Uitspraak van 17 maart 2022 BBZ nrs. BON202100275 en BON202100276 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Zittingsplaats Bonaire UITSPRAAK Op het beroep in de zin van hoofdstuk VIII, titel acht, afdeling drie van de Belastingwet BES van: [Belanghebbende], domicilie kiezend te Nederland, belanghebbende, gericht tegen: DE HEFFINGSAMBTENAAR VAN HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE, de heffingsambtenaar. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is een aanslag motorrijtuigbelasting (MRB) 2020 en 2021 betreffende nummerplaat B-2392 opgelegd. 1.2 Belanghebbende heeft op 7 december 2020 daartegen bezwaar gemaakt. 1.3 De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 mei 2021 het bezwaar ongegrond verklaard. 1.4 Belanghebbende heeft op 11 juni 2021 tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van USD 30. 1.5 Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 12 augustus 2021 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een vergoeding van proceskosten en griffierecht. 2OVERWEGINGEN 2.1 Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar aan haar bezwaar is tegemoetgekomen. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. 2.2 Ingevolge artikel 8.106a aanhef en letter c, Belastingwet BES kan het Gerecht, onmiddellijk uitspraak doen indien een nader onderzoek het Gerecht niet nodig voorkomt omdat het beroep kennelijk gegrond is. Naar het oordeel van het Gerecht kan deze bepaling op overeenkomstige wijze worden toegepast op een bij intrekking van het beroep gedaan verzoek om vergoeding van proceskosten en/of griffierecht. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding. 2.3 In artikel 8.75a, lid 1 van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op een tegelijk met de intrekking gedaan verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak in de kosten kan worden veroordeeld. In Aruba, Curaçao en Sint-Maarten gelden soortgelijke bepalingen. In de Belastingwet BES ontbreekt echter een dergelijke bepaling zodat bij intrekking, tekstueel bezien, geen recht bestaat op een kostenvergoeding. 2.4 In artikel 8.115a, lid 1, Belastingwet BES is bepaald dat het Gerecht bij uitsluiting bevoegd is een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de regel wordt aan de belastingplichtige een kostenvergoeding toegekend als geheel of gedeeltelijk aan het bezwaar en/of beroep wordt tegemoetgekomen. In dit geval is ook aan belanghebbende tegemoetgekomen, maar is het beroep vervolgens ingetrokken en is tegelijk verzocht om een kostenvergoeding. Zoals in 2.3 opgemerkt bestaat daar volgens de letter van de wet geen recht op. Naar het oordeel van het Gerecht brengt een redelijke wetstoepassing echter mee dat in een dergelijk geval ook recht bestaat op een kostenvergoeding (voor zover het kosten betreft die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen). Hiermee wordt ook recht gedaan aan het in de Memorie van Toelichting bij de Belastingwet BES geformuleerde uitgangspunt dat het procesrecht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de overige landen in het Caribische gebied Aruba, Curaçao en Sint-Maarten eenvormig is. 2.5 Ingevolge artikel 8.115a, lid 3, Belastingwet BES kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.