Uitspraak van 13 juni 2016 BBZ nr. 62780 van 2013 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X, gevestigd te Curaçao, belanghebbende gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, de Inspecteur, 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening 28 december 2009 een naheffingsaanslag omzetbelasting voor het jaar 2004 (aanslagnummer 0204130070812) opgelegd voor een bedrag van Naf. 15.000. Gelijktijdig met de aanslag is aan belanghebbende een vergrijpboete opgelegd ten bedrage van Naf. 3.750. 1.2 Belanghebbende is op 10 maart 2010 tegen de aanslag en de boete in bezwaar gekomen. Nadien heeft belanghebbende op 22 maart 2011 wederom een bezwaarschrift ingediend. Bij uitspraak op bezwaar van 11 mei 2011 heeft de Inspecteur het bezwaar afgewezen en de aanslag gehandhaafd. 1.3 De naheffingsaanslag is op 17 mei 2013 verminderd naar Naf. 6.299 (aanslagnummer 0204141841212). Het bedrag van de boete is verminderd naar Naf. 1.575. Belanghebbende is hiertegen op 31 mei 2013 in beroep gekomen. 1.4 De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Op 20 maart 2015 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgehad ter zitting van de Raad van Beroep voor belastingzaken gehouden te Willemstad, Curaçao. Aldaar zijn beide partijen verschenen. De behandeling van de zaak is in afwachting van nadere berichtgeving van partijen aangehouden. 1.6 Partijen zijn nadien opgeroepen tot het bijwonen van een reguliere zitting. Ter zitting is aan partijen medegedeeld dat door de griffie per ongeluk een verkeerde oproeping is verstuurd en dat partijen overeenkomstig artikel 10 Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) uitgenodigd zijn tot het verstrekken van inlichtingen. In dat verband zijn op 12 april 2016 te Willemstad namens de Inspecteur verschenen mr. A en namens belanghebbende, mr. B vergezeld van C en D. Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd. 1.7 Partijen hebben overeenkomstig artikel 8b van de LBB schriftelijk toestemming gegeven om de mondelinge behandeling van de zaak achterwege te laten. 2FEITEN 2.1 Bij belanghebbende is door de Stichting Belastingaccountantsbureau (hierna: SBAB) een boekenonderzoek gedaan met betrekking tot de winstbelasting, loonbelasting en de omzetbelasting over de jaren 2004 tot en met 2008. 2.2 Naar aanleiding van de bevindingen in voornoemd onderzoek hebben partijen op 11 januari 2013 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder meer vermeld: “Het in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen bedrag van Naf.40.000 zal op de volgende wijze over de belastingmiddelen worden verdeeld: Te verdelen 40.000 Winstbelasting 31.126 Omzetbelasting 7.874 Totaal verdeeld 40.000 (…) Uitwerking De uit deze vaststellingsovereenkomst voortvloeiende aanslagen over de periode 2004 tot en met 2008) zullen uit praktische overwegingen ineens in het jaar 2008 worden opgelegd. (…) Overige Belastingplichtige zal ter zake van hetgeen in deze vaststellingsovereenkomst is overeengekomen geen gebruik maken van enig recht van bezwaar en/of beroep. Dit geldt voor de opgelegde en/of op te leggen aanslagen winstbelasting en omzetbelasting over de jaren 2004 tot en met 2008. Hierop wordt een uitzondering gemaakt in het geval de naheffingsaanslagen c.q. verminderingen niet conform de afspraken worden opgelegd.” 2.3. Belanghebbende heeft bij schrijven van 20 februari 2013 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag van 28 december 2009 en de Inspecteur verzocht om de naheffingsaanslag te verminderen tot op een bedrag van Naf. 4.627. Hierbij heeft hij verwezen naar voornoemde vaststellingsovereenkomst. 2.4 De Inspecteur heeft ter uitvoering van de vaststellingsovereenkomst geen aanslag omzetbelasting voor het jaar 2008 opgelegd doch de naheffingsaanslag omzetbelasting 2004 op 17 mei 2013 verminderd tot op Naf. 7.874 (Naf. 6.299 omzetbelasting en Naf. 1.575 boete). 2.5 Belanghebbende heeft tegen deze verminderingsaanslag beroep aangetekend. 3GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN 3.1 In geschil zijn de volgende vragen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.