GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak in het geding tussen: […], wonend in Curaçao, eiser, gemachtigden: mrs. C.A. Peterson en S.I. Da Costa Gomez, advocaten, en de Sociale Verzekeringsbank, verweerder, gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerder. Procesverloop Bij beschikking van 1 december 2015 (de afwijzing) heeft verweerder het verzoek van eiser om restitutie van de door hem in het buitenland gemaakte ziektekosten afgewezen. Bij beschikking van 17 augustus 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 4 oktober
- Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Peterson. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door drs. S. Gijsbertha (medisch adviseur van verweerder). Overwegingen
- Op grond van artikel 5.4, derde lid, van de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (de Lbvz) beslist het Uitvoeringsorgaan, indien de zorg niet hier te lande kan worden verleend, de medisch adviseur gehoord, met inachtneming van de bij of krachtens, houdende algemene maatregelen, gestelde regels per geval of uitzending naar het buitenland noodzakelijk is. 1.
- Op grond van artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit medische uitzendingen (LbMU) wordt onder medische uitzending verstaan uitzending voor medisch onderzoek of behandeling van een verzekerde indien dit niet mogelijk is op Curaçao en een aanzienlijke gezondheidswinst oplevert. Op grond van het tweede lid vindt de medische uitzending naar een medisch centrum of een medisch specialist in het buitenland uitsluitend plaats op verwijzing van een medisch specialist. Hierbij wordt rekening gehouden met het regiobeleid conform het protocol. Op grond van het vierde lid dient, behoudens acute noodsituaties, en behoudens indien zulks is voorzien bij protocol, voor medische uitzending vooraf toestemming van de Uitvoeringsorganisatie te worden verkregen. Op grond van het vijfde lid dient voor acute noodsituaties de behandelde specialist te overleggen met de medisch adviseur van de Uitvoeringsorganisatie, via de 24 uur bereikbaarheidsdienst. In gevallen waarin zulks niet mogelijk is gebleken, wordt de rechtmatigheid en doelmatigheid van de medische uitzending achteraf door de Uitvoeringsorganisatie beoordeeld.
- Eiser stelt al geruime tijd last te hebben gehad van ernstige klachten aan zijn bovenarm waardoor hij gehinderd wordt in zijn bedrijfsvoering als visser. Na zich zonder resultaat bij verschillende medici in Curaçao te hebben laten onderzoeken, is eiser eind september 2015 naar Colombia gegaan om daar voor eigen kosten via een zogeheten CT-scan de oorzaak van die klachten te doen vaststellen. Hij stelt daar acuut te zijn getroffen door hevige pijnen aan de bovenarm die onverwijld medisch ingrijpen noodzakelijk maakten, hetgeen toen ter plaatse ook is geschied.
- Eiser betoogt tevergeefs dat bij het bestreden besluit is miskend dat de aan hem in Colombia geboden hulp niet in Curaçao beschikbaar was en dat het onderzoek en de behandeling in Colombia op indicatie van een Curaçaose specialist hebben plaatsgevonden. Wat daar verder ook van zij, die omstandigheden doen er niet aan af dat vaststaat dat eiser op eigen initiatief naar Colombia is gereisd zonder dat er sprake was van een noodsituatie. Aan de bij de vermelde regelgeving gestelde voorwaarden was dan ook niet voldaan, waarmee vaststaat dat eiser geen aanspraak kon maken op vergoeding van kosten voor medische uitzending.
- Eiser betoogt verder tevergeefs dat verweerder ten onrechte niet over is gegaan tot restitutie van de door hem in Colombia gemaakte ziektekosten, gelet op de omstandigheid dat hij ter plaatse onverwacht in een acute noodsituatie kwam te verkeren, die noopte tot onverwijld ingrijpen ter plaatse. Al aangenomen dat de Lbvz, anders dan op grond van de artikelen 5.4 en 5.5, zou voorzien in de dekking van kosten van medische behandeling in het buitenland, was het aan eiser om aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat er sprake was van een acute noodsituatie die noopte tot het onverwijld ondergaan van de medische behandeling in Colombia. Dat heeft eiser nagelaten, waarbij het Gerecht nog opmerkt dat hij in bezwaar ook helemaal geen melding heeft gemaakt van een acute noodsituatie die pas in Colombia zou zijn ontstaan. Het Gerecht acht die weergave van de gang van zaken dan ook ongeloofwaardig.
- Uit het voorgaande volgt dat het beroep ongegrond is.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, voorzitter, en A.R. Ramirez en mr. J. Sybesma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.