GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire registratienummer: BON202500448 datum beslissing: 1 oktober 2025 BESCHIKKING op het gemeenschappelijk verzoek van: 1[verzoeker 1], hierna ook: de man, 2[verzoeker 2], hierna ook: de vrouw, beiden wonend te Bonaire, verzoekers, gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout. 1De procedure 1.
- Het verzoekschrift met bijlagen is op 3 september 2025 op de griffie ingediend. 1.
- De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven. 1.
- De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- De man en de vrouw zijn op 8 juni 2018 te Texel (Nederland) met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen. 2.
- Uit dit huwelijk is geboren de op dit moment nog minderjarige: - [minderjarige], op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam (Nederland). 2.
- De man en de vrouw hebben op 25 augustus 2025 zowel een echtscheidingsconvenant als een ouderschapsplan met elkaar gesloten. 3De beoordeling 3.
- Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen en tot opneming van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan door aanhechting aan deze beschikking. 3.
- De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) gegrond worden toegewezen. 3.
- Op grond van artikel 1:251 BW BES dient de rechter na echtscheiding te beslissen over het gezag over de minderjarige kinderen van verzoekers. In overeenstemming met wat daarover in het echtscheidingsconvenant is opgenomen, verzoeken partijen eensluidend (als bedoeld in artikel 1:251 lid 2 BW BES) om gezamenlijk belast te blijven met het gezag over hun minderjarige kinderen. Dat verzoek zal worden toegewezen omdat niet is gebleken van bezwaren hiertegen. 3.
- Het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan zullen aan deze beschikking worden gehecht en maken daarvan deel uit (artikel 819 Rv BES). 3.
- De man en de vrouw verzoeken het gerecht verder om een griffiersverklaring op te maken omdat zij niet tegen de in deze beschikking uit te spreken echtscheiding in hoger beroep zullen gaan. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen. 4De beslissing Het gerecht: 4.
- spreekt uit de echtscheiding tussen verzoekers, gehuwd op 8 juni 2018 te Texel (Nederland); 4.
- bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit: het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 25 augustus 2025 ondertekende echtscheidingsconvenant, en het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 25 augustus 2025 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking; 4.
- bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over: - [minderjarige], op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam (Nederland) 4.
- verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing in het gezagsregister; 4.
- verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.
- uitgesproken echtscheiding; 4.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.