GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire registratienummer: BON2024000276 datum uitspraak: 12 juli 2024 VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: 1[Eiser 1],
(1)maand na betekening van het vonnis, de elektrische- en drinkwaterinstallaties van eisers in de woningen op hun perceel aan te sluiten op het elektriciteits- en drinkwaternet van WEB, hetzij door middel van een permanente aansluiting, hetzij door middel van een deugdelijke noodaansluiting totdat de volledige infrastructuur voor de levering van de elektriciteit en drinkwater ten behoeve van het verkavelingsplan gereed zal zijn en eisers in staat te stellen elektriciteit en drinkwater af te nemen, onder de verplichting om HMI krachtens de volmachten de verschuldigde aansluitkosten te laten betalen, een en ander op straffe van een aan eisers te verbeuren dwangsom voor afzonderlijk de elektriciteit- en drinkwateraansluiting van USD 1.000,00 per dag of dagdeel dat WEB niet voldoet aan de uit te spreken veroordeling met een maximum van USD 100.000,00, te vermeerderen met rente en kosten. 3.
- Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat WEB een aansluitverplichting heeft, tenzij dit bedrijfseconomisch niet verantwoord is. Eisers hebben een volmacht van HMI op grond waarvan zij bevoegd zijn om in naam en voor rekening van HMI opdracht te geven aan WEB voor deze aansluiting. WEB moet daaraan voldoen. 3.
- WEB voert verweer, waarop hierna onder de beoordeling zal worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De spoedeisendheid van de gevraagde voorzieningen volgt uit de aard van het gevorderde, namelijk gaat het om een aansluiting van elektriciteit en water van twee vakantiewoningen zonder welke deze niet verhuurbaar zijn, waardoor er sprake is van inkomstenderving aan de kant van eisers. Daarom zijn eisers wat dat betreft ontvankelijk in hun vorderingen. 4.
- Eisers beroepen zich op een aansluitverplichting van WEB op grond van artikel 3.5 lid 1 aanhef en onder c van de Wet elektriciteit en drinkwater BES. Het verweer van WEB dat zij niet is gehouden om aansluitingen te maken in een particuliere verkaveling als de onderhavige klopt niet. In het door WEB vastgestelde aansluitbeleid is immers ook voorzien in de mogelijkheid voor aansluitingen in een particuliere verkaveling. In dat geval zal er met betrekking tot de daarvoor aan te leggen infrastructuur een zakelijk recht gevestigd moeten worden, zo is in de schriftelijke vastlegging van het aansluitbeleid bepaald. 4.
- Het verweer van WEB is dat zij weliswaar een verplichting heeft om te zorgen voor een aansluiting, ook in een particuliere verkaveling, maar dat er geen verplichting is om dat zonder een formele aanvraag en goedgekeurde offerte te doen en ook niet binnen een bepaalde periode. Er is een wachtlijst voor aansluitingen en die moet op volgorde van aanvraag worden afgewerkt. Het begint dus met een aanvraag. Naar aanleiding daarvan kan een inventarisatie worden gemaakt van wat nodig is en kan er een prijs worden aangeboden. Die aanvraag hebben eisers nog niet gedaan. 4.
- Verder is het verweer van WEB dat de wachtlijst op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze moet worden afgewerkt als het gaat om de daarvoor in te zetten mensen en middelen. WEB is thans in gesprek met HMI voor een aansluiting van alle kavels in het project. Daarvoor heeft zij onlangs een offerte uitgebracht aan HMI van ruim USD 150.000,00, waarop HMI nog moet antwoorden. Voor het alleen aansluiten van het perceel van eisers moet aan eenzelfde bedrag worden gedacht omdat er ook in dat geval, door de grote afstand van het perceel van eisers tot de bestaande infrastructuur, er een dure transformator nodig is. Het heeft geen zin om naast dit offertetraject met HMI nu een parallel traject met eisers te gaan volgen. 4.
- Daarnaast voert WEB als verweer aan dat de periode tussen aanvraag en realisatie sowieso zeven tot acht maanden duurt in verband met de levertijd van de transformator. Voor het bouwen daarvan is een bouwvergunning vereist en voor de gehele infrastructuur zal via de notaris een zakelijk recht moet worden gevestigd en ook dat kost tijd. 4.
- Ook een noodaansluiting vanuit de aangrenzende wijk [wijk] zoals gevorderd, is volgens WEB geen optie. In ieder geval kan het gevraagde spanningsniveau niet vanuit die wijk worden geleverd. En ook als het gaat om noodstroom met een lagere spanning of om anderszins een tijdelijke aansluiting, zal nog eerst de installatie van eisers moeten worden bekeken en beoordeeld. In dat verband zijn er onduidelijkheden met betrekking tot de zonnepanelen van eisers, namelijk of deze nu wel of niet op dezelfde installatie zijn aangesloten als die waarop de van buiten komende elektriciteit wordt aangesloten. Ook voor een noodstroomaansluiting of anderszins een tijdelijke aansluiting moet eerst een aanvraag worden gedaan, waarbij in ieder geval een keuringskaart van DTH moet worden gevoegd. Daarnaast zal een noodstroomvoorziening vanuit [wijk] gelet op de plaatselijke situatie voor een klein deel onder of langs de openbare weg moeten lopen, wat niet kan zonder vergunning, wat in ieder geval vier maanden kost. Hetzelfde geldt voor het water, nog daargelaten dat er onvoldoende waterdruk zal zijn en het debiet van deze aansluiting te laag zal zijn waardoor er legionella kan ontstaan. 4.
- Tot slot heeft WEB meer in het algemeen het bezwaar dat er een precedentwerking kan uitgaan van het nu realiseren van een individuele aansluiting van eisers. Dat kan ertoe leiden dat andere percelen binnen deze verkaveling dan ook zo’n individuele aansluiting willen. De algemene conclusie van WEB is dat eisers voor hun vorderingen bij HMI moet zijn. Zij moeten HMI vragen om nu snel een akkoord te geven op de uitstaande offerte. 4.
- Het gerecht volgt WEB in haar verweer in die zin dat er veel onzekerheden zijn met betrekking tot wat er wordt gevorderd. Het is niet duidelijk of WEB gelet op de aangevoerde bezwaren in technische zin aan het gevorderde kan voldoen en dat binnen de daarvoor gestelde tijd van een maand zou kunnen. Daarnaast is het niet handig dat WEB naast de bestaande offerte aan HMI, nu een parallel traject met gedaagde zou starten en dat kan ook niet van haar worden gevraagd. Een juridische grondslag daarvoor ontbreekt. In ieder geval dient alles te beginnen met een aanvraag, en ook die hebben eisers nog niet gedaan. 4.
- Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van eisers zullen worden afgewezen. Een belangenafweging tussen partijen maakt dat niet anders, immers is er ook niets af te wegen zolang niet duidelijk is of WEB aan de veroordeling kan voldoen. 4.
- Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van WEB begroot op USD 838,00 aan salaris gemachtigde. 5De beslissing Het gerecht, rechtdoende in kort geding, 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt eisers hoofdelijk, des dat de een zal hebben betaald de ander zal zijn gekweten, in de kosten van de procedure, aan de zijde van WEB begroot op USD 838,
- Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en uitgesproken op 12 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.