← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2016:95

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Beschikking in de zaak van: [VERZOEKSTER], wonende in Curaçao, verzoekster, gemachtigde: mr. S.P. Osepa, --tegen-- de naamloze vennootschap CURAÇAO LOTTERIES B.V., gevestigd in Curaçao, verweerder, gemachtigde: de heer H.R.F. Melfor. Partijen zullen hierna werknemer en werkgever genoemd worden. 1Verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit: - het inleidend verzoekschrift met producties, op 20 juli 2016 ter griffie ingediend; - de behandeling van het verzoek die plaats heeft gevonden op 8 september
  2. Verschenen zijn werknemer in persoon bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd die namens haar het woord heeft gevoerd aan de hand van pleitnotities en werkgever, vertegenwoordigd door de gemachtigde voornoemd, die namens haar het woord heeft gevoerd en ter zitting twee producties heeft overgelegd. 1.
  3. De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden. 2De feiten 2.
  4. De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. 2.
  5. Werknemer is op 27 mei 2009 voor het eerst in dienst getreden van World-Wide All Management N.V. (hierna: WWAM) in de functie van nummerverkoper tegen een uursalaris van NAf 7,
  6. Vervolgens is tussen werknemer en WWAM met ingang van 8 juli 2010 een dienstverband voor onbepaalde tijd overeengekomen. 2.
  7. In 2013 werd WWAM overgenomen door Jurino Lottery N.V.. Werknemer heeft ook onder Jurino Lottery N.V. haar werkzaamheden voortgezet en kreeg daarvoor het overeengekomen salaris uitbetaald. 2.
  8. Medio 2013 is Jurino Lottery N.V. overgegaan in Curaçao Lotteries B.V., werkgever dus. Werknemer heeft ook toen weer haar reguliere werkzaamheden voortgezet. Zij is werkzaam gebleven in hetzelfde nummerkantoor achter dezelfde balie. 2.
  9. Op 1 juni 2013 heeft werknemer een arbeidsovereenkomst met werkgever ondertekend. 2.
  10. In voornoemde overeenkomst staat, voor zover van belang, opgenomen: “
  11. Werkneemster treedt met ingang van 1 juni 2013 voor de duur van een

(1)jaar bij werkgever in dienst en zijn werkzaamheden “verkoopster”. De arbeidsovereenkomst is voor beide partijen tussentijds opzegbaar. Opzegging dient schriftelijk te geschieden tegen het einde van de maand. De opzegtermijn bedraagt 1 maand.” 2.
  1. Bij schrijven van 31 maart 2016 heeft werkgever het dienstverband met werknemer tegen 31 mei 2016 beëindigd. In dat schrijven staat onder meer vermeld: “Pa medio di e karta aki, nos kier a informa bo ku e kontrakt ku bo a firma ku Curacao Lotteries B.V. ta vense pa fecha 31 di mei
  2. Curacao Lotteries B.V. no ta bai alarga bo kontrakt.” 2.
  3. Bij schrijven van 29 april 2016 en 8 juli 2016 heeft werknemer haar ongenoegen over de beëindiging van het dienstverband geuit. 2.
  4. In mei 2016 is werkgever overgegaan tot uitbetaling aan werknemer van de cessantia en vakantiedagen. 3Het verzoek en het verweer 3.
  5. Werknemer heeft het gerecht verzocht om, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad; Primair:
  6. werknemer toestemming te verlenen kosteloos te procederen;
  7. te bepalen dat het door werkgever gegeven ontslag als nietig moet worden aangemerkt, althans het door werknemer gegeven ontslag nietig te verklaren, althans het door werkgever gegeven ontslag te vernietigen;
  8. werkgever te veroordelen om met ingang van 31 mei 2016, althans een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum, het loon en emolumenten aan werknemer te betalen en te blijven betalen totdat het dienstverband op rechtmatige wijze zal zijn beëindigd, te verhogen met de vertragingsrente conform artikel 1614q BW en de wettelijke rente;
  9. werkgever te veroordelen in de kosten van de procedure. Subsidiair:
  10. het aan werknemer gegeven ontslag kennelijk onredelijk te verklaren, althans dit als zodanig dient te worden aangemerkt;
  11. werkgever te veroordelen om aan werknemer te betalen een zodanige vergoeding door het gerecht in goede justitie vast te stellen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2016;
  12. werkgever te veroordelen in de kosten van de procedure. Meer subsidiair:
  13. werkgever te veroordelen om aan werknemer te betalen een beëindigingscompensatie conform de kantonrechtersformule of de toekomende opzegtermijn en cessantia, te vermeerderen met de wettelijke rente en vertragingsrente;
  14. werkgever te veroordelen in de kosten van de procedure. 3.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  16. Het gerecht begrijpt de stellingen van werknemer in die zin dat de beëindiging van het dienstverband met haar door werkgever niet rechtsgeldig is geschied en zodoende geen stand kan houden. 4.
  17. Werknemer heeft daarvoor aangevoerd dat werkgever als opvolger van haar vorige werkgevers, namelijk WWAM en Jurino Lottery N.V., te gelden heeft. Er bestond immers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen haar en zowel WWAM als Jurino Lottery N.V.. Daardoor is ingevolge artikel 7A:1615e lid 7 BW opzegging nodig. Nu de opzegging niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, is de arbeidsovereenkomst nog van kracht en dient het salaris van werknemer aan haar te worden doorbetaald. 4.
  18. Werkgever heeft de stellingen van werknemer betwist en aangevoerd dat werkgever niet als opvolger van WWAM noch van Jurino Lottery N.V. te beschouwen is. Werkgever heeft een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met werknemer die met de eerdere werkgevers en het dienstverband met hun niets van doen heeft. 4.
  19. Het gerecht overweegt als volgt. Werkgever heeft onvoldoende gesteld waarom zij niet als opvolger in de zin van artikel 7A:1615e lid 8 BW te gelden heeft. Immers is door werknemer gemotiveerd aangevoerd dat zij haar werkzaamheden onder alle drie werkgevers, dus WWAM, Jurino Lottery N.V. en werkgever, in dezelfde ruimte, achter dezelfde balie en tegen hetzelfde loon is blijven uitvoeren. Door werkgever is ook niet betwist dat de onderneming voor wat betreft het verkopen van nummertjes door haar is overgenomen van Jurino Lottery N.V.. 4.
  20. Het gerecht is zodoende van oordeel dat vast is komen te staan dat er sprake is van een voortgezette dienstbetrekking bij verschillende werkgevers die redelijkerwijze geacht moeten worden ten aanzien van de verrichte arbeid elkanders opvolgers te zijn. Dit leidt tot de conclusie dat ingevolge artikel 7A:1615e lid 7 BW voor beëindiging van de dienstbetrekking met werknemer voorafgaande opzegging benodigd is. Artikel 4 lid 1 en lid 2 sub e van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten bepaalt dat voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst toestemming van de Directeur van het ministerie van Sociale Ontwikkeling Arbeid en Welzijn (hierna: de Directeur) vereist is. Nu die toestemming ontbreekt, heeft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer niet rechtsgeldig plaatsgevonden. De arbeidsovereenkomst duurt zodoende voort en aan werknemer is nog steeds het overeengekomen salaris verschuldigd. De primaire vordering van werknemer ligt in zoverre voor toewijzing gereed. 4.
  21. Ingevolge artikel 7A:1614q BW heeft de werknemer aanspraak op een verhoging wegens vertraging bij niet-betaling van het salaris, indien de niet-betaling aan de werkgever is toe te schrijven. Nu de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, heeft werknemer aanspraak op vertragingsrente bovenop het sedert 31 mei 2016 niet uitbetaalde loon. Het gerecht zal die vertragingsrente matigen tot 15% van het te vorderen salaris. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de dag van opeisbaarheid van het salaris tot de dag der algehele voldoening. 4.
  22. Werkgever zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, welke worden begroot op NAf 50,- aan griffierechten, NAf 219,50 aan deurwaarderskosten en NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris. 5De beslissing Het Gerecht: - verleent werknemer verlof kosteloos te procederen; - veroordeelt werkgever om aan werknemer te betalen het overeengekomen salaris en emolumenten vanaf 31 mei 2016 en te blijven betalen totdat aan de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig een einde zal zijn gekomen, te vermeerderen met de gematigde wettelijke vertragingsrente van 15% over het te vorderen bedrag en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van het salaris tot de dag der algehele voldoening; - veroordeelt werkgever in de proceskosten gevallen aan de zijde van werknemer, welke worden begroot op NAf 269,50 aan verschotten en NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris; - verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; - wijst het meer of anders gevorderde af. Deze beschikking is gewezen door mr. S.E. Sijsma, rechter in dit gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.