Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) Uitspraak: 21 augustus 2017 Zaaknr. Lar 2016/78883 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Uitspraak in het geding tussen: [A], en [B], eisers, beiden wonend in Curaçao, gemachtigde: mr. R. Bijkerk, advocaat, en de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, gemachtigde: mrs. P.Ch.M. Tweeboom en A.Ch. van Hoof, advocaten, verweerder, met als derde-belanghebbende: [C], wonend in Curaçao, gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers, advocaat. Procesverloop Bij beschikking van 15 oktober 2015 (de bouwvergunning) heeft verweerder aan de derde-belanghebbende [C] vergunning verleend voor de bouw van een flat van 4 wooneenheden en een logeerruimte aan de [adres], [woonplaats] (het bouwperceel). Bij beschikking van 1 april 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen door eisers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij schrijven van 13 mei 2016 hebben eisers bij het Gerecht beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op 6 juli 2016 een verweerschrift ingediend. Bij schrijven van 10 augustus 2016 heeft [C] een reactie ingediend. Eisers en [C] hebben nog nadere stukken ingediend. Het Gerecht heeft de zaak op 7 juni 2017 ter openbare zitting behandeld. Eiseres [B] is daar verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich daar doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. Van Hoof, vergezeld door O. Ortela, C. Cecilia en mr. H. van Rossum. Voorts is daar verschenen [C], vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Op grond van artikel 1 van de Bouw- en Woningverordening 1935 (BWV) wordt onder ‘woning’ verstaan: het vertrek, het als geheel gedacht aantal vertrekken, of het gebouwgedeelte, bestemd om zelfstandig tot huisvesting te dienen. Op grond van artikel 5 wordt een woning of ander gebouw geacht aan een weg te zijn gelegen indien de afstand tot die weg niet meer bedraagt dan 10 meter en de tussengelegen strook grond aan dezelfde eigenaar dan wel rechthebbende behoort als de woning of het gebouw. Op grond van artikel 11 is het verboden een woning of ander gebouw op te richten of als eigenaar dan wel rechthebbende te laten oprichten anders dan aan een openbare weg in eigendom toebehorend aan het eilandgebied, of aan een weg die voldoet aan de eisen ter zake bij eilandsbesluit gesteld. Op grond van artikel 22 is een beslissing tot het verlenen van voorwaardelijke bouwvergunning of tot gehele of gedeeltelijke weigering steeds met redenen omkleed en kan slechts gegrond zijn op een of meer van de volgende omstandigheden: 10. dat de aanvraag, de tekening, de omschrijving of het gebouw of gebouwgedeelte niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening gegeven; (…) 80. dat het bouwplan in strijd is met de bestemmingsvoorschriften van een ontwikkelingsplan, dan wel de voorschriften behorende bij een goedgekeurd verkavelingsplan waarin de bij de aanvraag betrokken grond is begrepen. 1.1 Op grond van artikel 14, eerste lid, van de Eilandsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplannen Curaçao (EROC) kunnen de bestemmingsvoorschriften zowel gedetailleerde als globale aanwijzingen ten aanzien van de ruimtelijke vormgeving van het plangebied inhouden. Op grond van het tweede lid blijven, voor zover de bestemmingsvoorschriften niet overeenstemmen met bepalingen van de BWV, deze bepalingen buiten toepassing. 1.2 Op grond van de bestemmingskaart van het op grond van de EROC tot stand gekomen Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP) rust op het bouwperceel de globale bestemming “Stedelijke woongebied”. Op grond van artikel 3 (Stedelijk woongebied), tweede lid, onder a, van de van het EOP deel uitmakende bestemmingsbepalingen zijn op de als zodanig bestemde gronden toegestaan bebouwing en andere voorzieningen ten behoeve van onder meer woondoeleinden en recreatieve doeleinden. Op grond van artikel 3, tweede lid, onder h, geldt dat indien bouwvergunning of bestemmingswijziging wordt aangevraagd voor de bouw van een flat op een bouwperceel, waarop slechts één woning staat of mag worden gebouwd, indien er geen andere stedenbouwkundige beletselen zijn, als uitgangspunt geldt dat: 1) per woning in die flat ten minste een oppervlakte van 200 m2 van het bouwperceel beschikbaar moet zijn; 2) per woning in die flat ten minste 1 parkeerplaats op het bouwperceel beschikbaar moet zijn. Op grond van artikel 17 (Bouwen), eerste lid, mag, voor zover de globale bestemmingen niet zijn of worden uitgewerkt of gewijzigd, uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze bestemmingsbepalingen, het bepaalde in dit artikel en de op grond van artikel 15 gestelde nadere eisen, behoudens het bepaalde in het overgangsrecht. Op grond van artikel 20 (Overgangsrecht), vijfde lid, onder a, blijven rechtsgeldige verkavelingsplannen, welke tot stand zijn gekomen op grond van artikel 10 van de BWV of op grond van de overgangsregeling van hoofdstuk XIV EROC van kracht behoudens intrekking of wijziging ervan op de wijze, zoals voor beide typen van verkavelingsplannen gebruikelijk was. Op grond van dat artikellid onder b blijven voor zover de globale of uitgewerkte bestemmingsvoorschriften niet overeenstemmen met de onder a bedoelde verkavelingsplannen deze laatste buiten toepassing. Op grond van artikel 1 (Begripsomschrijvingen), aanhef en onder 7, wordt onder ‘bouwperceel’ verstaan: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens deze bestemmingsvoorschriften zelfstandige bebouwing toelaatbaar is. Op grond van onder 8 wordt onder ‘hoofdgebouw’ verstaan: een gebouw, dat belangrijk en bepalend is voor het functioneren van een bouwperceel en waarin aangebouwde bijgebouwen niet zijn begrepen. Op grond van onder 9 wordt onder ‘bijgebouw’ verstaan: een gebouw met een zelfstandig dak, dat naar verschijningsvorm een ondergeschikte ruimte vormt bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat, indien aangebouwd, rechtstreeks van buiten toegankelijk is, waarbij als uitgangspunt geldt, dat een bijgebouw behorende bij een woning slechts als bijgebouw wordt beschouwd, indien de functie die erin ondergebracht wordt een nevenfunctie is van de functie van het hoofdgebouw en de grondoppervlakte in principe niet meer bedraagt dan 40 m2. 1.3 Op grond van artikel 10 (Hoogte en afmetingen van vertrekken), opgenomen onder Afdeling II (Voorschriften (…) voor gebouwen met een of meer verdiepingen) van het Besluit ter uitvoering van artikel 19 van de BWV (het Bouwbesluit) moet één van de ruimten, bestemd tot woonvertrek een grondoppervlakte hebben van ten minste 15 m2; een van de ruimten bestemd tot slaapvertrek van ten minste 7 m2; een keuken van ten minste 4 m2; elk van de andere vertrekken van ten minste 5 m2. Indien in een geheel of gedeeltelijk voor woning bestemd gebouw geen afzonderlijk slaapvertrek aanwezig is, moet het woonvertrek een grondoppervlakte hebben van ten minste 21 m2. 1.4 Op grond van Paragraaf I (Algemene bepalingen), artikel 1 (Begripsbepalingen), aanhef en onder 5, van de bebouwingsvoorschriften van het door het toenmalige bestuurscollege van het toenmalige Eilandgebied Curacao bij besluit van 18 april 1975 goedgekeurde verkavelingsplan “Julianadorp rest” (het verkavelingsplan), wordt daarin onder ‘kavel’ verstaan: de met één woning of ander gebouw te bebouwen, alsmede de bij die woning of dat gebouw behorende onbebouwde of met een bijgebouw te bebouwen grond. Op grond van artikel 3 (Grens van bebouwing), eerste lid mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen de bebouwingsvlakken, tenzij elders in deze voorschriften anders is bepaald. Op grond van het tweede lid zijn de voorgevelrooilijnen gelegen op 10 m afstand van een aan de weg grenzende perceelscheiding. Op grond van het derde lid zijn de zij- en achtergevelrooilijnen gelegen op 5 m afstand van de zijdelingse- onderscheidenlijk achtergelegen perceelscheidingen. Op grond van Paragraaf II, artikel 4 (Woningbouw – Woningtype) zijn op daarbij nader aangeduide blokken en kavelnummers eengezinshuizen in openbebouwing toegelaten. Hieronder wordt verstaan eengezinshuizen in ten hoogste één bouwlaag met de bijbehorende niet voor bewonings-, handels- of bedrijfsdoeleinden bestemde bijgebouwen als bergingen, garages e.d. met dien verstande dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.