GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Registratienummer : BON202400580 Datum beslissing : 14 februari 2025 VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van [eiser], wonende te Bonaire, gemachtigde: mr. K.D. Keizer (Curaçao), tegen de naamloze vennootschap JIBE CITY N.V., gevestigd te Bonaire, gedaagde, gemachtigde: mrs. L. Drissen en L. Sluiter (Curaçao). Partijen zullen hierna [eiser] en Jibe genoemd worden. 1De procedure 1.
(5)dagen na het in deze te wijzen vonnis iedere afbeelding van [eiser], inclusief maar niet beperkt tot de op het reclamebord en de Instagram pagina van Jibe volledig te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van USD 500 per dag of dagdeel dat Jibe hiermee in gebreke blijft. Jibe te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de betekening van het vonnis. 3.2. [ eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat zijn ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Volgens hem is er geen sprake van een dringende reden als bedoeld in artikel 7A:1615o lid 1 BW BES. Hij stelt dat Jibe een verkeerde duiding geeft aan de feiten die zich hebben voorgedaan. Het klopt dat hij een van een klant ontvangen contante betaling niet direct in het kasboek heeft geadministreerd en in het geldkistje heeft gelegd, maar daarvoor had hij een reden. Hij wilde het geld niet stelen. Nu het ontslag nietig is wil hij dat zijn loon, dat sindsdien niet wordt betaald, wordt doorbetaald. Daarnaast wil hij een correcte afrekening van zijn vakantiedagen en vakantiegeld voor de door hem in zijn daarop gerichte vordering genoemde bedragen. Verder wil hij dat Jibe zijn gear, waarvan hij stelt eigenaar te zijn, aan hem afgeeft. Tot slot wil hij dat zijn gezicht van het reclamebord bij de ingang wordt verwijderd. Hij stelt dat hij voor het gebruik van zijn gezicht op dat reclamebord nooit toestemming heeft gegeven. 3.3. Jibe voert verweer. 3.4. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover vereist (nader) ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Voor de vordering van [eiser] tot doorbetaling van het loon totdat zijn dienstbetrekking bij Jibe zal zijn beëindigd geldt dat deze alleen voor toewijzing in aanmerking komt, indien aannemelijk wordt dat het hem gegeven ontslag op staande voet nietig is zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven voortbestaan. Derhalve dient de geldigheid van het gegeven ontslag te worden beoordeeld. Blijkens de ontslagbrief van Jibe is het ontslag gebaseerd op een door Jibe gestelde onregelmatigheid met betrekking tot de afhandeling van een contante betaling die door [eiser] werd ontvangen in de shop, waardoor het vertrouwen van Jibe in [eiser] verloren is gegaan. Vast staat dat na het bij Jibe bekend worden van deze reden, het ontslag onmiddellijk, althans kort daarna, is gegeven. 4.2. Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het ontslag gaat het daarom uitsluitend om de vraag of de reden die Jibe heeft aangevoerd voor het ontslag, als een dringende reden in de zin van artikel 7A:1615o lid 1 BW BES moet worden geduid. [eiser] stelt, in de eerste plaats, dat uit de ontslagbrief die hij heeft gekregen niet duidelijk blijkt wat de dringende reden voor zijn ontslag zou zijn, maar, naar hij stelt, heeft hij de brief wel zo begrepen dat de dringende reden daarin is gelegen dat hij de daarin genoemde contante betaling van USD 195,00 door een klant niet onmiddellijk heeft opgeschreven in het kasboek en hij de betreffende gelden ook niet direct in het geldkistje onder de toonbank heeft gestopt. Volgens hem is dat echter geen dringende reden voor een ontslag. Jibe stelt echter dat uit het handelen van [eiser] volgt dat hij kennelijk een ander plan had met het geld, welk plan niet volledig is uitgevoerd uitsluitend omdat [eigenaar gedaagde], de eigenaar van Jibe, dat heeft weten te verhinderen doordat hij het geld tijdig onder het kistje ontdekte en het wegpakte. In wezen, zo concludeert het Gerecht, gaat het volgens Jibe dus om een poging tot diefstal of verduistering. [eiser] betwist echter dat hij heeft willen stelen. 4.3. Van de betreffende transactie en van wat zich kort daarvoor heeft afgespeeld, heeft Jibe in de procedure camerabeelden overgelegd. Daarvan heeft de gemachtigde van Jibe in haar tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen spreekaantekeningen de volgende, naar het oordeel van het Gerecht correcte, beschrijving gegeven: 11. Allereerst de beelden van 29 mei 2024, van 10:56 tot 10:57 uur (productie 5). Een klant rekent contant af. [eiser] legt het contante geld in het geldkistje en neem daaruit ook het wisselgeld. Vervolgens wordt de transactie genoteerd in het kasboek. Pas daarna richt [eiser] zich tot de volgende klant. (…) 12. En om 11:23 uur op die dag (…) (productie 6). De beelden tonen dat het druk is in de shop. Een klant rekent af via de pin. [eiser] noteert de transactie in het kasboek en stopt de pinbon in het geldkistje. Pas daarna richt [eiser] zich tot de volgende klant. Hij wordt niet nerveus van de rij, maar voert rustig en correct de betaling uit. 13. Nog geen minuut later handelt [eiser] echter geheel afwijkend. (…) Want laten we de beelden er weer even bij pakken (productie 7; 29 mei 2024, vanaf 11:24 uur). Een klant staat aan de balie om shirts af te rekenen. Het is niet druk. [eiser] wil het bedrag invoeren op de pinautomaat. Ook pakt hij de pen en buigt zich over het kasboek. (11:27:28 am). De klant pakt echter haar portemonnee e begint contant geld te tellen. Op dat moment legt [eiser] de pen weer neer en schrijft niets op in het kasboek. Terwijl de klant haar contante geld telt, kijkt [eiser] kort in het geldkistje en sluit die weer. De klant legt vervolgens het contante geld op de balie, waarbij goed te zien is dat ze betaalt met meerdere briefjes, kennelijk gepast want ze ontvangt geen wisselgeld. Vervolgens verbergt [eiser] de briefjes onzichtbaar onder het geldkistje (11:28:11 am). 4.4. [ eiser] betwist dat uit de camerabeelden kan worden afgeleid dat hij wilde stelen. Hij stelt dat hij om verschillende redenen besloot het geld eventjes, en naar zijn stelling gedeeltelijk zichtbaar, onder het geldkistje te leggen. Deze redenen zijn, zoals hij het in zijn verzoekschrift heeft verwoord:
- i)Het feit dat [eiser] op dat moment bezig was met zijn dochter die na enige tijd weer bij hem kwam verblijven (waarover contact met de moeder nodig was);
- ii)Omdat [eiser] bezig was met het vastleggen van het gesprek dat hij 16 mei jl. met [eigenaar gedaagde] had gevoerd (productie 11); iii) Omdat er nieuwe klanten stonden te wachten op een rondleiding van de Surfschool en om lessen te gaan volgen, maar met name omdat,
- iv)[eiser] in afwachting was van het juiste moment om het geld (grote biljetten) dat hij ontving van de betreffende klant om te wisselen bij de bar van Jibe, omdat er geen wisselgeld was in de kassa, 4.5. Het Gerecht kan [eiser] hierin niet volgen. Niet valt in te zien hoe de onder (
- i)en (
- ii)genoemde omstandigheden, die kennelijk moeten duiden op een bepaalde gemoedstoestand waarin [eiser] op dat moment verkeerde, relateren aan het hem verweten handelen. Ook de onder (iii) genoemde drukte kan geen reden zijn geweest voor een andere werkwijze met betrekking tot het in ontvangst nemen van gelden dan gebruikelijk. Van een bovenmatige drukte in de surfshop was geen sprake en als er al mensen buiten aan het wachten waren voor een les, dan nog is het de vraag wie [eiser] dan noodzakelijkerwijs in de shop zou moeten vervangen en waarom hij dan zo’n haast zou hebben. Bovendien blijkt uit de camerabeelden dat alle handelingen van [eiser], waaronder het opvouwen en inpakken van de shirts die de klant had aangekocht en het weghangen van de hangers, heel rustig worden uitgevoerd. En tijdens het tellen van het geld door de betreffende klant was er voldoende tijd om de transactie in het kasboek te noteren en het geld in plaats van onder het geldkistje, in het kistje te leggen, welk laatste met betrekking tot de daaraan te besteden tijd ook niet veel verschil zou hebben gemaakt. [eiser] moest zelfs nog even wachten totdat de betreffende klant klaar was met het tellen van het geld. Bovendien zijn er beelden overgelegd van een andere transactie, van eerder op die ochtend, waarop is te zien dat het op dat moment wél druk was in de shop en [eiser] wél de tijd nam om de (contante) betaling te noteren in het kasboek en het geld vervolgens in het kistje te stoppen. Ook in de door hem onder (
- iv)genoemde reden kan [eiser] niet worden gevolgd. Niet valt in te zien waarom het geld voor het doel van het even later willen wisselen daarvan bij de naastgelegen bar, buiten de kas zou worden gehouden. Ook niet duidelijk is hoe dit doel kan samenvallen met de door hem onder (iii) gestelde drukte in de shop. Als het al druk was in de shop, dan zou het moeten wisselen van geld toch wel het laatste moeten zijn geweest waaraan [eiser] op dat moment zou hebben gedacht. Daarbij komt dat [eiser] de onder (
- iv)genoemde reden van het wisselen van het geld pas voor het eerst heeft aangevoerd nadat hij de camerabeelden van Jibe had ontvangen. Uit de camerabeelden blijkt dat het helemaal niet druk is in de shop. Er staat slechts één klant te wachten. Het Gerecht houdt het er daarom op dat [eiser] naar aanleiding van die door hem ontvangen camerabeelden zijn verklaring heeft aangepast, althans heeft aangevuld met de argumentatie van het moeten wisselen van het geld, hetgeen die verklaring ongeloofwaardig maakt. De conclusie is daarom dat sprake is geweest van een ongebruikelijke verwerking van een van een klant ontvangen bedrag van USD 195,00 die zich niet logisch en deugdelijk laat verklaren, althans niet met de redenen die [eiser] daarvoor heeft gegeven. 4.6. Als verweer heeft [eiser] naar voren heeft gebracht dat er bij Jibe geen uitgeschreven procedure was over hoe de medewerkers in de shop met contante betalingen moesten omgaan en dat hij daarom niet aan een bepaalde wijze van verwerking daarvan was gebonden. Dat laat echter onverlet, zo is het oordeel van het Gerecht daarover, dat [eiser] ermee bekend was dat een betaling direct na de ontvangst daarvan in het kasboek moest worden genoteerd en het geld, als het om een contante betaling gaat, direct daarna in het geldkistje moet worden gestopt. Met een eerdere betaling die [eiser] op dezelfde ochtend in ontvangst nam werkte hij ook op die manier, blijkens de daarvan door Jibe overgelegde camerabeelden. [eiser] heeft een aantal verklaringen overgelegd van oud-medewerkers van Jibe waarin staat dat er weleens geld apart werd gehouden om dit later in de naastgelegen bar te wisselen. Het gaat echter om medewerkers die al jaren niet meer bij Jibe in dienst zijn. Maar ook dan, als van de juistheid van die verklaringen wordt uitgegaan, laat zich niet verklaren waarom [eiser] de betaling niet direct in het kasboek zou hebben genoteerd. 4.7. Ook dat er een camera hing in de shop en [eiser] daarmee bekend was, maakt het beschreven handelen niet minder verdacht, immers zullen camerabeelden doorgaans alleen worden bekeken naar aanleiding van een incident dat zich zou openbaren, maar de bedoeling van het handelen zoals beschreven, was kennelijk om het een ander verdekt te laten. 4.8. [ eiser] klaagt erover dat hij, zoals door hem verzocht, niet de camerabeelden heeft ontvangen van het moment dat [eigenaar gedaagde] hem afloste in winkel en van de dag daarop dat [eiser] aan collega [collega eiser] vroeg om de transactie alsnog in het kasboek te noteren. Ook een kopie van de betreffende pagina van het kasboek, zoals door hem verzocht, heeft hij niet gekregen. Niet valt echter in te zien welk belang [eiser] bij deze camerabeelden en de betreffende pagina uit het kasboek heeft. Jibe betwist namelijk niet dat [eigenaar gedaagde] [eiser] kwam aflossen. Ook betwist Jibe niet dat [collega eiser] de dag daarop, op verzoek van [eiser], de transactie alsnog in het kasboek heeft genoteerd. Maar voor de duiding of de kwalificatie van wat [eiser] wordt verweten is dat niet relevant. [eiser] had op het moment dat hij [collega eiser] vroeg de transactie in het kasboek te noteren, namelijk al gezien, zoals hij stelt, dat [eigenaar gedaagde] het geld onder het geldkistje had ontdekt en weggenomen. Zijn verzoek aan [collega eiser] om de transactie alsnog in het kasboek te noteren was dus alleen gericht op het achteraf willen herstellen van een onregelmatigheid die [eigenaar gedaagde] op dat moment al had ontdekt. 4.9. Het handelen van [eiser] zoals hiervoor omschreven, is dermate zwaarwegend dat van Jibe redelijkerwijs niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst nog langer voort te zetten. Dat geldt ook als daarbij zijn arbeidsverleden van zeventien jaar bij Jibe wordt betrokken, waarbij het om het even is of hij al die tijd in dienstverband zou hebben gewerkt of ook een aantal jaren als zelfstandige. Ongeacht de kwalificatie van de arbeidsrelatie – als zelfstandige of in vaste dienst – zijn de gevolgen van het ontslag namelijk zeer ingrijpend. [eiser] heeft zijn gehele werkende leven voor Jibe gewerkt. Hij was het gezicht van Jibe en hij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan haar succes. Zijn arbeidsverleden is verder onberispelijk. Daarom is het – de interventie van [eigenaar gedaagde] door het wegpakken van het geld weggedacht – denkbaar dat [eiser] zich op enig moment zou hebben bedacht en het geld alsnog in het kistje zou hebben gestopt. Door zijn onberispelijke functioneren gedurende al die jaren kan een dergelijke afloop niet worden uitgesloten. Dat zou de voorgaande beoordeling van zijn ontslag anders hebben kunnen maken, ware het niet dat [eiser] op geen enkele wijze openheid van zaken heeft gegeven of duidelijk heeft gemaakt wat hem tot zijn handelen heeft bewogen. Toen hij de dag na de gebeurtenissen voor het eerst door [eigenaar gedaagde] werd aangesproken op zijn handelen, gaf hij hiervoor geen verklaring en liep hij verontwaardigd weg. Daarna liet hij zijn jurist, en vervolgens zijn gemachtigde schrijven dat het druk was in de shop en dat er daarom geen tijd was om de betaling op de juiste wijze te verwerken. Toen echter aantoonbaar, uit de daarvan overgelegde camerabeelden, bleek dat het niet druk was in de shop en er voldoende tijd was om de betaling in het kasboek te noteren, vulde [eiser] zijn verklaring aan met dat hij het geld even apart hield om het in de naastgelegen bar te wisselen. Naar het oordeel van het Gerecht mocht Jibe ook op grond van deze ontwijkende verklaringen van [eiser] in redelijkheid menen met onmiddellijke ingang niet meer met hem verder te willen en mocht zij daarna daarin volharden. Het ontslag op staande voet is dan ook rechtsgeldig, wat leidt tot afwijzing van de (loon)vordering onder 1. 4.10. [ eiser] vordert onder 2 en 3 dat hij een juiste afrekening krijgt van zijn vakantiedagen en vakantiegeld. Partijen zijn het niet eens over het aantal vakantiedagen waarop [eiser] recht had en wat daarvan nog openstaat. Op grond van hetgeen partijen daarover in dit kort geding naar voren hebben gebracht kan niet worden vastgesteld of [eiser] recht heeft op nog enige betaling in dat verband. Hetzelfde geldt voor een mogelijke, door [eiser] gestelde maar door Jibe betwiste, aanspraak op vakantiegeld. Voor de vaststelling daarvan is een nadere toelichting en/of een bewijslevering nodig waarvoor in een kort geding procedure in de regel geen plaats is, gelet op het spoedeisende karakter daarvan. Het leidt tot een afwijzing van de betreffende vordering. 4.11. Hetzelfde geldt voor de vordering van [eiser] onder 4 tot afgifte van de gear die hij bij Jibe gebruikte. [eiser] stelt dat Jibe deze aan hem heeft geschonken en dat hij daarmee eigenaar is geworden, maar op grond van hetgeen hij daarover aan argumentatie en bewijsmiddelen naar voren heeft gebracht kan dat, voorlopig oordelend, nog niet worden aangenomen. Over de vaststelling of de gear in eigendom toebehoort aan [eiser], zal een bewijslevering nodig zijn, waarvoor in een kort geding in beginsel geen plaats is. 4.12. Ook de vordering onder 5 tot verwijdering van het (getekende) gezicht van [eiser] op het reclamebord bij de ingang van Jibe zal worden afgewezen. Op de overgelegde foto van het reclamebord is te zien dat het nu voor een zodanig deel is afgeplakt dat het gezicht van [eiser] niet meer als zodanig herkenbaar is. [eiser] heeft daarom geen belang bij deze vordering. 4.13. De conclusie uit het voorgaande is dat alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Een belangenafweging maakt dat niet anders, ook niet met betrekking tot de gear waarvan [eiser] de afgifte vordert. Het belang van [eiser] als surfinstructeur om over de door hem genoemde gear te beschikken is groot, maar hetzelfde geldt voor Jibe, als surfschool, om de gear onder zich te houden. 4.14. Nu de vorderingen worden afgewezen zal [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Jibe begroot op USD 838,00 aan salaris gemachtigde. 5De beslissing Het Gerecht, rechtdoende in kort geding, 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2 . veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Jibe begroot op USD 838,00 Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.