← Nederland

ECLI:NL:OGEABES:2018:24

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Burgerlijke zaken over 2018 Registratienummer: AR 80 van 2017 Datum uitspraak: 21 maart 2018 VONNIS in de zaak van [eiser], wonend te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas, tegen de naamloze vennootschap Marcar Bonaire N.V., gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire, hierna te noemen: Marcar, en de besloten vennootschap Editorial Sousa-Alexander E A RA B.V., gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire, hierna te noemen: Editorial, gedaagden, gemachtigde: mr. E.J. Winkel. Het procesverloop

  1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift, met producties, van [eiser] van 18 december 2017; het verweerschrift, met productie, van Marcar en Editorial van 21 februari
  2. Op de rolzitting van 21 februari 2018 heeft de gemachtigde van [eiser] het Gerecht bericht af te zien van het nemen van de conclusie van repliek, en vonnis gevraagd.
  3. Vonnis is bepaald op heden. De vaststaande feiten
  4. De volgende feiten staan tussen partijen vast: - op 7 juli 2017 heeft [eiser] een koopovereenkomst gesloten met Marcar met betrekking tot een perceel met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als de [naam perceel] te Bonaire, kadastraal bekend als [nummer] (verder te noemen: [naam perceel] ); - bij notariële akte van 27 oktober 2017 heeft de levering van de [naam perceel] door Marcar aan [eiser] plaatsgevonden; - de [naam perceel] was ten tijde van de levering verhuurd aan Editorial; - bij brief van 24 november 2017 heeft [eiser] Marcar verzocht hem een afschrift van de tussen Marcar en Editorial aangegane huurovereenkomst van de [naam perceel] te doen toekomen. In diezelfde brief heeft [eiser] Marcar aangezegd de huurovereenkomst te zullen opzeggen; - bij brief van 24 november 2017 heeft [eiser] Editorial bericht dat hij de huurovereenkomst betreffende de [naam perceel] per 1 februari 2018 beëindigt; - bij brief van 11 december 2017 heeft Editorial [eiser] geïnformeerd dat zij niet akkoord gaat met de opzegging van de huurovereenkomst, en dat zij geen afschrift van de huurovereenkomst aan [eiser] zal verstrekken. De beoordeling van het geschil
  5. [ [eiser] heeft gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Marcar en Editorial te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] ofwel zijn gemachtigde een afschrift van de tussen hen aangegane huurovereenkomst van de [naam perceel] af te geven, waaruit het volgende blijkt: de namen van partijen, de duur van de huurovereenkomst, de huurprijs, de overige huurvoorwaarden, de handtekening van partijen, met de bepaling dat een afschrift van de huurovereenkomst ook elektronisch kan worden verstrekt mits het een ondertekende versie betreft, op straffe van een dwangsom van US$ 500,- per dag of gedeelte van een dag dat Marcar en Editorial niet aan deze veroordeling voldoen tot een maximum van US$ 10.000,-, met veroordeling van Marcar en Editorial in de kosten van dit geding.
  6. [ [eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eiser] had voorafgaand aan de levering van de [naam perceel] van Marcar een afschrift van de huurovereenkomst moeten ontvangen. [eiser] heeft recht op een afschrift en ziet zich genoodzaakt de afgifte hiervan in rechte te vorderen nu zowel Marcar als Editorial weigeren een afschrift te verstrekken. Het is van belang dat [eiser] over een afschrift van de huurovereenkomst beschikt, omdat daarin de voorwaarden zijn opgenomen waar zowel [eiser] als Editorial zich aan dienen te houden.
  7. Marcar en Editorial hebben het volgende tot verweer gevoerd. [eiser] heeft geen belang (meer) bij deze procedure nu [eiser] reeds via de gemachtigde van Marcar en Editorial een afschrift van de huurovereenkomst heeft ontvangen. Marcar en Editorial concluderen daarom tot afwijzing van de vordering van [eiser].
  8. Het Gerecht oordeelt als volgt. Marcar en Editorial hebben niet betwist dat zij uit hoofde van hun respectieve rechtsverhouding tot [eiser] gehouden waren een afschrift van de tussen Marcar en Editorial gesloten huurovereenkomst te verstrekken. Uit de door Marcar en Editorial in het geding gebrachte productie blijkt dat een afschrift aan [eiser] is verstrekt op 9 februari
  9. [eiser] heeft dit niet betwist. Nu [eiser] reeds een afschrift van de huurovereenkomst heeft ontvangen heeft hij geen belang meer bij zijn vordering. Het Gerecht zal de vordering van [eiser] voor zover deze betrekking heeft op de afgifte van een afschrift van de huurovereenkomst dan ook afwijzen.
  10. Ten aanzien van de gevorderde proceskosten oordeelt het Gerecht als volgt. Het nalaten van Marcar en Editorial een afschrift van de huurovereenkomst aan [eiser] te verstrekken heeft er toe geleid dat [eiser] zich genoodzaakt zag deze procedure te starten. Marcar en Editorial zullen daarom in de kosten van dit geding worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: - kosten betekening verzoekschrift (2 x US$ 136,58) US$ 273,16 - griffierecht US$ 251,00 - salaris gemachtigde (1 x 1 punt ad US$ 698,-) US$ 698,00 Totaal US$ 1.222,
  11. Beslissing Het Gerecht: Wijst de vordering van [eiser] af; Veroordeelt Marcar en Editorial in de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op US$ 1.222,
  12. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.M. van den Dungen, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 maart 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.