GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Burgerlijke zaken over 2019 registratienummer: BON201900040 datum uitspraak: 19 februari 2019 VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van de besloten vennootschap FLAMINGO T.V., gevestigd te Bonaire, eiseres in conventie, verweerder in reconventie, hierna: Flamingo, gemachtigde: mr. C.J. van Burk, tegen 1. de naamloze vennootschap [gedaagde sub 1] N.V., h.o.d.n. Boudoir Food & Drinks, hierna: Boudoir, 2. [ [gedaagde sub 2], gevestigd respectievelijk wonende te Bonaire, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, gemachtigde: mr. A.F. van Toll. Het procesverloop 1. Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift d.d. 23 januari 2019, de overlegging van producties met eis in reconventie d.d. 11 februari 2019, de mondelinge behandeling d.d. 12 februari 2019, waarbij zijn verschenen [general manager] (general manager van Flamingo), alsmede [gedaagde sub 2] (als directeur van Boudoir en in persoon), samen met hun gemachtigden, en waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd. 2. Uitspraak is nader bepaald op heden. De feiten 3. Boudoir exploiteert een horecagelegenheid in een bedrijfsruimte met terras aan de Kaya Grandi 26 F-G, die zij huurt van Flamingo. 4. Op grond van art. 2.0 van de (verlengde) huurovereenkomst d.d. 19 februari 2014 bedragen huurprijs en servicekosten US$ 1.405 resp. US$ 375 per maand, en moeten deze bedragen bij vooruitbetaling op de eerste dag van de maand worden voldaan. Op grond van art. 2.5 van de huurovereenkomst is [gedaagde sub 2] aansprakelijk voor de huurpenningen, kosten, schaden en interessen, ingeval Boudoir in gebreke blijft. 5. Boudoir heeft de huurpenningen voor de maanden november 2017, februari 2018, maart 2018 en april 2018 per abuis aan een derde betaald. 6. Vanaf begin mei 2018 worden bouwwerkzaamheden verricht op het buurperceel, gelegen direct naast de galerij waarvan ook het terras van Boudoir deel uitmaakt. Deze bouwwerkzaamheden veroorzaakten stof en herrie. Door de plaatsing van een schutting tussen het bouwterrein en de galerij werd veel lichtinval weggenomen. De aannemer heeft bij het terras van Boudoir plexiglazen ramen aangebracht en de schutting geschilderd. Op aandringen van Boudoir heeft Flamingo in de hele galerij lampen aangebracht. 7. Boudoir heeft over de maanden juni t/m november 2018 geen huur betaald. 8. Boudoir heeft bij brief van 16 juli 2018 onder meer aan Flamingo geschreven: 4. Uit een gesprek met de projectontwikkelaar heb ik begrepen dat er wat betreft de duisternis in de galerij een aanzienlijke verbetering zou kunnen worden bereikt door zogenaamde Solar tunnels aan te brengen in (het dak van) de galerij. (...). Echter, volgens de projectontwikkelaar (...) voor rekening van de eigenaar van de Royal Palm Gallery, dus Flamingo TV (...). 5. Hoe het ook zij, de toestand is voor Boudoir onhoudbaar geworden, zeker met de wetenschap dat de bouwwerkzaamheden -tenminste- anderhalf jaar gaan duren. Boudoir heeft nu al een aanzienlijke schade geleden door omzetverlies, dat een direct gevolg is van de hierboven geschetste omstandigheden (...) 6. Anders geformuleerd komt het er op neer, dat Boudoir als huurder niet meer in het huurgenot is geweest waar zij recht op heeft, sinds de bouwwerkzaamheden zijn begonnen en zonder dat er een deugdelijke oplossing is gekomen voor deze problemen. (...) 7. Gesprekken over een oplossing voor deze problematiek met u en Patrick hebben helaas niet tot concrete resultaten of afspraken geleid. (...) Verder wil ik u dringend verzoeken de huurprijs gedurende deze periode aanzienlijk te verlagen, zodat Boudoir deze periode kan overleven en niet failliet gaat. lk herhaal: Het huurgenot waarop Boudoir recht heeft is vrijwel totaal verdwenen. 9. Flamingo heeft bewerkstelligd dat Boudoir ook aan de andere zijde van het gehuurde een terras kreeg. 10. Boudoir heeft de onder 5 bedoelde huurpenningen (in totaal US$ 7.120) op 5 december 2018 alsnog aan Flamingo betaald en heeft op 10 december 2018 de huurpenningen voor december 2018 betaald. 11. Flamingo heeft Boudoir op 5 december 2018 aangemaand uiterlijk op 17 december 2018 US$ 16.020 aan achterstallige huur- en servicekosten van te betalen en aangekondigd dat als dat niet is gebeurd, de huurovereenkomst wordt ontbonden. 12. Namens Boudoir heeft [gedaagde sub 2] op 10 december 2018 Flamingo geantwoord: In referentie aan mijn correspondentie van 16 July j.l. waarin ik u heb geïnformeerd over het gebruik aan ongestoord huurgenot van het verhuurde goed, het niet gevrijwaard zijn tegen uw eigen handelingen en de verontrusting door derden, het volgende; De door mij gestelde inkomsten derving gebaseerd op omzet verlies sinds de aanvang van de bouw werkzaamheden d.d. 7 mei, 2018 tot 30 november is gesteld op $ 32,213.00 (verifieerbaar en ter inzage ten kantore van Inter Access Bonaire (...). Graag verzoek ik u nogmaals de door mij gelede schade te compenseren middels (tijdelijke) huurprijs vermindering voor de duur van de overlast ingaande per 7 mei, 2018. lk verzoek u binnen 5 werkdagen te reageren op mijn voorstel en ga ervan uit dat de bedrijfsvoering normaal voorgezet kan worden. 13. Boudoir heeft zich op 18 december 2018 tot de Huurcommissie gewend met een verzoek tot vaststelling van de huurprijs en een verweer tegen een huuropzegging door Flamingo. 14. Op 28 december 2018 heeft Flamingo, na verkregen toestemming van dit gerecht, ten laste van Boudoir conservatoir beslag doen leggen op het kasgeld en de roerende zaken in het gehuurde en conservatoir derdenbeslag op de rekeningen van Boudoir, alsmede ten laste van [gedaagde sub 2] conservatoir derdenbeslag op haar rekeningen. 15. Bij brief van 17 januari 2019 heeft Flamingo de huurovereenkomst (gedeeltelijk) ontbonden, aanspraak gemaakt op schadevergoeding en verzocht de sleutels uiterlijk 23 januari 2019 af te geven en het gehuurde op te leveren. 16. Boudoir heeft niet aan dit verzoek voldaan. 17. Boudoir heeft op 31 januari 2019 de huur voor januari 2019 betaald en op 8 februari 2019 de huur voor februari 2019. 18. Bij brief van 1 februari 2019 heeft de gemachtigde van Boudoir geschreven: (...) Feit is dat cliënte over de periode mei tot en met november een zodanige verstoring van haar huurgenot heeft gehad, dat zij niet ten volle heeft kunnen ondernemen zoals zij gewend was. U bent ernstig in gebreke gebleven de huurder huurgenot te bieden en voor overlast te behoeden door eigen handelen of handelen door derden. Het is dan ook redelijk en billijk dat over de periode mei-november 2018 vermindering wordt gegeven op de huurprijs. Cliënte heeft de huurcommissie benaderd om daarvan een schatting te maken, maar zulks is nog niet geschied. Tot een andere beslissing zal worden genomen is een percentage van 50% alleszins redelijk. Aangezien zij de maand mei 2018 nog geheel betaald had (voordat de enorme overlast begon), betekent zulks dat zij u nog vijf halve maanden aan huur is verschuldigd, zijnde US$ 4.450,00. Was zij in haar brieven aan u nog bereid genoegen te nemen met een compensatie middels een tijdelijke huurprijsvermindering, thans is daar geen sprake meer van en vordert zij naast de huurprijsvermindering ook vergoeding van haar schade. Namens cliënte stel ik uw bedrijf dan ook aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade vanwege uw ernstige nalatigheden om haar het huurgenot van het gehuurde te laten hebben. Cliënte heeft haar accountant de schade laten opmaken, die zij geleden heeft over de periode vanaf mei. In het overzicht is te zien, dat er ook in december nog een winstderving was, hetgeen te wijten is aan het feit, dat de toegezegde overkapping over het nieuwe terras er niet is gekomen en het in december veel geregend heeft. Cliënte zal de schade over deze maand niet in rekening brengen. De schade over de periode mei tot en met november 2018 bedraagt US$ 32.213,00.Van dit bedrag is minimaal een percentage van 70% voor uw rekening, zijnde US$ 22.549,10. Van dit bedrag zal worden afgetrokken het bedrag dat cliënte u nog verschuldigd is aan gematigde huurpenningen, zodat u haar verschuldigd bent het bedrag ad US$ 18.099,10. Op 17 januari j.l. heeft uw gemachtigde een brief aan cliënte doen uitgaan, waarin zij meent de huurovereenkomst buitengerechtelijk te kunnen ontbinden. Op grond van het voorgaande moge duidelijk zijn, dat daar geen grond voor is. (...) De huurovereenkomst blijft intact en cliënte zal het gehuurde blijven huren. (...) Namens cliënte moge ik u hierbij vriendelijk verzoeken - zonodig sommeren - het bovenomschreven bedrag ad US$. US$ 18.099,10 uiterlijk op donderdag 7 februari 2019 voor 12.00 uur te voldoen (...). 19. Flamingo heeft niet aan dit verzoek c.q. deze sommatie voldaan. De vordering 20. Flamingo vordert in conventie, samengevat: Boudoir te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en afgifte van de sleutels ervan aan Flamingo, Boudoir en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Flamingo van een voorschot op de geleden schade, overeenkomend met de achterstallige huur van US$ 14.240, en Boudoir en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Flamingo van de beslagkosten van 1.905,13. 21. Boudoir en [gedaagde sub 2] vorderen in reconventie samengevat: 21. Flamingo te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van US$ 22.459,10, dan wel, na verrekening, van US$ 18.099,10, en 21. Flamingo te veroordelen tot opheffing van de beslagen. 22. De partijen voeren over en weer gemotiveerd verweer. De beoordeling in conventie 23. Anders dan de gedaagden menen, heeft Flamingo een spoedeisend belang bij deze procedure. Flamingo stelt immers dat zij de huurovereenkomst ontbonden heeft en dat Boudoir, ondanks de sommatie daartoe, het gehuurde niet verlaat. Als sprake is van een rechtsgeldige ontbinding, maakt Boudoir zonder recht of titel gebruik van de voorheen door haar gehuurde bedrijfsruimte met terras van Flamingo. Flamingo heeft er dan voldoende belang bij om op korte termijn weer volledig over haar eigendom te beschikken. 24. Ter beoordeling ligt onder meer voor de vraag of voldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de huurovereenkomst is ontbonden. 25. Flamingo heeft de huurovereenkomst ontbonden wegens de betalingsachterstand. Zij stelt dat die achterstand ten tijde van de ontbinding 8 maanden huur bedroeg. De gedaagden stellen met zoveel woorden dat Boudoir toen een betalingsachterstand had van 5 maanden huur. Met de door de partijen overgelegde overzichten en betalingsbewijzen komt het gerecht uit op betalingsachterstand van 7 maanden huur ten tijde van de ontbinding op 17 januari 2019 en een huidige achterstand van 6 maanden x de overeengekomen (bruto)huurprijs van US$ 1.780 per maand, dus US$ 10.680. 26. Anders dan de gedaagden menen, mocht Boudoir op basis van haar brief van 16 juli 2018 en het uitblijven van een reactie daarop er niet op vertrouwen dat Flamingo met het opschorten van de huurbetalingen instemde. De brief bevat immers niet meer dan een verzoek om een verlaging van de huur (en eenzelfde verzoek heeft Boudoir gedaan in haar brief van 10 december 2018). Als op verzoeken tot huurprijsverlaging niet wordt gereageerd, leidt dat niet tot overeenstemming over een lagere huurprijs noch tot het wegvallen van de verplichting om maandelijks de huur te betalen. Flamingo heeft de brief ook niet hoeven op te vatten als een mededeling dat de huurbetalingen zouden worden opgeschort. 27. De gedaagden menen gronden te hebben waarom Boudoir (een groot deel) van de huurachterstand niet aan Flamingo verschuldigd is. Zij stellen dat Flamingo Boudoir niet het huurgenot heeft verschaft waarop zij recht had en beroepen zich (thans) op opschorting. Zij stellen daartoe (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.