GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Registratienummer: BON202500078 Datum uitspraak: 18 september 2025 in de zaak van: [eiseres], wonend te Bonaire, eiseres, hierna te noemen: [eiseres], procederend in persoon, tegen [gedaagde], wonend te Bonaire, gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift ‘small claim’ van [eiseres] van 12 februari 2025 met producties het verweerschrift van [gedaagde] de mondelinge behandeling van 15 september 2025 waar zijn verschenen: o [eiseres] o [gedaagde] o Mevrouw K. Thielman, in haar hoedanigheid van tolk in de Papiamentse taal 1.
- Gelet op het gevoerde verweer zal in deze zaak geen bevel tot betaling kunnen worden afgegeven, maar zal vonnis worden gewezen dat bepaald is op heden. 2De feiten 2.
- Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. 2.
- Tijdens hun relatie hebben partijen gebruik gemaakt van de app “Wie betaalt wat”. In deze app kunnen gebruikers ieder hun uitgaven invoeren, waarna ze de app een verrekening kunnen laten maken. 2.
- Op 12 januari 2024 heeft [eiseres] via Whatsapp aan [gedaagde] bericht “Jij hoort mij dus nog 1020 dollar te betalen. Klopt hea?” “ Plus 164 dollar” [gedaagde] heeft daarop geantwoord “Is ok” 2.
- Op enig moment was via de “Wie betaalt wat” app in totaal USD 2.561,38 uitgegeven, waarvan USD 2.041,38 door [eiseres] en de rest door [gedaagde]. Volgens de verrekening van de app zou [gedaagde] dan USD 1.493,69 aan [eiseres] moeten betalen. 2De vordering en het verweer 2.
- [ eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van USD 1.493,69 en van USD 28,00 aan proceskosten. 2.
- Zij voert daartoe aan dat het gevorderde bedrag een lening van haar aan [gedaagde] was, die hij moet terugbetalen. 2.
- [ gedaagde] voert verweer, waarop hierna zal worden ingegaan. 3De beoordeling 3.
- Door [gedaagde] is niet betwist dat partijen tijdens hun relatie gebruik hebben gemaakt van de app “Wie betaalt wat” en dat [eiseres] in die periode meer kosten heeft betaald dan hij. Hij betwist echter dat het saldo als een lening moet worden aangemerkt; hij stelt dat dit gezien moet worden als een gift of een bijdrage van [eiseres] in de levenskosten. 3.
- De rechter overweegt dat het doel van de betreffende app is dat gebruikers door hen gemaakte kosten gemakkelijk kunnen verrekenen. Uitgangspunt is dan ook dat partijen met het gebruik maken van deze app hebben beoogd tot een verrekening van een eventueel saldo over te gaan. Het saldo moet dan ook worden gezien als een door de ene partij aan de andere voorgeschoten bedrag dat de andere partij op enig moment moet terugbetalen. Dat dit in dit geval anders zou zijn, is door [gedaagde] niet onderbouwd. Integendeel, uit zijn antwoord “ Is ok” op de vraag van [eiseres] of het klopt dat hij haar nog bedragen moet betalen, kan worden afgeleid dat [gedaagde] zijn terugbetalingsverplichting van het op dat moment bestaande saldo onder ogen heeft gezien en heeft erkend. Dat hij een en ander door taalproblemen niet goed heeft begrepen, vindt de rechter ongeloofwaardig. [gedaagde] heeft niet betwist dat in de communicatie tussen partijen door [eiseres] vaker Nederlands werd gebruikt. Bovendien heeft [gedaagde] via Instagram zelf een bericht in de Nederlandse taal gestuurd. 3.
- [ gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat [eiseres] nog een horloge en een Playstation van hem heeft. Hij wenst deze – kennelijk als voorwaarde voor terugbetaling – terug te ontvangen. [eiseres] heeft hem ter zitting het horloge overhandigd, maar heeft ontkend een Playstation van hem te hebben. Nu niet nader is onderbouwd dat [eiseres] de Playstation in bezit heeft, is er alleen daarom al geen reden om niet tot toewijzing van de vordering over te gaan. 3.
- Het voorgaande betekent dat de vordering van [eiseres], die strekt tot terugbetaling van het voorgeschoten bedrag, kan worden toegewezen. Ook de gevorderde proceskosten – bestaande uit het griffierecht – zullen worden toegewezen, omdat [gedaagde] ongelijk heeft gekregen. 4De beslissing Het gerecht: 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van USD 1.493,69, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 februari 2025; 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op USD 28,00 aan griffierecht; 4.3.. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken op 18 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.