomen. Beoordeling van de beroepenin de zaak WAR 43 van 2017
  21. Verzoeker heeft zijn beroepschrift ingediend binnen zes weken na ontvangst van het bestreden besluit. Verzoeker heeft onweersproken aangevoerd dat hij het bestreden besluit niet heeft ontvangen op de dag waarop dit is genomen. Nu de beschikking geen datum van verzending vermeldt, zal de dag van uitreiking (per post) als eerste dag van de beroepstermijn worden beschouwd, zodat verzoeker in zijn beroep kan worden ontvangen (artikel 16 WAR BES).
  22. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning. Tijdens de behandeling van het beroepschrift heeft de gemachtigde van verzoeker gesteld dat het duidelijk is dat geen verblijfsvergunning kan worden afgegeven zolang verzoeker niet over een geldige tewerkstellingsvergunning beschikt. Verweerder heeft aangevoerd dat er geen beslissingen zullen worden genomen zolang niet op de beroepen is beslist.
  23. Het Gerecht zal daarom eerst op de door Turbo Tech (in de overige zaken) ingediende beroepen tegen de afwijzingen van de tewerkstellingsvergunningen beslissen, alvorens een beslissing te nemen op het door verzoeker ingediende beroepschrift. in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017
  24. De beroepschriften zijn allemaal ingediend binnen zes weken na ontvangst van de bestreden besluiten. Verzoekster heeft onweersproken aangevoerd dat zij de bestreden besluiten niet op de dag dat deze zijn gegeven heeft ontvangen. Nu de beschikkingen geen datum van verzending vermelden, zal de dag van uitreiking (per post) als eerste dag van de beroepstermijn worden beschouwd, zodat verzoekster in haar beroepen kan worden ontvangen (artikel 16 WAR BES).
  25. Ingevolge artikel 81 eerste lid WAR BES kan indien het belang van een partij een onverwijlde uitspraak vordert deze partij het Gerecht gemotiveerd verzoeken het beroepschrift versneld te behandelen. Verweerder heeft het door verzoekster gestelde spoedeisende belang betwist. Het Gerecht is van oordeel dat verzoekster met de in het geding gebrachte stukken en hetgeen ter zitting is besproken voldoende gemotiveerd heeft verzocht haar verzoeken versneld te behandelen. Ter zitting heeft verweerder voorts geen bezwaar (meer) gemaakt tegen versnelde behandeling.
  26. Verzoekster heeft een beroep gedaan op het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat verweerder niet bij de Belastingdienst is nagegaan wat de hoogte van de schuld van verzoekster was. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat een besluit zorgvuldig moet worden voorbereid en genomen. Er moet zorgvuldig onderzoek plaatsvinden naar de feiten, de procedures moeten goed worden gevolgd en er moet sprake zijn van een deugdelijke besluitvorming. Het Gerecht is van oordeel dat er geen sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Voor de besluitvorming van verweerder was, zo heeft verweerder aangevoerd, de hoogte van de schuld niet relevant maar het niet voldoen aan de lopende verplichtingen. Van een onzorgvuldig onderzoek, het niet volgen van procedures of een ondeugdelijke besluitvorming is derhalve geen sprake. Dit beroep van verzoekster faalt.
  27. Verzoekster heeft voorts gesteld dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat aan een drietal medewerkers van verzoekster wel een tewerkstellingsvergunning is verleend terwijl de belastingschuld van verzoekster op het moment van vergunningverlening hoger was. Verweerder heeft behalve een verwijzing naar De Beleidsregels RCN-unit SZW uitvoering Wav BES (verder te noemen: de beleidsregels), waardoor de wet- en regelgeving per 1 juli 2017 strenger wordt toegepast, niet nader onderbouwd waarom geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel.
  28. Het gelijkheidsbeginsel strekt ertoe dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Het oordeel of er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In de onderhavige zaken is er sprake van omstandigheden die gelijk zijn aan de omstandigheden in de zaken van de drie medewerkers waarvan de tewerkstellingsvergunningen wel zijn toegewezen. Daar komt bij dat de wet- en regelgeving met de invoering van de beleidsregels niet is gewijzigd, en dat de situatie van verzoekster ten aanzien van de belastingschuld ten tijde van de toewijzing van de drie tewerkstellingsvergunningen slechter was dan ten tijde van de afwijzing van de tewerkstellingsvergunningen in onderhavige zaken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt.
  29. Het Gerecht is voorts van oordeel dat de belastingschuld verzoekster niet zo zwaar kan worden aangerekend als verweerder heeft gedaan. Verzoekster heeft een groot deel van de openstaande schuld in zes maanden afgelost. Verzoekster heeft voldoende onderbouwd dat er grote bedragen openstaan bij haar klanten, waarmee zij de volledige belastingschuld zal kunnen aflossen. Voorts is de schuld van verzoekster ondanks het uitblijven van betalingen door haar klanten niet verder opgelopen. Integendeel, met verdere aflossing is een begin gemaakt. Van een abnormale bedrijfsvoering in de door verweerder bedoelde zin is naar het oordeel van het Gerecht dan ook geen sprake. Verweerder had de tewerkstellingsvergunningen niet op deze grond kunnen afwijzen.
  30. In de zaken van [werknemer 1] en [werknemer 4] (WAR 42 en 48 van 2017) zijn de vergunningen (enkel) op deze grond afgewezen, zodat de beroepen in deze zaken gegrond zullen worden verklaard en de bestreden beschikkingen zullen worden vernietigd.
  31. De zaak [werknemer 2] (WAR 46 van 2017) illustreert dat verweerder niet consequent het beleid waarop zij zich beroept toepast. De aanvraag van [werknemer 2] is, zo blijkt uit door verweerder in het geding gebrachte stukken, ingediend op 15 juni
  32. Dat is derhalve vóór 1 juli
  33. De aanvraag van [werknemer 2] is voorts afgewezen vanwege het niet voldoen aan de inspanningsverplichting. Ook dit levert strijd op met het gelijkheidsbeginsel. De aanvragen van de drie andere medewerkers die ongeveer twee weken eerder zijn ingediend zijn ook niet op deze grond afgewezen. Ten aanzien van de afwijzing op grond van het niet voldoen aan de inspanningsverplichting geldt ook hetgeen in de navolgende rechtsoverwegingen is opgenomen.
  34. In de overige zaken wordt onder verwijzing naar artikel 5 vijfde lid sub c Wav BES en artikel 9 onderdeel a Wav BES ook de inspanningsverplichting genoemd als afwijzingsgrond.
  35. Verweerder voert aan dat verzoekster zich onvoldoende heeft ingespannen om lokale arbeidskrachten te werven door de vacature niet te melden bij de Afdeling Arbeidsaangelegenheden van het bestuurscollege van OLB (verder te noemen: Arbeidszaken) en geen vacatures te plaatsen in plaatselijke kranten. Verzoekster heeft gesteld dat het bij een aanvraag voor een verlenging van een tewerkstellingsvergunning niet nodig is dat er opnieuw een vacature wordt geplaatst. Verder kan aan een arbeidsmarkttoets voorbij worden gegaan in het geval het tijdelijk werk betreft en de werkzaamheden langer duren dan bij de eerste aanvraag is voorzien. Verweerder heeft aangevoerd dat bij de aanvraag voor een verlenging van een tewerkstellingsvergunning ook wervingsinspanningen moeten worden verricht.
  36. Het Gerecht volgt verzoekster niet in haar stelling dat de verlengingen van de tewerkstellingsvergunningen worden aangevraagd voor tijdelijke werkzaamheden. De functies waarin de werknemers van verzoekster werkzaam zijn betreffen naar het oordeel van het Gerecht geen tijdelijke functies. Aan deze stelling van verzoekster gaat het Gerecht daarom voorbij. Ook bij de aanvraag voor een verlenging van een tewerkstellingsvergunning dient te worden voldaan aan de wervingsinspanningen, zo blijkt uit artikel 9 aanhef en onder d Wav BES en de beleidsregels (pagina 7, onder 5).
  37. Verzoekster heeft ook wervingsinspanningen verricht door de vacatures aan te melden bij Arbeidszaken op 29 mei 2017 en advertenties te plaatsen in een lokale krant op 12 en 19 juni 2017.Verzoekster heeft onbetwist aangevoerd dat zich geen geschikte op de lokale arbeidsmarkt beschikbare arbeidskrachten hebben gemeld.
  38. Verweerder heeft bezwaar gemaakt tegen de door verzoekster ter zitting overgelegde vacaturemelding bij Arbeidszaken. Verzoekster heeft onweersproken aangevoerd dat de stukken onderdeel moeten uitmaken van het dossier van verweerder, zodat de stukken verweerder bekend zijn. Dit bezwaar van verweerder zal het Gerecht dan ook passeren.
  39. Op grond van artikel 5 vijfde lid sub c Wav BES wordt een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning niet in behandeling genomen “indien het een arbeidsplaats betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag is gemeld bij het bestuurscollege van het bestuursorgaan van het openbaar lichaam waar de arbeid uitsluitend of in hoofdzaak wordt of zal worden verricht”.
  40. Op grond van artikel 9 onderdeel a Wav BES kan een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd “indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben verricht de arbeidsplaats te doen vervullen door arbeidskrachten die op de lokale arbeidsmarkt beschikbaar zijn”. De beleidsregels bepalen dat wervingsinspanningen gedurende vijf weken voorafgaand aan het indienen van de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning dienen te hebben plaatsgevonden (pagina 4 van de beleidsregels). Onder wervingsinspanningen wordt onder meer aangemerkt het adverteren in daartoe geëigende bladen en op het internet.
  41. Verzoekster heeft naast de aanmelding van de vacature bij Arbeidszaken, twee maal vacatures geplaatst in de krant. Dit heeft plaatsgevonden vijf weken voorafgaand aan het indienen van de aanvraag van [werknemer 5] (WAR 49 van 2017), zijnde de eerste aanvraag na de aanvraag van [werknemer 2] die is afgewezen omdat verweerder meent dat verzoekster niet aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. Door het aanmelden en plaatsen van de vacatures heeft verzoekster echter wel aan haar inspanningsverplichting voldaan. Dat zich geen geschikte op de lokale arbeidsmarkt beschikbare arbeidskrachten hebben gemeld kan niet aan verzoekster worden tegengeworpen.
  42. Nu verweerder het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden en onterecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet aan haar inspanningsverplichtingen heeft voldaan zullen de beroepen in de overige zaken WAR 46, 47, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017 eveneens gegrond worden verklaard. De bestreden beschikkingen zullen worden vernietigd.
  43. Het Gerecht zal verweerder opdragen, met inachtneming van de onderhavige uitspraak, binnen twee weken na deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen van verzoekster om aan elf van haar medewerkers een tewerkstellingsvergunning te verlenen.
  44. Verzoekster heeft (in alle zaken) verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen. Nu de beroepen van verzoekster gegrond zullen worden verklaard, zal het Gerecht hiertoe overgaan. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht BES (artikel 2 eerste lid sub a jo. artikel 1 sub a jo. artikel 3) dienen samenhangende zaken te worden beschouwd als één zaak. Samenhangende zaken zijn gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig door één of meer belanghebbenden tegen nagenoeg identieke beschikkingen of vergelijkbare gronden ingediende beroepen. Hiervan is in de onderhavige gevallen sprake, zodat het gemachtigdensalaris als volgt zal worden berekend: 1,5 punt (A) x US$ 391,- waarde per punt (B) x wegingsfactor 1 (C). De proceskosten aan de zijde van verzoekster zullen worden begroot op US$ 586,50 aan gemachtigdensalaris en US$ 924,- (11 zaken x US$ 84,- per zaak) aan griffierecht. verder in de zaak WAR 43 van 2017
  45. Het Gerecht merkt op dat verzoeker niet heeft verzocht de zaak versneld te behandelen. Gelet op de samenhang tussen het beroepschrift van verzoeker in deze zaak en het beroepschrift van de werkgever van verzoeker tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning, waarin wel versnelde behandeling is verzocht, heeft ook in deze zaak versnelde behandeling plaatsgevonden.
  46. Nu het beroep van de werkgever van verzoeker tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning gegrond zal worden verklaard, zal ook het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning gegrond worden verklaard. De bestreden beschikking zal worden vernietigd.
  47. Het Gerecht zal verweerder opdragen, met inachtneming van de onderhavige uitspraak, binnen twee weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van verzoeker hem een verblijfsvergunning te verlenen.
  48. Het Gerecht zal verweerder in de proceskosten veroordelen nu het beroep van verzoeker gegrond zal worden verklaard. De proceskosten zullen als volgt worden berekend: 1,5 punt (A) x US$ 391,- waarde per punt (B) x wegingsfactor 1 (C). De proceskosten aan de zijde van verzoekster zullen worden begroot op US$ 586,50 aan gemachtigdensalaris en US$ 84,- aan griffierecht. Beslissing Het Gerecht: in de zaak WAR 43 van 2017 Verklaart verzoeker ontvankelijk in zijn beroep; Verklaart het beroep gegrond; Vernietigt het bestreden besluit; Draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen; Veroordeelt verweerder in de proceskosten aan de zijde van verzoekster tot op heden begroot op US$ 586,50 aan gemachtigdensalaris,- en US$ 84,- aan griffierecht. in de zaken WAR 42, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 59, 60 van 2017 Verklaart verzoekster ontvankelijk in haar beroepen; Verklaart de beroepen gegrond; Vernietigt de bestreden besluiten; Draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen; Veroordeelt verweerder in de proceskosten aan de zijde van verzoekster tot op heden begroot op US$ 586,50 aan gemachtigdensalaris,- en US$ 924,- aan griffierecht. in alle zaken Wijst hetgeen meer of anders is verzocht af. Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2018 door mr. G.P.M van den Dungen, rechter in het Gerecht voormeld, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.