← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2016:189

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO BESCHIKKING in de zaak van: [VERZOEKER], woonplaats gekozen hebbende in Curaçao, verzoeker, gemachtigde: mr. J.S. Francisca, tegen [VERWEERDER], wonende in Curaçao, verweerder, procederend in persoon. Partijen zullen hierna ook [verzoeker] en [verweerder] genoemd worden. 1Het procesverloop 1.

  1. Verzoeker heeft op 21 oktober 2016 een verzoekschrift met producties ingediend. Verweerder heeft op 8 november 2016 een verweerschrift met een productie ingediend. Het verzoek is behandeld op 10 november
  2. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van verzoeker het woord gevoerd aan de hand van door haar overgelegde pleitnotities. Verweerder heeft producties overgelegd. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven. 1.
  3. De uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten 2.
  4. De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. 2.
  5. [ verzoeker] heeft in de periode juni tot en met december 2015 werkzaamheden voor [verweerder] verricht. [verweerder] heeft [verzoeker] daarvoor NAf 50,00 netto per dag betaald. 2.
  6. Bij brief van 18 juli 2016 heeft (de gemachtigde van) [verzoeker] aan [verweerder] bericht dat hij alsnog aanspraak maakt op vergoeding van het minimumloon over de gewerkte uren. 3Het geschil 3.
  7. [ verzoeker] verzoekt dat het Gerecht hem toestemming verleent om kosteloos te mogen procederen en, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven, [verweerder] veroordeelt tot betaling van NAf 2.614,40, verhoogd met de vertragingsrente en de wettelijke rente. 3.
  8. [ verzoeker] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst bestaan. Het door [verweerder] aan [verzoeker] betaalde salaris komt niet overeen met het wettelijk minimumloon. [verzoeker] heeft nog recht op NAf 2.614,
  9. Ondanks aanmaning laat [verweerder] na het bedrag te betalen. 3.
  10. [ verweerder] voert het volgende tot verweer. [verzoeker] heeft de werkzaamheden in opdracht verricht. Partijen zijn daarvoor een beloning van NAf 50,00 netto per dag overeengekomen. 3.
  11. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. [ verzoeker] heeft het Gerecht verzocht kosteloos te mogen procederen. Gelet op het door hem ingebrachte bewijs van onvermogen, zal het Gerecht hem daartoe toelaten. 4.
  13. [ verzoeker] heeft gesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat hij gedurende zekere tijd arbeid voor [verweerder] heeft verricht waarvoor [verweerder] hem loon heeft betaald en er sprake was van een gezagsverhouding. [verweerder] heeft dit gemotiveerd betwist. Volgens [verweerder] zijn partijen overeengekomen dat [verzoeker] losse werkzaamheden in zijn opdracht zou verrichten. De werkzaamheden varieerden. Er was geen gezagsverhouding; [verzoeker] kwam niet altijd werken. Hij werkte ook elders, aldus steeds [verweerder]. Tegenover dit verweer heeft [verzoeker] zijn standpunt niet voldoende onderbouwd, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Zo heeft hij niet gesteld wat partijen concreet over de werkzaamheden en de vergoeding van NAf 50,00 hebben afgesproken en heeft hij de gestelde gezagsverhouding tussen partijen onvoldoende feitelijk toegelicht. Er staan het Gerecht aldus onvoldoende aanknopingspunten ter beschikking om aan te nemen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en [verzoeker] terecht aanspraak maakt op het minimumloon. De vordering is derhalve, als onvoldoende onderbouwd, niet toewijsbaar. 4.
  14. Overigens geldt dat het minimumloon een bruto bedrag betreft. [verweerder] heeft aangevoerd dat hij naast de vergoeding van NAf 50,00 netto het transport van [verzoeker] verzorgde en hem soms ook eten gaf. [verzoeker] heeft dit niet weersproken. Nu gesteld noch gebleken is dat [verzoeker] niet het met het bruto minimumloonbedrag corresponderende netto bedrag heeft ontvangen, gaat het beroep op de Landsverordening minimumlonen ook in zoverre niet op. 4.
  15. Gelet op de aard van de zaak en de verhouding tussen partijen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. 5De beslissing Het Gerecht: - staat [verzoeker] toe kosteloos te procederen; - compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; - wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. I.H. Lips, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 december 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.