GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Vonnis in de zaak van: [Eiseres], wonende in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mrs. S.N.E. Inderson en S.N. Texel, tegen [Gedaagde], wonende in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez. 1Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: - het inleidend verzoekschrift zijdens eiseres op 6 augustus 2015 ter griffie ingediend; - de conclusie van antwoord van 18 januari 2016 zijdens gedaagde; - de comparitie van partijen van 7 maart 2016; - de akte van 7 maart 2016 zijdens gedaagde ingediend op voormelde comparitie; - de contra-akte van 10 mei 2016 zijdens eiseres. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1 Partijen zijn gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. 2.2 Bij beschikking van dit Gerecht van 15 januari 2008 is de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd bevolen. Het Gerecht heeft hierbij – voor zover partijen niet binnen een maand na die uitspraak de keuze van een notaris overeenkomen – een notaris benoemd ten overstaan van wie de verdeling plaatsvindt. 2.3 De verdeling van de gemeenschap van goederen heeft nog niet plaatsgevonden. 2.4 Partijen hebben zich voor de verdeling niet tot de notaris gewend. 3Het geschil 3.1 Eiseres vordert om gedaagde te veroordelen: i. zijn medewerking te verlenen tot scheiding en deling van de gemeenschap waarin partijen deelgenoten zijn: a. met toebedeling van de pensioenaanspraken genoemd onder 1 van het inleidend verzoekschrift aan eiseres en gedaagde conform de te verrichten berekeningen van het Algemeen Pensioenfonds van de (voormalige) Nederlandse Antillen in maandelijkse termijnen zulks bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van gedaagde; b. met toebedeling aan eiseres van de boedelbestanddelen genummerd 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 14 in het inleidend verzoekschrift; c. met toebedeling aan gedaagde van de boedelbestanddelen genummerd 2, 3, 4, 5, 6 en 13 in het inleidend verzoekschrift; ii. aan eiseres het bedrag aan overbedeling te voldoen; iii. te gehengen en te gedogen dat een onzijdig persoon wordt benoemd om gedaagde, voor zover hij onwillig c.q. weigerachtig is te vertegenwoordigen bij het verlijden van de akte c.q. de verdere afwikkeling van de boedelgemeenschap; iv. te gehengen en te gedogen dat de kosten van deze onzijdige persoon ten laste komen van gedaagde; v. in de kosten van de procedure. 3.2 Gedaagde voert verweer. 4De beoordeling 4.1 Het onvermogen van eiseres om proceskosten te dragen is uit de overgelegde stukken genoegzaam gebleken. Aan eiseres zal toelating worden verleend om kosteloos te procederen. 4.2 Eiseres stelt dat zij belang bij heeft dat er zo spoedig mogelijk een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap plaatsvindt. Het is volgens eiseres echter onmogelijk gebleken met gedaagde tot een verdeling van die gemeenschap te komen, omdat gedaagde een verdeling van de gemeenschap traineert. Gedaagde betwist het voorgaande en voert als verweer dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vordering om de reden dat het Gerecht al beslist heeft over de verdeling bij genoemde beschikking van 15 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.