GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire registratienummer: BON202200139 datum uitspraak: 26 november 2025 in de zaak van: de naamloze vennootschap CEC CURAÇAO N.V., gevestigd te Curaçao, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna CEC,gemachtigden: mrs. M.F. Murray en K.A. Doekhi, tegen 1de besloten vennootschap BONAIRE BUILDERS B.V.,gevestigd te Bonaire,gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Bonaire Builders, 2. [gedaagde], wonende te Bonaire, gedaagde in conventie, hierna: [gedaagde],gemachtigde: mr. M.D. van den Brink. 1Het procesverloop 1.1. Het procesverloop tot en met 2 oktober 2024 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere procesverloop blijkt uit: de akte van Bonaire Builders van 29 januari 2025 de antwoordakte van CEC van 7 mei 2025 de akte uitlaten productie van Bonaire Builders van 28 mei 2025 1.2. De pleidooien hebben plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen: dhr. [bestuurder CEC], bestuurder van CEC, bijgestaan door de gemachtigde mr. Doekhi (via videoverbinding) die mede aan de hand van een pleitnota het woord heeft gevoerd; dhr. [gedaagde], bestuurder van Bonaire Builders, bijgestaan door de gemachtigde, die mede aan de hand van een pleitnota het woord heeft gevoerd. 1.3. Vonnis is bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht geoordeeld: dat CEC op Bonaire Builders een vordering heeft van USD 790.915,10 dat Bonaire Builders met dat bedrag kan verrekenen USD 38.355,75 in verband met de ‘vergeten dakrandafwerking’ en met een nog nader vast te stellen bedrag voor het ‘vergeten’ buitenstucwerk. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht Bonaire Builders in de gelegenheid gesteld om in een akte duidelijkheid te geven in de verrekenpost afwerking/Graniplast buiten inclusief materiaal door (alleen nog) duidelijkheid te geven over het aantal m² waar het om gaat, waarop CEC bij antwoordakte mocht reageren. Terugkomen op bindende eindbeslissingen 2.2. Beide partijen hebben die aktewisseling aangegrepen om het gerecht te verzoeken om op tal van bindende eindbeslissingen terug te komen. 2.3. In de akte van 29 januari 2025 verzoekt Bonaire Builders het gerecht om terug te komen op zijn bindende eindbeslissingen over de volgende (afgewezen) schadeposten: - dekvloer storten inclusief materiaal - dakafwerking (afschotlaag) materiaal - septic tanks loon/materiaal extra - aanbrengen /aansluitingen WEB. Volgens Bonaire Builders berusten die beslissingen op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. CEC concludeert tot afwijzing van deze verzoeken. 2.4. CEC verzoekt het gerecht in haar antwoordakte om terug te komen op zijn bindende eindbeslissing dat CEC in de begroting vergeten is het stucwerk aan de buitenzijde van de woningen op te nemen en dat Bonaire Builders als gevolg van de op dit punt onjuiste begroting schade heeft gelden waarvoor CEC aansprakelijk is. Verder verzoekt CEC het gerecht om terug te komen op zijn bindende eindbeslissing dat er geen sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde]. Bonaire Builders concludeert tot afwijzing van die verzoeken. Maatstaf 2.5. Het gerecht stelt in dit kader voorop dat het in beginsel gebonden is aan de eerder gegeven eindbeslissingen. Deze gebondenheid heeft een - uit het oogpunt van een goede procesorde positief te waarderen - op beperking van het debat gerichte functie. Zij geldt evenwel niet onverkort. De eisen van een goede procesorde brengen immers tevens mee dat de rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat de partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. 2.6. Daarmee is niet bedoeld dat een procespartij na kennisname van een haar onwelgevallig tussenoordeel van de rechter binnen dezelfde instantie de onderbouwing van de grondslagen van haar vordering of verweer onbeperkt met een beroep op nieuwe feiten, nieuwe argumenten en nieuwe producties zou mogen aanvullen en dat de rechter te allen tijde verplicht zou zijn daarop gemotiveerd te beslissen. Dit zou het beginsel dat rechtszaken ooit eens tot een einde moeten komen te zeer aantasten en een praktijk van intern hoger beroep in de hand werken. Bij de beantwoording van de vraag waar hier de grenzen liggen, zijn de beginselen van een goede procesorde leidend. Afwerking/Graniplast buiten inclusief materiaal - het gerecht komt niet terug op zijn bindende eindbeslissing 2.7. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht Bonaire Builders in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het aantal m² aan buitenstucwerk dat CEC is vergeten in haar begroting op te nemen. Al in het tussenvonnis van 13 september 2023 had het gerecht geoordeeld dat CEC in de begroting vergeten is het stucwerk aan de buitenzijde van de woningen op te nemen. 2.8. CEC verzoekt het gerecht om op deze beslissingen terug te komen. CEC voert aan dat het begrote aantal vierkante meters aan stucwerk met inbegrip van de toegelaten afwijkingen daarvan voldoende was voor het stucwerk van de binnen- én buitenzijde. CEC verwijst naar een door haar in de antwoordakte van 7 mei 2025 opgenomen herberekening van het stucwerk voor de binnen - en buitenzijde van de woningen. Het gerecht stelt vast dat CEC voor het eerst in deze antwoordakte met die herberekening komt, terwijl CEC al veel eerder over deze informatie heeft moeten kunnen beschikken. Het aanvoeren van dit nieuwe feit in dit stadium van de procedure nadat daarover definitief anders is beslist, is naar het oordeel van het gerecht in strijd met de goede procesorde. Dit verzoek van CEC wordt afgewezen. 2.9. Bovendien gaat CEC uit van een toegelaten afwijking van 51%. Het gerecht volgt CEC niet in haar zienswijze dat haar begroting vanwege het class II principe (20%), de gebruikelijke kostenverhogingen voor algemene kosten (15%) en overige omstandigheden (16%) en daarmee in totaal 51% mag afwijken. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht al overwogen dat van CEC een zorgvuldige begroting mocht worden verwacht, wat inhoudt dat in de begroting op grond van de op dat moment beschikbare gegevens van de juiste hoeveelheden wordt uitgegaan. - Inhoudelijk verder 2.10. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht geoordeeld dat de door CEC te vergoeden schade moet worden begroot op USD 15,- per m², te vermenigvuldigen met het aantal m² stucwerk aan de buitenzijde van de woningen. 2.11. In haar akte van 29 januari 2025 stelt Bonaire Builders: - dat de 51 woningen van 90 m² aan buitenstucwerk hebben: 88 m² - dat de 52 woningen van 120 m² aan buitenstucwerk hebben: 98 m² 2.12. Bonaire Builders berekent de schade op: - wat betreft de 51 woningen van 90m²: o 88 x USD 15,- = USD 1.320,- x 51 = USD 67.320,- exclusief ABB - wat betreft de 52 woningen van 120 m²: o 98 x USD 15,- = USD 1.470,- x 52 = USD 76.440,- exclusief ABB in totaal USD 143.760, - exclusief ABB, USD 155.260,80 inclusief ABB 2.13. Omdat CEC de berekening van Bonaire Builders verder niet heeft betwist, komt Bonaire Builders voor deze post, ter verrekening, USD 155.260,80 toe. (Bonaire Builders+ USD 155.260,80) Dekvloer storten inclusief materiaal - geen verrassingsbeslissing 2.14. In het tussenvonnis van 13 september 2023 heeft het gerecht onder meer overwogen: dat in ieder geval in de begroting geen kosten voor een dekvloer zijn opgenomen en dat, ook uitgaande van het verweer van CEC, de begroting daarmee onjuist is dat het aan CEC is om haar stelling dat Bonaire Builders geen dekvloeren wilde concreet te maken en dat zij daarbij in dient te gaan op de vraag of en hoe zij Bonaire Builders over de mogelijke gevolgen van het ontbreken daarvan heeft gewaarschuwd 2.15. Denkbaar is dat Bonaire Builders hieruit opmaakte dat het, wat deze post betreft, alleen nog ging over de onderbouwing van de stellingen van CEC dat Bonaire Builders geen dekvloeren wilde en zij Bonaire Builders had gewaarschuwd. 2.16. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht geoordeeld dat Bonaire Builders bij deze post geen (verreken)vordering op CEC heeft. Het gerecht heeft aan de hand van de – op het tussenvonnis van 13 september 2023 volgende – aktewisseling tussen partijen geoordeeld dat uit meerdere tussen partijen gewisselde whatsapp- en spraakberichten blijkt dat het beide partijen voor ogen stond dat de tegelvloer direct op de aan te brengen vloer zou worden aangebracht. Het gerecht heeft overwogen dat Bonaire Builders stelt dat het ging om een constructievloer waaruit volgens het gerecht volgt dat Bonaire Builders ermee bekend was dat in de begroting niet in een dekvloer was voorzien. Hoe het gerecht tot dat oordeel komt is in rechtsoverweging 2.23 van het vonnis uitgelegd. 2.17. Omdat door partijen uitvoerig is gedebatteerd over de aansprakelijkheid voor het niet opnemen van een dekvloer, is geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing is. Na het tussenvonnis van 13 september 2023 heeft CEC nog twee keer een akte genomen en heeft Bonaire Builders nog drie keer een akte genomen. Daarna heeft het gerecht het tussenvonnis van 2 oktober 2024 gewezen. - het gerecht komt niet terug op zijn bindende eindbeslissing 2.18. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht (in rechtsoverweging 2.23) geoordeeld: dat het ervoor gehouden moet worden dat Bonaire Builders zich ervan bewust was dat niet in een dekvloer was voorzien, waarmee zij dan de mogelijke uitdagingen die daarbij komen kijken heeft aanvaard; dat daarom in het midden kan blijven of CEC haar daarvoor heeft gewaarschuwd. 2.19. Het gerecht gaat aan het verzoek van Bonaire Builders om terug te komen op deze eindbeslissingen voorbij onder verwijzing naar zijn eerdere beslissingen in het tussenvonnis van 2 oktober 2024 onder 2.21 tot en met 2.23. Het is het gerecht op basis van de akte van Bonaire Builders van 29 januari 2025 niet gebleken dat deze beslissingen berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Bonaire Builders persisteert in haar akte namelijk bij haar eerdere standpunten dat CEC tegenover haar toerekenbaar tekort is geschoten door geen dekvloer in de begroting op te nemen en door Bonaire Builders niet te wijzen op de noodzaak van het aanbrengen van een dekvloer en op opnemen van een dekvloer in de begroting. 2.20. Bonaire Builders is het niet eens met het oordeel van het gerecht, maar dat maakt nog niet dat het oordeel berust op een onjuiste grondslag. Het verzoek om terug te komen op een bindende eindbeslissing dient er niet toe om de beslissingen in een vonnis waar een partij het niet mee eens is, ter discussie te stellen. Daarvoor is het hoger beroep. Dakafwerking (afschotlaag) materiaal - het gerecht komt niet terug op zijn bindende eindbeslissing 2.21. In het tussenvonnis van 13 september 2023 heeft het gerecht weergegeven dat CEC betwist dat zij de kosten hiervoor veel te laag heeft begroot en dat CEC aanvoert dat de door haar begrote kosten aan de ruime kant zijn waarbij CEC inzicht geeft in hoe zij tot haar berekening is gekomen. Het gerecht heeft Bonaire Builders in de gelegenheid gesteld om hierop nog te reageren. Het gerecht heeft overwogen dat Bonaire Builders meerdere, en volgens haar onvermijdelijke kosten nader moet onderbouwen. 2.22. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft het gerecht vastgesteld dat Bonaire Builders voor de door haar gemaakte kosten heeft verwezen naar facturen van haar onderaannemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.